Sportverenigingen met een exploitatievergunning hebben de mogelijkheid om ontheffingen aan te vragen wanneer ze iets organiseren wat niet helemaal binnen de exploitatievergunning valt. In dit artikel een overzicht van de mogelijkheden waarvoor je een incidentele ontheffing kunt aanvragen.
Verlaatje
In principe heeft de vereniging de mogelijkheid om van 7:00 tot 23:00 uur te exploiteren. Maar binnen de vereniging wil je soms langer doorgaan dan wat mogelijk is binnen de exploitatievergunning. Met het verlaatje kan je deze tijden dan uitbreiden. Dit verlaatje mag je maximaal 20 keer per jaar aanvragen.
Geluidje
Soms wil je als sportvereniging meer geluid maken dan toegestaan is toegestaan in de exploitatievergunning. In dit geval kun je het geluidje aanvragen. Dit kan in principe 12 keer per jaar. Wel zijn hier specifieke regels aan verbonden.
Lichtje
Sportverenigingen hebben 10 keer jaar de mogelijkheid om hun lichtmasten langer aan te laten staan. De tijdelijke ontheffing (voor één avond) is mogelijk van zondag tot en met donderdag tot 12 uur in de avond en vrijdagnacht en zaterdagnacht tot 2 uur in de ochtend.
Bijeenkomst persoonlijke aard
Soms wil je op de vereniging een bijeenkomst houden welke niet direct te maken heeft met de sport. Denk hierbij dat een lid diens verjaardag wil vieren op de club. Hiervoor is er ook een kraskaart om een ontheffing aan te vragen. Dit mag 12 keer per jaar. Let wel op dat er geen reclame voor de bijeenkomst mag worden gemaakt. Ook mag er geen sprake zijn van kaartverkoop.
Meer weten?
Ga dan naar de website van de gemeente Rotterdam.Hier vraag je ook de verlaatjes aan en vind je een overzicht van de kosten.
Contact
Heb je nog vragen? Neem dan contact op met jouw gebiedsconsulent. We helpen je graag verder!
-
Een paracommerciele instelling is een niet commerciële rechtspersoon zoals stichtingen en verenigingen die zich op de eerste plaats richten op het stimuleren van activiteiten van onder andere recreatieve en sportieve aard. De hoofdactiviteit van paracommerciële instellingen is dus nooit horeca; horeca wordt ‘erbij’ gedaan.
Paracommerciële instellingen profiteren van oneerlijke concurrentievoordelen (subsidies, vrijwilligers of een speciaal fiscaal regime). Daarom zijn gemeenten op basis van de Drank- en Horecawet verplicht om de horeca-activiteiten van dit type instellingen aan banden te leggen. Dit doen ze via de Paracommerciële Verordening. Via de verordening worden de horeca-activiteiten van deze instellingen ingeperkt, met name de schenktijden en de zogenaamde ‘feesten van persoonlijke aard’. Op deze manier ondervindt de reguliere horeca geen oneerlijke concurrentie van dit type organisaties. Sportkantines zijn dus paracommeciële instellingen.