Hoe beoordeel ik als maatschappelijke organisatie welke sportvereniging geschikt is om mee in zee te gaan en mijn doelstellingen te verwezenlijken? Binnenkort kunnen potentiële partners van clubs zich laten leiden door het Sportpluspredicaat voor verenigingen. Dat is een bewijs van een bepaalde basiskwaliteit en een maatschappelijke rol. Nog dit jaar ontvangen de eerste clubs het Sportpluspredicaat.

Sportverenigingen die trainingen verzorgen voor cliënten van een welzijnsorganisatie. Of die sport of beweging bieden aan mensen die zijn verwezen door een fysiotherapeut. Steeds vaker weten in Rotterdam sportclubs en maatschappelijke organisaties elkaar te vinden om ambities te verwezenlijken die verder reiken dan wat traditionele clubs in huis hebben.

Dankzij de introductie van het Sportpluspredicaat voor verenigingen kunnen potentiële maatschappelijke partners straks zien welke clubs kwaliteit bieden op dit vlak. De clubs op hun beurt, hebben met het predicaat de mogelijkheid zichzelf te promoten. Niet alleen bij mogelijke maatschappelijke partners, maar ook bij (potentiële) leden, partners, bedrijven en de gemeente.

De gemeente Rotterdam heeft een aantal jaren geleden Rotterdam Sportsupport de opdracht gegeven met sportclubs de stad vooruit te helpen op het vlak van onderwijs, gezondheid, veiligheid, re-integratie en tot slot sportparticipatie door nieuwe doelgroepen. Rotterdam telt nu vijftien verenigingen die officieel Sportplusvereniging zijn. Deze clubs hebben een ondersteuningstraject van Rotterdam Sportsupport doorlopen om de Sportplusstatus te bereiken.

Door de ervaringen heeft Rotterdam Sportsupport de succesfactoren en criteria leren kennen die bepalen of een club ‘Sportplus’ is. Met die kennis is het niet nodig dat een vereniging het Sportplustraject doorloopt om gaandeweg vast te stellen of ze een Sportplusvereniging is en het Sportpluspredicaat mag voeren. Verenigingen die vitaal en maatschappelijk actief zijn, maar nog niet officieel als Sportplus te boek staan, maken hierdoor nu ook aanspraak op het Sportpluspredicaat.

In dit najaar worden ongeveer 25 verenigingen, waaronder de huidige Sportplusverenigingen, tegen het licht gehouden. Rotterdam Sportsupport heeft ze uitgenodigd de weg richting het Sportpluspredicaat te bewandelen. Verenigingsbestuurders sturen een vragenlijst in waarmee ze duidelijk moeten maken dat hun club aan de criteria voldoet. Zijn bijvoorbeeld de organisatie en het leden- en vrijwilligersaantal van de vereniging stabiel?

In oktober en november bezoekt een zes leden tellende toetsingscommissie de verenigingen. Die controleert onder meer hun financiële situatie en de juridische constructie. De commissie bestaat niet uit medewerkers van Rotterdam Sportsupport, maar uit externen. Het gaat om Dave de Held (Rabobank), Gabriëlle Kluwen (CJG Rijnmond), Hein Veerman (NOC*NSF), Johan Geraedts (gemeente Rotterdam), Marian ter Haar (NISB) en Marianne Martens (Thuis op Straat).

Verenigingen die de toetsing doorstaan, krijgen het Sportpluspredicaat voor twee jaar uitgereikt. Een nieuwe toetsing wijst vervolgens om de twee jaar uit of de vereniging het predicaat kan verlengen. Hiermee kan de toetsingscommissie zorgen voor een actuele kwaliteitsborging van de Sportplusverenigingen.

Meer informatie over het Sportpluspredicaat is verkrijgbaar bij Bryan Bastiaanse: b.bastiaanse@rotterdamsportsupport.nl

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Jolanda de Vries

Jolanda de Vries

Communicatieadviseur