Het voetbalklimaat bij LMO is tegenwoordig veilig. Niet langer zijn er regelmatig geweldsincidenten op en rond de velden. Hoe lukte dat?

Spelers en teams die betrokken raakten bij vechtpartijen, waarna dikwijls een straf door de KNVB volgde. Bij LMO oordeelde men een aantal jaren geleden dat het de hoogste tijd was voor een ommekeer. Linker Maas Oever zette de schouders eronder en deed ook zijn voordeel met de Rotterdamse Aanpak Veilig Voetballen, een initiatief van Rotterdam Sportsupport en de KNVB.

Michel Collet is sinds 2012 jeugdvoorzitter aan de Smeetslandseweg. Hij vertelt over de zes stappen die de vereniging zette op weg naar een veilig voetbalklimaat.

Stap 1: discussie aanzwengelen
‘Het is belangrijk normen en waarden onder de aandacht te brengen bij de leden. Niet tijdens een algemene ledenvergadering, want die wordt doorgaans niet zo goed bezocht, maar door te praten over zaken die je concreet ziet gebeuren op en rond de velden. Ga de discussie niet uit de weg. Soms wordt een scheld- of vechtpartij bijvoorbeeld vergoelijkt met de opmerking ‘Voetbal is emotie’. Dan is mijn reactie: ‘Jazeker, voetbal is emotie, maar schelden, geweld plegen en vernielingen aanrichten zijn onacceptabel’.

Aan de hand van incidenten in de dagelijkse verenigingspraktijk hebben we steeds weer duidelijk gemaakt wat wel en niet normaal is. Soms toonde ik daders zelfs foto’s van voorvallen. Dat is niet altijd op prijs gesteld. Maar de inspanningen hebben geloond, want binnen de vereniging is nu een brede acceptatie van het feit dat je kunt worden aangesproken op ongewenst gedrag.’

Stap 2: goede afspraken met het bestuur
‘Het bestuur verzocht mij jeugdvoorzitter te worden. Ik heb ‘ja’ gezegd onder de voorwaarde dat ik de vrije hand kreeg om een aantal zaken te reorganiseren. Het ging onder meer om het thema ‘normen en waarden’. Dankzij die afspraak met het bestuur had ik toestemming voor de maatregelen die ik trof en was het niet nodig telkens overleg te voeren met het bestuur.’

Stap 3: beleid en commissie
‘In deze fase is de basis gelegd voor de latere uitvoering. Zo is een normen- en waardencommissie opgericht en zijn normen en waarden geformuleerd. We hebben ook aannamebeleid van trainers opgesteld. Verder zijn cursussen aangeboden aan de trainers en scheidsrechters (zie stap 4 en 6 , red.) en hebben we contact gezocht met een pedagogisch adviseur van Rotterdam Sportsupport.’

Stap 4: uitvoering
‘Bij deze stap hebben we bijvoorbeeld op basis van het aannamebeleid voor trainers aan de bestaande trainers gevraagd het normen- en waardenbeleid te onderschrijven. Konden zij zich vinden in de gedragsregels?

Van sommigen veranderde de houding niet. Hun benadering van spelers was bijvoorbeeld niet goed: opjutten, uitschelden, noem maar op. Van hen hebben we afscheid genomen. Bij anderen zijn we erin geslaagd de betrokkenheid om te buigen in positieve betrokkenheid. Potentiële nieuwe trainers vragen we vanzelfsprekend ook zich te committeren aan de gedragsregels.

Sinds het seizoen 2015/2016 hanteert LMO ook actief beleid op het gebied van Verklaringen Omtrent het Gedrag (VOG’s). Alle trainers en mensen die met de jeugd in aanraking komen, dienen een VOG te overleggen. Dankzij NOS*NSF kan een VOG kosteloos worden aangevraagd en moeten de vrijwilligers alleen accorderen met hun DigID. Een VOG biedt geen garantie tegen onveiligheid, maar de bereidheid om hieraan mee te werken, versterkt naar onze mening wel het bewustzijn omtrent de gedragsregels.

Een training verzorgen houdt meer in dan anderhalf uur aandacht geven aan voetbal. Didactische en pedagogische vaardigheden zijn ook van groot belang. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat de spelers hun aandacht erbij houden wanneer je iets uitlegt? Dat is zeker een aandachtspunt bij puberende leden. We hebben trainers de kans gegeven zich te verbeteren op dit vlak. Pedagogisch adviseur Judith van Dijk heeft adviezen gegeven. Zij observeerde bijvoorbeeld trainers tijdens hun omgang met de groep, waarna ze suggesties deed.

In maart 2014 woonde Judith een training bij. Op basis daarvan is twee maanden later tijdens een driedaagse trainerscursus voor alle trainers ook aandacht besteed aan: hoe om te gaan met ‘lastige’ ouders en/of kinderen? Verder trad Judith voor mij in die periode veelvuldig op als sparringpartner om te komen tot ons huidige beleid omtrent veilig voetbal. In maart 2015 was een LMO-junior betrokken bij een vechtincident na een wedstrijd. Judith heeft ons daarna ook begeleid, waarbij onder meer aandacht is besteed aan alle factoren die mogelijk hebben geleid tot deze gebeurtenis. Het doel hiervan was herhaling te kunnen voorkomen. En in april 2016 heeft Judith een bemiddelingsgesprek gehouden tussen LMO D3 en Victoria ‘04 D3 na een incident waarbij een ouder van Victoria ‘04 was betrokken.’

Stap 5: beleid aanname leden
‘Wij streven ernaar dat leden en hun ouders zich sterk betrokken voelen bij de vereniging. Het lidmaatschap van LMO is niet iets vrijblijvends. Zo moet je een goede reden hebben om je af te melden voor een training of wedstrijd. En van ouders verwachten we bijvoorbeeld dat ze regelmatig hun kind en een aantal teamgenoten naar een uitwedstrijd brengen.

Hiervoor hebben we aannamebeleid opgesteld. Kinderen die lid willen worden, doen allereerst mee aan selectietrainingen, zodat we kunnen inschatten of ze een positieve instelling hebben. Zo hebben we hier een jongen die te zwaar is voor zijn leeftijd en mede daardoor niet heel goed uit de voeten kan op het veld. Maar hij heeft een goede inzet en is altijd positief. Prima dus. Het tweede onderdeel van het aannamebeleid is een gesprek met de ouders om hun betrokkenheid te beoordelen.’

Stap 6: cursussen aanbieden aan spelers, trainers en scheidsrechters
‘We stellen onze trainers in de gelegenheid de KNVB-cursus Jeugd Voetbal Trainer Coach (JVTC) te volgen. Het doel is dat tachtig tot negentig procent het diploma haalt. Verder krijgen de verenigingsscheidsrechters de kans zich verder te bekwamen met behulp van een cursus. En over scheidsrechters gesproken: onze B-junioren zijn verplicht regelmatig een pupillenwedstrijd te leiden. Daarvoor hebben ze hun spelregelbewijs moeten halen. We streven er nu naar dat ook alle tweedejaars C-junioren dit doen.

We merken dat al deze initiatieven leiden tot grotere binding met de club. Een voorbeeld? In 2016 heeft een sponsor het mogelijk gemaakt dat de B-junioren verenigingskleding kregen. Daardoor ogen ze uniform en representatief. We hebben de jongens wel twee voorwaarden gesteld: het spelregelbewijs halen en daarna arbiter zijn bij pupillenwedstrijden. Toen in 2017 de tijd van scheidsrechteren was aangebroken, ontstond er wat weerstand. Sommigen hadden er eigenlijk geen zin in. We hebben iedereen herinnerd aan de afspraken. En wat zien we nu? De meesten blijken het heel leuk te vinden. Zo beleven ze nóg meer plezier bij LMO.’

De Rotterdamse Aanpak Veilig Voetballen gaat ook gepaard met Platformbijeenkomsten. LMO is daar doorgaans vertegenwoordigd. Deelnemende verenigingen wisselen daar onder meer informatie uit over een veilig sportklimaat.

Rotterdam Sportsupport helpt niet alleen voetbalverenigingen op weg naar een Veilig sportklimaat. Andere clubs kunnen ook worden ondersteund. Meer weten over de Rotterdamse Aanpak Veilig Voetbalen of een veilig sportklimaat? Kijk hier.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedscoördinator van jouw vereniging. De gebiedscoördinator of expertadviseur lossen samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

René Biemans

René Biemans

Gebiedscoördinator Hoek van Holland, Rozenburg, Pernis, Hoogvliet en Centrum