Van 5 tot 11 oktober is het LHBTI-themaweek bij Rotterdam Sportsupport. Pepijn Geldof, schrijver van het onderzoek “Grappen moeten kunnen, anders mag er niks meer”, gaat in gesprek met Karin Blankenstein. De oprichtster van de John Blankenstein Foundation (JBF) reageert op een aantal quotes uit het onderzoek. Deze keer (2): Homograppen en bewustwording.

Over de John Blankenstein Foundation

De John Blankenstein Foundation is een Nederlandse stichting die zich ten doel stelt om de sociale acceptatie van LHBTI’ers in de top- en breedtesport te bevorderen. De organisatie richt zich onder meer op het verbeteren van zichtbaarheid en beeldvorming van LHBTI’ers door het bevorderen van best practices in bonds-, club- en ongeorganiseerde sportverbanden. De JBF verzorgt workshops bij sportverenigingen over seksuele diversiteit voor bestuurders, trainers/coaches en spelers. Ook neemt de John Blankenstein foundation deel aan de Alliantie Gelijkspelen, een samenwerkingsverband die bestaat uit o.a. de KNVB, sportkoepel NOC*NSF en de KNHB, en heeft als doel LHBTI-acceptatie in de sport te stimuleren.

“Je bent toch geen homo, of stel je niet zo aan mietje. Het zijn van die sjablonen die in ons taalgebruik zitten. Althans, in het voetbalwereldje, want daar hebben we het over.

“Het is vaak het voetbalwereldje dat wordt genoemd, maar kijk eens naar het recent gepubliceerde onderzoek van het Mulier Instituut over homo-acceptatie in de hockeywereld of een recent interview met Casper Boom over homo-acceptatie in de korfbalwereld. Het komt overal voor. Het woord homo wordt niet positief gebruikt. Als jij die LHBTI’er bent, dan sta je altijd voor iets dat zwak is. Er wordt vaak gezegd: “Die homo’s moeten maar tegen een grapje kunnen.” Maar zeggen we dat bij andere groepen ook? Het wordt tijd dat we daarmee stoppen.”
Wat wij bij de John Blankenstein foundation merken tijdens onze workshops is dat het ervaringsverhaal van een LHBTI’er binnenkomt bij de deelnemers. Tijdens deze workshops gaan we 1-op-1 in gesprek met bestuurders, trainers/coaches en spelers. Als een ex-sporter dan vertelt wat bijvoorbeeld homograppen met hem hebben gedaan, komt dat echt wel binnen. We gaan op een constructieve manier met elkaar in gesprek, zonder met een vinger naar elkaar te wijzen. Dat vind ik de beste manier om homograppen te tackelen.”

“Als de boys in de kleedkamer zitten, dan wordt er gezegd: “Ben je je vriendinnetje aan het appen?” Dan wordt er een grap gemaakt dat het z’n vriendje is en lacht iedereen.”

“Dit komt bij mij binnen, omdat ik weet wat het met mensen kan doen. We hebben het gewoon over liefde. Wat maakt het nou uit? Het gaat er toch om dat je als trainer/coach het beste uit je spelers haalt? Of dat nou in de hoogste klasse is of in de kelderklasse: je moet er één team van maken. Dat krijg je niet voor elkaar door dit soort uitspraken. Maak het niet te zwaar, maar benoem het wel om zo bewustwording te creëren. Leg het spel eens stil en leg uit wat iemands woorden kunnen doen met een ander. Misschien behoort iemands broer of zus ook wel tot de doelgroep.”

“We proberen tegen elkaar te zeggen dat als er iemand binnen een elftal uit de kast komt we dat met elkaar accepteren. Als diegene maar gewoon normaal blijft doen. Tuurlijk moet je de grapjes blijven houden, zoals dat je je zeep niet moet laten vallen in de douche. Dat moet gewoon blijven en kunnen. Het moet geen panische situatie worden.”

“Als diegene maar gewoon normaal blijft doen, heeft hij/zij hiervoor dan raar gedaan? Vaak wordt er ineens raar gedaan over bijvoorbeeld het douchen. De beeldvorming bij de hetero’s is ook vaak eenzijdig. Alsof alle LHBTI’ers altijd maar aan iedereen zitten tijdens het douchen. Je merkt dat er vaak nog zoveel onwetendheid is. De vooroordelen en de stereotyperingen proberen we in de workshops weg te nemen door ze expliciet te benoemen. Vaak zien we dat dit werkt.”

“Ik vind dat de norm bepaald moet worden door de groep die het vervelend vindt, in dit geval de roze doelgroep. Die moeten aangeven als zij homograppen niet leuk vinden.”

“Dit is natuurlijk veel te makkelijk. Hoe durf je dat te vragen aan jongeren? Vaak zie je binnen teams grappen worden gemaakt omdat de veronderstelling heerst dat er geen LHBTI’ers aanwezig zijn. Maar vaak is deze doelgroep onzichtbaar. Het kan iedereen kwetsen zonder dat je het door hebt. Ik vind de gedachte dat je over iedereen grappen kan maken zolang ze er niet bij zijn dan ook behoorlijk kort door de bocht. Vaak trekken LHBTI’ers zich in hun eigen wereld terug. Dan zijn ze niet zichtbaar. Het maken van grappen, de onzichtbaarheid en die norm, dat is een cirkeltje, dat blijft in stand. Het is erg lastig om daaruit te stappen. Zorg als vereniging voor openheid binnen de verenging.”

“Het bestuur moet gewoon zeggen wat wel of geen gewenst gedrag is binnen onze vereniging. Daar moeten we elkaar gewoon op aanspreken. Aan het begin van het seizoen is het bestuur verantwoordelijk voor hoe we met elkaar omgaan. In de regels moet dit ook worden meegenomen.”  

“Hier ben ik met mee eens. Het is belangrijk dat verenigingsbestuurders LHBTI-acceptatie integreren in de beleid en gedragsregels van de verenging. Maar het aanspreken op ongewenst is nog wel belangrijker. Dit heeft wel tijd nodig. Tijdens trainersbijeenkomsten of tijdens een ALV (Algemene Ledenvergadering, red.) kan het bestuur hier zich wel over uitspreken. Maar ook op het moment dat er nieuwe trainers worden aangenomen, is het goed om te benoemen dat er niet wordt gescholden met het woord homo. Spreek als bestuurder ook de ouders langs de lijn aan op ongewenste uitspraken.”

“De vertrouwenscontactpersoon heeft bij het stimuleren van LHBTI-acceptatie een heel belangrijke rol in de samenwerking met de trainers.”

“Klopt, de vertrouwenscontactpersoon is bij dit thema ontzettend belangrijk. Het is wel belangrijk dat deze persoon goed zichtbaar is, dus dat de leden en ouders hier een gezicht bij hebben. Vaak zie je dat deze persoon soms wordt vermeld op de website met een foto, maar dit is vaak nog niet voldoende. De vertrouwenscontactpersoon zou af en toe bijvoorbeeld ook kunnen aansluiten bij een trainingsbijeenkomst of zich aan het begin van het seizoen laten zien bij een aantal teams. Maar ook de trainer kan een bepaalde vertrouwenscontactpersoon zijn die af en toe eens aan zijn spelers/speelsters vraagt of alles nog goed gaat. Dat kan ook de persoon zijn waarbij de sporters wél uit de kast durven te komen. Iedereen zoekt toch zijn eigen vertrouwenscontactpersoon.”
Wat wij verenigingen altijd meegeven is om te proberen om aan leden te vragen wat de reden is dat ze stoppen. Als iemand altijd enthousiast is geweest en iemand wordt stiller en komt op den duur niet meer opdagen, stel je als bestuur jezelf dan de vraag wat er aan de hand is. Juist dat stukje interesse is voor je ledenbehoud heel belangrijk.
En tot slot: LBHTI-acceptatie speelt niet alleen in Rotterdam, maar in heel Nederland. Sport is een terrein waar je gewoon jezelf moet kunnen zijn. Die geestelijke gezondheid is zo belangrijk. Een sportvereniging kan je veel geven, maar je moet het wel met ze allen doen.”

Ondersteuning

De John Blankenstein Foundation biedt trainingen aan voor trainers/coaches en spelers vanaf 15 jaar. Kijk hier voor informatie over de workshops. Verder kunnen verenigingen die vragen hebben over dit thema of hiermee aan de slag willen terecht bij Rotterdam Sportsupport via Carmen Barranco (c.barranco@rotterdamsportsupport.nl / 010 24 29 315). Samen kijken we met zorg naar de best passende oplossing en betrekken waar nodig partnerorganisaties als de John Blankenstein Foundation, RADAR Rotterdam en/of de KNVB. 

Eerder verschenen artikelen:

Heb je vragen over het onderzoek? Neem dan contact op met Pepijn Geldof via p.geldof@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010-24 29 315. De scriptie kun je hier downloaden of door te klikken op de button in het informatiemenu.

Ineke Kalkman

Ineke Kalkman

projectleider Veilige sportverenigingen met sterke jeugdafdelingen

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Fieke de Goede

Fieke de Goede

projectleider Meer volwassen Rotterdammers met een gezondheidsachterstand blijvend in beweging