Wij maken gebruik van cookies om jou zo goed mogelijk van dienst te zijn. Er wordt niks persoonlijks opgeslagen of gedeeld met derden.Privacy beleid
CoachConnenction010 live: hét online platform voor trainers, coaches en begeleiders!
Ben jij een trainer, coach of begeleider in Rotterdam en wil je meer halen uit je trainingen? Zoek je contact met andere trainers om kennis te delen en samen te leren? Rotterdam Sportsupport lanceert met trots CoachConnection010, een uniek online platform speciaal voor trainers en coaches. Hier kun je ervaringen uitwisselen, kennis opdoen en handige tools gebruiken om jouw trainingen te verbeteren.
Wat is CoachConnection010?
CoachConnection010 is een online leeromgeving die trainers en coaches van sportverenigingen in Rotterdam helpt. Of je nu tips zoekt over leeftijdsspecifieke kenmerken, wil discussiëren over lastige situaties op het veld of toegang wil tot factsheets over belangrijke pedagogische thema’s binnen de sport; de community CoachConnection010 heeft het!
CoachConnection010: hét online platform om ervaringen uit te wisselen, kennis op te doen en handige tools te gebruiken om jouw trainingen te verbeteren.
Wat kun je verwachten van CoachConnection010?
Kom in contact met andere Rotterdamse trainers en coaches: Stel vragen, deel ervaringen en werk samen aan oplossingen.
Oefenvormen en nieuwe inzichten over trainerschap: Vind en bespreek nieuwe manieren om jouw sporters te trainen en te motiveren, gericht op een specifieke leeftijd of doelgroep.
Handige tools en downloads: Download factsheets en andere nuttige informatie over onderwerpen als leeftijdsspecifieke kenmerken, coaching en de 4 inzichten over trainerschap.
Agenda: Overzicht met trainingen, bijeenkomsten en workshops van Rotterdam Sportsupport en samenwerkingspartners.
Trainers en coaches hebben binnen de vereniging de grootste invloed op de ontwikkeling van kinderen en het sportplezier dat zij ervaren.
Hoe werkt het?
Het platform is gemakkelijk te gebruiken via Huddle, een Nederlandstalig Learning Management Systeem (LMS). In de gratis mobiele app of webomgeving van Huddle maak je makkelijk en snel een account aan. Wil jij ook onderdeel worden van onze community? Klik dan op de onderstaande button en maak een account aan!
Let op! Na het aanmaken ontvang je binnen 48 uur een bericht met de vraag om je profiel te voltooien. Na het voltooien van je profiel wordt het volledige kanaal zichtbaar en kun je berichten plaatsen.
Vragen?
Neem dan contact op met Frank Vermeulen via f.vermeulen@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010 24 29 315. Hij is de communitymanager en helpt je graag verder!
Frank Vermeulen, communitymanager van CoachConnection010.
Waarom investeert Rotterdam Sportsupport in Rotterdamse trainers en coaches?
De jeugd is de toekomst! En trainers en coaches hebben binnen de vereniging de grootste invloed op de ontwikkeling van kinderen en het sportplezier dat zij ervaren. Het hebben van plezier is belangrijk weten we uit ervaring en onderzoek; kinderen die plezier hebben blijven langer sporten en groeien dus gezonder op.
Plezier wordt niet alleen bepaald door de sporttechnische inhoud van een training, maar juist ook door het pedagogisch klimaat op de vereniging en de pedagogische en didactische vaardigheden van trainers en coaches. Rotterdam Sportsupport ondersteunt en stimuleert zowel Rotterdamse bestuurders als trainers en coaches om hun belangrijke rol hierin te vervullen.
Minder toewijding om te sporten: dít kan jouw vereniging doen om pubers te binden
In de groep jongeren tussen 13 en 18 jaar is een belangrijke negatieve verschuiving gaande als het gaat om sportcommitment (toewijding om te sporten). Dit blijkt uit een onlangs gepubliceerd onderzoek van NOC*NSF over het sportgedrag binnen Nederland. Wat kan jouw vereniging doen om pubers aan je vereniging te binden?
In het onderzoek spreekt de sportkoepel over de verschillende ‘commitment levels’, oftewel: het niveau waarop iemand zich toewijdt aan sport. Zo verschilt het per individu hoeveel die persoon kan, wil en daadwerkelijk gaat sporten. Het onderzoek identificeert zes soorten ‘commitment levels’: de onverschillige en de probleemdenker (weinig commitment), twijfelaar en volger (gemiddeld commitment) en ten slotte, bereidwillige en ambassadeurs (veel commitment). Uit de cijfers blijkt dat in de groep jongeren tussen de 13 en 18 jaar slechts 44% sport met veel commitment. In de leeftijdsgroep 6 jaar 12 jaar is dit nog 62%. Dit laat zien dat vanaf 12 jaar de toewijding om te sporten sterk afneemt.
Drijfveren en drempels
NOC*NSF deed ook onderzoek naar de drijfveren en de drempels die pubers stimuleren of juist weghouden bij het sporten. De drijfveren om te sporten bij een verenigingen die genoemd worden: het past in het leven van de sporter of veel vrienden zijn lid bij de verenigingen. Daartegenover staan de drempels: andere hobby’s dan sport, het sporten bij een vereniging is te duur. Ook worden de vaste trainingstijd en -dagen benoemd als lastig, net als de wedstrijddagen. Ouders en vrienden zijn voor de puberdoelgroep een inspiratie om te gaan en blijven sporten.
In eerdere artikelen kwamen we al met drie succesfactoren voor het behouden van pubers. In dit artikel lichten we weer drie andere factoren toe die invloed hebben op of belangrijk zijn voor pubers om bij een vereniging te sporten.
1) Communicatie
Communiceer direct met de jeugdleden. Informatie over de wedstrijden, uitslagen en trainingen verloopt vaak nog via ouders/verzorgers. Jongeren zijn zo afhankelijk van hun ouders om deze informatie te ontvangen. Uit meerdere Keep Youngsters Involved sessies blijkt dat jongeren graag directe communicatie hebben met de vereniging. Op deze manier weten zij zeker dat ze alle informatie ontvangen en kunnen ze zelf de wedstrijduitslagen en indelingen bekijken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een WhatsApp-groep waarin de trainer alle informatie deelt. Vaak bestaan er al onderlinge WhatsApp-groepen waar een coach in kan aansluiten. Dit geeft ook de mogelijkheid voor jeugdleden om te reageren op mededelingen of mee te denken met de indeling van de training. Wees ook creatief in de communicatie. Instagram en Tiktok spreken de jeugd meer aan dan een nieuwsbrief of Facebook.
Wil jouw vereniging weten hoe dit er precies uit kan zien voor jullie jeugdleden? De Keep Youngsters Involved sessie geeft inzicht in de behoeftes en ideeën van de pubers op de vereniging.
2. Betrek jongeren
In een eerder artikel beschreven we al hoe belangrijk autonomie is voor jongeren. Gehoord worden en meepraten, dat vinden ze belangrijk. Het betrekken van pubers in de besluitvorming binnen de club verbetert ook de verbinding met de club. Aanvullend is het belangrijk om de jongeren in het vervolg van de besluitvorming ook een plek te geven in de uitvoering hiervan. Dit creëert eigenaarschap. Door de pubers als het ware ‘eigenaar’ te maken van hun eigen evenement of onderdeel, zullen zij gemakkelijker betrokken zijn bij het onderwerp. Daarnaast zijn pubers vaak ook bereid om te helpen wanneer dit direct aan hen wordt gevraagd. Een mooi voorbeeld is het verhaal van de jeugdcommissie van Tempo 34. Eerder verscheen er al een video en interview met drie commissieleden. Wij zien dit als een inspirerend praktijkvoorbeeld hoe verenigingen hun jongeren een stem kunnen geven en kunnen betrekken in de organisatie binnen de vereniging.
3. Rolmodel (functie trainer)
Een gratis T-shirt, een leuke clinic, een uitnodigende flyer. Dit zijn vaak de ingrediënten die ervoor zorgen dat jongeren geïnteresseerd raken in de sport of sportvereniging. De trainer is in veel gevallen echter de voornaamste reden dat jongeren ook daadwerkelijk blijven sporten. Een goede trainer bewaakt de cultuur en sfeer in de groep, bewaakt de normen en waarden, zorgt voor veiligheid (of niet) en biedt een luisterend oor. De trainer bepaalt ook voor het grootste deel hoe de sporters zich voelen: vertrouwen in zichzelf, gevoel van waardering, gezien en gehoord worden, het gevoel dat ze zich ontwikkelen. Kortom, de trainer bepaalt voor een groot deel hoe gemotiveerd de jongeren zijn om te blijven. Hoe sterker en positiever de relatie is tussen trainer en sporter, hoe groter de kans is dat ze blijven sporten. De relatie tussen trainer en sport wordt nog vaak onderschat. Het goede nieuws? Je kunt als vereniging heel veel invloed uitoefenen op deze succesfactor. Waar de agenda van de jongeren, de andere verleidingen en het kostenaspect ver buiten je invloedssfeer liggen, kun je er wél voor zorgen dat de juiste trainers voor deze groepen staan of ervoor zorgen dat deze trainers werken aan hun “social-skills”.
Dit was slechts een kleine introductie voor het thema ‘rolmodel’ en de functie van de trainer. In onze vorige podcast hadden we het ook al over de rol van de trainer. De trainer/sporter-relatie is zo belangrijk in de ervaring van een (jeugd)lid, dat dit onderwerp meer verdieping vraagt. In de nabije toekomst zullen we hier dan ook verder op ingaan in de vorm van een nieuwe podcast. Houd onze website en de socials in de gaten!
Iedere dag overlijden er in Nederland vijf mensen aan zelfmoord
De cijfers liegen er niet om; de Nederlandse jongeren hebben het mentaal steeds zwaarder. Ieder jaar stijgen de cijfers óf blijven de cijfers van suïcide onder jongeren gelijk t.o.v. een jaar eerder. Zeker de eenzaamheid tijdens de coronacrisis heeft de jongeren geen goed gedaan. Iedere dag overlijden er in Nederland vijf mensen aan zelfmoord. Wat kun je als vereniging betekenen voor jongeren die worstelen met suïcidale gedachten?
Het verenigingsleven is belangrijk voor ‘echt’ contact!
Sociale contacten en de bevestiging van leeftijdsgenoten zijn voor jongeren heel belangrijk. Het geeft meer realiteitszin dan veel zaken die zij online tegenkomen, waar eerder een ideaalbeeld wordt geschetst dan de realiteit. Jongeren hebben zich hier aan vastgehouden tijdens de coronacrisis, waardoor het zelfbeeld lager is geworden. Er wordt niet voldaan aan het beeld dat social media schetsen. Het is voor jongeren hun waarheid geworden. Dit is waar zij (in hun ogen) aan moeten voldoen. Lees hier meer over de invloed van social media op het zelfbeeld van jongeren.
Op de vereniging kunnen jongeren weer ‘echt’ communiceren met elkaar. Daarom zijn de sport- en scoutingverenigingen zo belangrijk voor deze doelgroep. Als bestuurder of trainer kun je wellicht (zorg)signalen herkennen wanneer jongeren in contact zijn met elkaar of met jou bij aanwezigheid op de vereniging. Maar juist ook de afwezigheid kan iets zeggen.
Wat te doen bij (vermoedens van) gedachten aan suïcide?
Het allerbelangrijkste om te weten: vragen naar de gedachten helpt. Het is een onderwerp dat erg zwaar is en wat men ook uit de weg kan gaan om deze reden. Echter, het blijkt dat het onderwerp bespreekbaar maken ertoe kan leiden dat deze persoon zijn of haar gedachten uitspreekt, waardoor je iemand verder kunt helpen. Jouw reactie is daarbij ook van belang. Oordeel niet, maar vraag uit waardoor het komt dat deze gedachten spelen. Vervolgens kan een gevoelsreflectie helpen, waardoor degene zich gehoord voelt in zijn/haar gevoel en gedachten.
Bij het onderwerp suïcide raden wij aan altijd contact op te nemen met 113 zelfmoordpreventie. De hulpverleners zijn professionals op dit zeer gevoelige onderwerp. Daarnaast kan Rotterdam Sportsupport jou verder helpen met hoe je hiermee omgaat. Vragen hierover? Neem dan contact op met jouw gebiedsconsulent. We helpen je graag verder!
Dít kan jouw vereniging doen om jeugdleden te werven!
Leden vormen de vereniging en leden zijn de belangrijkste ambassadeurs van je vereniging. Deze groep behouden is een uitdaging, maar nieuwe leden werven is wellicht een nog grotere uitdaging. Wil jouw vereniging al bij de jongste jeugd beginnen met werven? Dan helpen we je hier graag bij! Van vindplaatsen voor jeugd en het leggen van contact met ouders/verzorgers tot nazorg: in deze flyer leer je stapsgewijs hoe jouw club jeugdleden kan werven.
Leden vormen de vereniging en leden zijn de belangrijkste ambassadeurs van je vereniging. Deze groep behouden is een uitdaging, maar nieuwe leden werven is wellicht een nog grotere uitdaging. Wil jouw vereniging al bij de jongste jeugd beginnen met werven? Dat kan bijvoorbeeld door het organiseren van een event. Van voorbereiding en evenementdag tot vervolgaanbod: in deze flyer lees je stapsgewijs hoe je dit kunt aanpakken.
Structureren, stimuleren, individuele aandacht geven en regie overdragen. Dat zijn vier belangrijke kernkwaliteiten voor trainers en coaches. Tijdens deze cursus krijgen trainers handvatten om hun sporters beter te begeleiden en een inspirerende en veilige sportomgeving te creëren.
Zet jouw ervaring in om trainers beter te maken! Als trainersbegeleider ondersteun je de train(st)ers door trainingen te bezoeken en feedback te geven. Met deze training leer je de vaardigheden om jeugdtrainers te begeleiden binnen jouw vereniging.
Staat jouw hulpvraag niet tussen het aanbod op onze pagina? Voor al je overige vragen zoals bijvoorbeeld één-op-één begeleiding voor een trainer of het meelezen op jullie waarden- en normenbeleid kun je op deze pagina terecht.
Wil jij aan de slag met n teambuilding? Een respectvolle en veilige teamsfeer binnen je team en wil jij ervoor zorgen dat ieder kind in je team zichzelf kan en mag zijn? De Omarm Rotterdam vragenkaartjes zijn dan de perfecte invulling. De kaarten bieden een tool om een écht gesprek aan te knopen met sporters over hoe we op een respectvolle manier met elkaar omgaan en een ijzersterk team vormen.
Een teruggetrokken jeugdlid, kinderen die regelmatig geen gepaste of passende sportkleding hebben of structureel onder grote druk lijken te staan. Zorgsignalen op de vereniging gaan verder dan alleen fysieke klachten, zoals blauwe plekken of lichaamswonden. In deze training leer je als clubvrijwilliger zorgsignalen op een laagdrempelige wijze te herkennen.
Misdragingen op of langs het veld of in de zaal, vermoedens van seksueel misbruik of ander grensoverschrijdend gedrag. Het kan bij elke sportvereniging gebeuren, ook al heb je hier al goed beleid op. Tijdens deze training gaan we in op de verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag, hoe je dit herkent en hoe je vervolgens in deze situaties kunt handelen.
Eén trainersvisie voor de jeugdafdeling van je sportvereniging geeft richting en zorgt voor eenduidigheid. Hiermee gaat de kwaliteit van je jeugdopleiding omhoog. Trainers met elke een eigen visie zorgt voor verwarring en kan belemmerend werken op de ontwikkeling van sporters. In een sessie van 1,5 uur maken we met elkaar op een interactieve manier een aanzet voor de trainersvisie.
Als vertrouwenscontactpersoon (VCP) ben jij binnen de sportvereniging hét aanspreekpunt voor iedereen met vragen of zorgen over spelers, ouders of andere vrijwilligers. In deze cursus leiden we vrijwilligers op tot vertrouwenscontactpersoon (VCP) binnen de sportvereniging. We bieden twee verschillende trainingen tot VCP’er aan. Eén is gericht op verenigingen met jeugdleden en de ander op verenigingen met volwassenen leden.
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over samenwerkingen met naastgelegen sportverenigingen en de kansen die hier liggen voor jeugdafdelingen.
Luister de column hier
Of lees de column hier
“In de eerste week van maart is de zesde cursusreeks van de Trainersbegeleiding ‘Coach de Coach’ begonnen. Een cursus die ik samen met mijn collega’s mag verzorgen. Op dit moment is de cursus (nog) een online variant met deelnemers van verschillende sporttakken, wijken en verenigingen in Rotterdam.
Kennismaking
Na iedere cursus krijg ik weer de bevestiging dat we allemaal geconfronteerd worden met dezelfde uitdagingen. Ik zie veel gelijkenissen, ongeacht sporttak, wijk of vereniging. Ook jouw vereniging is een mini-maatschappij, op een vaak afgeschermd terrein, waar alleen mensen binnenkomen die dezelfde passie delen. Deze gedeelde passie – liefde voor de sport, het gemeenschapsgevoel en de wil om een maatschappelijke bijdrage te leveren – is waarover veel wordt gesproken binnen verenigingen. Doordat we dagelijks met diverse groep mensen te maken hebben, levert dit ook uitdagingen op. En deze uitdagingen kunnen niet altijd direct worden opgelost met de kennis en expertise binnen de eigen vereniging.
“Rotterdam telt maar liefst 351 sportverenigingen. Dit betekent dat in veel gevallen er nog een andere sportvereniging naast jouw vereniging is gehuisvest. Ben je hier weleens op bezoek geweest voor een kennismaking?”
Stephan Vos
Rotterdam telt maar liefst 351 sportverenigingen. Dit betekent dat in veel gevallen er nog een andere sportvereniging naast jouw vereniging is gehuisvest. Ben je hier weleens op bezoek geweest voor een kennismaking? Heb je weleens een gesprek gevoerd over de manier waarop jullie elkaar kunnen versterken? In je eigen straat vraag je soms ook aan je buren of je iets kunt lenen. Of je neemt een pakketje van elkaar aan.
Samenwerking
In de cursusreeks Trainersbegeleiding ‘Coach de Coach’ hebben twee clubs elkaar bijvoorbeeld gevonden om de scheidsrechterscommissie goed in te vullen. Ook staan voetbaltrainers in de turnzaal om jeugdtrain(st)ers te voorzien van tips. Het is dus enorm waardevol om eens bij je buren te gluren en te ontdekken wat zij kunnen bijdragen aan jouw vereniging. Zolang je zelf openstaat voor hulp, staat de andere vereniging vaak ook open om jouw club te helpen en om wellicht jouw hulp in te schakelen.
“Een gedeelde passie – liefde voor de sport, het gemeenschapsgevoel en de wil om een maatschappelijke bijdrage te leveren – is waarover veel wordt gesproken binnen verenigingen.”
Stephan Vos
Mijn advies: schroom niet om het contact op te zoeken met je naastgelegen sportverenigingen. Doe er je voordeel mee. Misschien ontstaat er wel een vruchtbare samenwerking tussen beide jeugdafdelingen. Vanuit Rotterdam Sportsupport kunnen we altijd helpen om dit contact op gang te brengen.
Beter een goede buurt dan een verre vriend luidt het gezegde, toch?”
“Het topje van de ijsberg: probeer eens verder te kijken”
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Romy over het zichtbare topje van de ijsberg en hoe onwenselijk gedrag van jonge sporters niet altijd is wat het lijkt.
Luister de column hier
Of lees de column hier:
“Je kent de uitdrukking of de afbeelding ‘het topje van de ijsberg’ vast wel. Je ziet alleen wat er aan de oppervlakte zichtbaar is, maar je ziet niet wat er allemaal onder zit of nog gaat komen. Dit model gebruik ik ook graag als het gaat om gedrag van spelers. Ik ga dit duidelijk maken aan de hand van twee voorbeelden: één die recentelijk ter ore is gekomen en de ander die ik in mijn beginjaren als pedagoog voorbij heb zien komen en mij heeft gemotiveerd om binnen de sport aan de slag te gaan. Natuurlijk zijn deze voorbeelden geanonimiseerd.
Gedrag
Tom (15 jaar) kan goed voetballen, speelt altijd in het eerste team. Tom is erg druk en naar zijn trainer luistert hij vaker niet dan wel. Tom is al drie keer geschorst omdat hij betrokken was bij opstootjes tijdens een wedstrijd. Tijdens zijn laatste schorsing kreeg hij vanuit de club zijn laatste waarschuwing: als hij zijn gedrag niet zou veranderen is hij niet meer welkom op de club. Je voelt ‘m waarschijnlijk al aankomen: drie weken later was Tom opnieuw betrokken bij een opstootje en ontving hij zijn vierde rode kaart.
“Gedrag kan zoveel verschillende oorzaken hebben. Kijk verder dan alleen naar het gedrag dat aan de oppervlakte te zien is en investeer in de vertrouwensband met jouw spelers
En dan hebben we de 13-jarige Amir, een rustige en talentvolle basketballer. Als hij aanwezig is doet hij goed mee, maar die aanwezigheid is een probleem. Amir is vaak afwezig, zonder dat hij iets laat weten. Hij vergeet met enige regelmaat zijn spullen of is net een paar minuten te laat. Gedrag dat volgens zijn trainer niet bij een topspeler hoort. Hij vindt hem lui en ongemotiveerd en waarschuwt Amir herhaaldelijk dat anderen staan te trappelen om zijn plaats in te nemen.
Bron: www.prevented.nl
Verschuiven
Op basis van hun gedrag zijn ze door de club uit hun team gezet: Amir een team lager en Tom is helemaal niet meer welkom op de club. Nu hoor ik je denken: maar dit gedrag kan toch ook niet?! Dat klopt, het is onwenselijk gedrag, maar met het verwijderen van deze jongens los je het probleem niet op, je verschuift het. Naar een ander team, een andere vereniging of naar de straat. Bovendien help je de jongens er niet mee, want vaak zit er zoveel achter het gedrag dat spelers vertonen.
Hoe zit dat dan bij deze twee spelers? Tom heeft ADHD en zijn vader is alcoholist met losse handjes. Voor Tom was de voetbalclub de plek om zijn energie en frustraties kwijt te kunnen. Deed hij dat op een juiste manier? Absoluut niet, maar door zijn situatie krijg je begrip voor zijn gedrag. Door hulp te bieden had hij dat kunnen reguleren en mee kunnen blijven draaien op de vereniging.
Oppervlakte
Amir is mantelzorger omdat zijn vader dubbele diensten draait vanwege de ziekte van zijn moeder. Als zijn vader niet thuis is, draagt Amir de zorg voor zijn moeder en zusje. Dat is een grote verantwoordelijkheid waardoor Amir te veel aan zijn hoofd heeft en hij veel vergeet. Als zijn moeder een slechte dag heeft, moet hij bij zijn zusje blijven en kan dan niet trainen.
Moraal van het verhaal: gedrag kan zoveel verschillende oorzaken hebben. Kijk verder dan alleen naar het gedrag dat aan de oppervlakte te zien is en investeer in de vertrouwensband met jouw spelers. Zodat ieder kind kan blijven sporten, ook – en juist – diegene die het zo hard nodig hebben.”
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over de non-verbale houding van coaches en het belang om je hiervan bewust te zijn.
Luister de column hier:
Of lees de column hier:
“Net z’n moeder!” Dit zeggen we vaak als we naar kinderen kijken die iets zeggen of doen dat lijkt op het gedrag van hun ouders. Kinderen kopiëren namelijk het gedrag van personen die zij als voorbeeld zien. Binnen de sportvereniging is dit niet anders. Kinderen kijken ook naar het gedrag van oudere spelers en volwassenen. Het team en de sporters die jij coacht zijn daarom jouw spiegel als train(st)er. Ben jij druk en onrustig? Dan zijn jouw sporters dat ook. Ben jij kalm, bedachtzaam en rustig? Idem dito voor jouw spelers. “Children have never been very good at listening to their elders, but they have never failed to imitate them,” zei schrijver James Baldwin ooit eens treffend.
“Kinderen kijken naar het gedrag van oudere spelers en volwassenen. Het team en de sporters die jij coacht zijn daarom jouw spiegel als train(st)er. Ben jij druk en onrustig? Dan zijn jouw sporters dat ook.
Non-verbale houding
Het is dus belangrijk dat je je ervan bewust bent wat je non-verbaal uitstraalt naar je sporters. Hieronder heb ik een aantal voorbeelden van lichaamstaal en -houdingen beschreven. Denk er eens goed over na:
Armen over elkaar (straalt een gesloten houding uit).
Armen in de zakken (doet lijken alsof je ongeïnteresseerd bent).
Armen achter de rug (lijkt betweterig).
Schouders naar voren of achteren (kan het verschil uitstralen tussen zelfvertrouwen of onzekerheid).
Kin omhoog of omlaag (lijkt of niemand jou iets hoeft te vertellen).
Fronsen (lijkt op boosheid).
Grote of kleine ogen (kan aandacht of nieuwsgierigheid uitstralen).
De manier hoe je je benen positioneert (kunnen bescheidenheid uitstralen of juist weer betrokkenheid).
Stel jezelf nu eens de volgende vraag: past mijn non-verbale houding bij wat ik verbaal aan mijn sporters wil laten horen? Bij de bovenstaande voorbeelden heb je ongetwijfeld al bepaalde gedachten gevormd. Maar klopt dat wat jij ervan vindt altijd met wat de ander bedoelt? Is dat wat je als trainer in lichaamstaal- en houding uitstraalt ook hetgeen wat je wil uitstralen op je spelersgroep?
Niet iedere trainer is zich bewust van het effect van zijn of haar non-verbale communicatie. De sportvereniging is verkleinde maatschappij. We vinden allemaal wel iets van elkaar en delen dit ook met clubgenoten. Er wordt dan ook veel over elkaar gesproken in plaats van mét elkaar. Wanneer je mét elkaar praat en vraagt naar de non-verbale houding van de andere persoon, kom je er wellicht achter waarom iemand die houding aanneemt. Misschien is er wel iets gebeurd op het werk, speelt er iets in de thuissituatie of kiest iemand bewust voor een specifieke houding om een bepaald effect te creëren?
Bespreekbaar
Wat iemand non-verbaal uitstraalt, is niet altijd hoe de ander zich op dat moment ook daadwerkelijk voelt of wil voelen. Als je non-verbale uitstraling hebt die niet past bij je persoonlijkheid, prikken sporters daar vroeg of laat doorheen. Het is dus van belang dat je bewust bent van jouw houding en dat je dicht bij jezelf blijft. Wat straal je uit op jouw sporters, wil je dat ook uitstralen? En zo ja, waarom en met welk doel? Maak je non-verbale houding bespreekbaar zodat je niet over elkaar maar mét elkaar praat.
“Geef jonge sporters gedurende het seizoen de ruimte om zichzelf te ontwikkelen”
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over de ontwikkeling van jonge sporters waarbij in zijn ogen niet het resultaat maar het proces leidend moet zijn.
Beluister de column hier:
Of lees de column hier:
“In mijn omgeving krijg ik soms de vraag waarom ik trainer ben geworden. Vaak stel ik dan een tegenvraag: waarom ben ik ooit gaan voetballen? Het antwoord is heel simpel: omdat ik het spelletje leuk vind en omdat ik graag met andere leeftijdsgenoten wilde sporten. Zoals bij iedere sport- en/of spelbeoefening, zal er altijd een team winnen en verliezen (of gelijkspelen). Maar om samen met je vriendjes of vriendinnetjes samen het plezier in sporten te ervaren, is voor ieder kind de belangrijkste motivatie om te beginnen met sporten.
Ontwikkeling
En juist die veilige, prettige speelomgeving moeten wij als trainers en sportvereniging creëren. Met name in de teamsporten werken verenigingen vaak met selectieteams. Dit zijn de ‘beste’ spelertjes in de ogen van één of meerdere mensen binnen de club. Zij krijgen de beste train(st)ers, beste materialen, meeste trainingsruimte, etc. De beste spelers in de ogen van de trainer spelen en dat is vaak arbitrair. Als de bondscoach van het Nederlands team een opstelling maakt, zijn we het daar ook niet allemaal mee eens. We kijken allemaal anders naar het spel. Iedereen heeft zijn eigen visie en voorkeuren.
Juist die veilige, prettige speelomgeving moeten wij als trainers en sportvereniging creëren.”
Stephan Vos –
Maar laten we even teruggaan naar de waaromvraag eerder in deze column. We sporten toch allemaal omdat we willen sporten en plezier willen beleven? Ik ben van mening dat verenigingen en de trainers ervoor moeten zorgen dat kinderen te alle tijden kunnen spelen. Tevens plaats ik ook een kritische noot naar het wisselbeleid in de jeugd van sommige bonden die het niet toestaan om terug te wisselen bij jonge leeftijdsgroepen. Zelf heb ik ooit gewerkt bij een voetbalclub in de Hoeksche Waard waar de regel was dat iedereen speelminuten moest maken. Aan het einde van het seizoen moesten de percentages van het aantal gespeelde minuten passen bij de ontwikkeling van het individu. Resultaat is hierbij niet leidend maar het proces waarin een kind met plezier zijn of haar sport kan beleven en zichzelf kan ontwikkelen. Ooit sprak ik een trainer die zei: “Ik heb een bewuste keuze gemaakt om trainer te worden van selectieteam. Daar is geen ruimte om te lachen.” Gelukkig zien we op sociale media dat er in de topsport juist met regelmaat keihard wordt gelachen, ook nog door de trainers zelf.
Lachen
Terug naar de lokale sporthal of sportvelden waar onze Rotterdamse ‘talenten’ sporten. Talent heeft iedereen en daar is deze stad erg trots op. Wij als trainers zijn dan ook verplicht om deze kinderen zichzelf te laten zijn en boven zichzelf te laten uitstijgen. Dat begint met deze kinderen zelfvertrouwen te geven, en dat moet vanuit de trainer komen. Dus speelt niet iedereen dezelfde percentages gedurende het hele seizoen? Dan hoop ik dat het gesprek gestart wordt met de clubleiding en collega-trainers. De ontwikkeling van een kind loopt immers niet kaarsrecht, maar heeft ook hobbels. Maar juist voor deze ontwikkeling moet een jonge sporters wel vaak in de situatie komen waarin hij/zij kán leren.”
Stephan Vos is verenigingsconsulent Veilig Sportklimaat bij Rotterdam Sportsupport. Al bijna twintig jaar is hij in het (Rotterdamse) voetbal actief als jeugdtrainer. Tegenwoordig coacht hij het vrouwenbeloftenelftal van ADO Den Haag. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Stephan via s.vos@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 06 22 64 02 26. Bekijk hier de eerdere vlogs van Romy & Steef.
“Kan hij nou niet één minuut stilstaan en luisteren?!”
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Romy over het omgaan met kinderen die druk gedrag vertonen.
Beluister de column hier:
Of lees de column hier:
“Je staat op het veld en na de warming-up leg je de volgende oefening uit. Eén van jouw spelers, laten we hem Daan noemen, is maar aan het wiebelen, kijkt overal naar behalve naar jou en kliert met de speler die naast hem staat. Je wordt er gek van. Kan hij nou niet één minuut stilstaan en luisteren?! In mijn periode als beginnend trainer liep ik ook ontzettend tegen het drukke gedrag van de Daans in mijn team aan. Ook wanneer ik op de velden loop en in gesprek ben met trainers valt op dat zij het vaakst moeite hebben met het gedrag van de drukke spelers. Of dit nou spelers met ADHD zijn of niet: het drukke onrustige gedrag is wat de meeste trainers vaak als storend ervaren.
Invloed
Lees de laatste drie woorden van de alinea hierboven nog eens goed. Hier gaat het namelijk om, het drukke gedrag ís niet storend maar het wordt als storend ervaren. Dit is een belangrijk verschil. Kinderen zijn niet lastig, maar jij vindt het gedrag dat zij vertonen lastig. Als trainer heb je beperkte invloed op het gedrag van jouw spelers, maar je hebt wel 100% invloed op jouw eigen gedrag. Van de Daans in jouw team maak je geen rustige spelers die zich altijd netjes op jouw uitleg concentreren. Je hebt wel 100% invloed op jouw eigen gedrag. Hoe jij met de Daans uit jouw team omgaat, bepaalt in welke mate jij het gedrag als lastig ervaart. Er gebeurt zoveel in het hoofd van jouw drukke speler en er zit zoveel energie in zijn lichaam, dat moet er een keer uit. Als ze na een lange schooldag weer het veld op mogen is dat dus fantastisch! Vergelijk het drukke kind eens met een geschud blikje frisdrank. Geef het wat ruimte door het blikje open te maken en het frisdrank spuit eruit. Maar wat gebeurt er als je het blikje in een 1,5l fles overgiet? Je kan schudden wat je wil, maar draai de dop eraf en de frisdrank blijft netjes binnen de grenzen van de fles. Geef je speler dus wat meer vrijheid en ruimte binnen bepaalde grenzen en hij of zij kan zijn energie kwijt zonder dat het een puinhoop wordt.
“Er gebeurt zoveel in het hoofd van jouw drukke speler en er zit zoveel energie in zijn lichaam, dat moet er een keer uit.”
– Romy van der Heide –
Choose your battles
Zeg niet overal wat van, maar bewaak wel je eigen grenzen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar bekijk het zo: is het écht nodig, dat als jij iets uitlegt iedereen helemaal stil staat en alleen naar jou kijkt? Of lukt een uitleg ook als er wat kinderen heen en weer wiebelen? Sommige kinderen luisteren écht beter als ze tegelijkertijd met iets anders bezig zijn, bijvoorbeeld als ze spelen met hun racket. Als je verwacht dat ze stil zijn, niet bewegen en naar jou moeten kijken dan gaat er zoveel focus naar die drie ‘taken’ dat ze de uitleg niet goed verwerken. Door van bepaald gedrag even niks te zeggen, zorg je dat de training een stuk leuker wordt. Oók voor jou!
Overige tips
Hier nog wat tips om je training zo soepel mogelijk te laten verlopen, ook als je een paar Daans in je team hebt:
Bereid je trainingen voor, dan hoef je niet na te denken over een volgende oefening;
Blijf investeren in een positieve relatie met je spelers, geef veel complimenten;
Laat alle spelers bezig zijn, wachtende spelers gaan klieren;
Spreek voor de training af hoe je verwacht dat de speler zich gedraagt;
Geef de Daans in jouw team de taak om de verste pionnen op te ruimen.
Ik daag je uit om dit eens toe te passen en ik hoor graag hoe je dit hebt ervaren!”
Romy van der Heide is pedagogisch adviseur bij Rotterdam Sportsupport en actief als jeugdtrainster bij HC Delfshaven. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Romy via r.vanderheide@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010 24 29 315. Bekijk hier de vlogs van Romy & Steef.
“Goede afspraken maken is de basis voor een goed seizoen”
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over het maken van goede afspraken, de basis voor het draaien van een goed seizoen.
Luister de column hier:
Of lees de column hier:
“Een seizoen begint voor train(st)ers met het maken van duidelijke afspraken. Je hebt ruim tien maanden met elkaar te maken. Trainers, spelers, ouders; iedereen gedraagt zich anders. Gedrag bepaalt hoe we op elkaar reageren. Want wanneer iemand te laat komt, heeft ook de rest van het team er last van. Hoe zorgen we ervoor dat we weten hoe we op een prettige manier met elkaar omgaan?
Samen
Dat begint met het maken van afspraken. Je doet dit samen en het is iets anders dan alleen het opleggen van regels. Als afspraken niet worden nageleefd, volgt namelijk een sanctie, zoals dat ook het geval is in het verkeer als iemand bijvoorbeeld door het rode licht rijdt. Het opleggen van regels deed ik in het verleden overigens zelf ook. Ik vertelde mijn spelers aan het begin van het seizoen wat ze allemaal NIET mochten doen. Uiteindelijk werd ik zelf aangesproken door verschillende ouders en spelers over de manier waarop ik de regels handhaafde. Deze werden namelijk alleen vanuit mij persoonlijk opgelegd. Ik heb geleerd om dit anders aan te pakken.
“Uiteindelijk werd ik zelf aangesproken door verschillende ouders en spelers over de manier waarop ik de regels handhaafde.”
– Stephan Vos –
Naleven
Afspraken spreek je met elkaar uit. Je spreekt af wat je van elkaar verwacht en als deze afspraken niet worden nageleefd, spreek je elkaar hierop aan. Ton Dunk zegt hier ook iets over in onze vlog. Wanneer je met elkaar afspraken maakt, houdt dat ook in dat jouw sporter(s) mee moeten denken over hoe zij het seizoen voor zich zien. Zelf schrijf ik voorafgaand aan het seizoen op een groot papier een vraag (“Hoe gaan we om met elkaar in de kleedkamer?”) waarop iedereen zelf zijn of haar antwoorden kan invullen. Dit zorgt voor een goed gesprek en door de afspraken op te schrijven, kan ik de afspraken ook iedere keer weer makkelijk terughalen als een situatie daarom vraagt. Na afloop van het seizoen kreeg ik ook de feedback dat de groep het fijn vond dat de afspraken soms werden teruggehaald als deze niet werden nageleefd. Voorbeeld: één van de afspraken was dat we niet over elkaar zouden roddelen. Maar wat als dat wel gebeurt? Dan moet je het weer bespreekbaar maken met jouw sporter(s). In zo’n situatie is het handig om de afspraken erbij te kunnen pakken.
Belevingswereld
Naast je sporter(s) is het ook belangrijk om met ouders afspraken te maken. Wat vind jij als trainer belangrijk? En wat ervaren de ouders? Deze laatste vraag stelde ik onlangs de ouders bij een ouderbijeenkomst. Ook zij zien en horen veel rondom de sporter(s). Ik ben van mening dat afspraken maken met elke leeftijdsgroep kan worden uitgevoerd. Je dient alleen altijd rekening te houden met hun belevingswereld of interesses. Met de jongste jeugd kun je bijvoorbeeld werken met tekeningen. Daarbij is het belangrijk dat je een geschikt moment zoekt – bijvoorbeeld rondom een training of een wedstrijd – om de afspraken op te stellen en te bespreken.
Succes met jouw sporter(s) en veel plezier dit sportseizoen!”
Stephan Vos is projectmedewerker Veilige Verenigingen met sterke Jeugdafdelingen bij Rotterdam Sportsupport. Al bijna twintig jaar is hij in het (Rotterdamse) voetbal actief als jeugdtrainer. Tegenwoordig coacht hij het vrouwenbeloftenelftal van ADO Den Haag. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Stephan via s.vos@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 06 22 64 02 26. Bekijk hier de eerdere vlogs van Romy & Steef.
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over het sporten tijdens de Ramadan en hoe je oog kunt houden voor deze situatie.
Luister de column hier:
Of lees de column hier:
“Rotterdam is een absolute wereldstad met ruim 650.000 inwoners en meer dan 170 verschillende nationaliteiten. Op maandag 12 april is ook voor de Rotterdamse moslims de Ramadan begonnen. Ramadan is de negende maand in de islamitische kalender. In tegenstelling tot de Gregoriaanse kalender die op de zon is gebaseerd en die we in Nederland gebruiken, werkt de islamitische kalender op basis van de maan. Dat betekent dat de ramadanmaand pas begint als het eerste streepje van de maan zichtbaar is. Dit kan per land verschillen, bijvoorbeeld vanwege een bewolkte hemel. Dit verklaart ook waarom in het ene land het vasten (‘sawm’, in het Arabisch) al is begonnen en de ramadan in een ander land een dag later start (Bron: npokennis.nl).
Opgroeien
De 170 nationaliteiten zien we ook terug bij de sportverenigingen in Rotterdam waar we te maken hebben met verschillende gebruiken en religies, waaronder de Islam. Het kan dus zijn dat een sporter in jouw team meedoet aan de Ramadan. Ben je je ervan bewust dat deze sporters vanuit huis opgroeien met de Ramadan? Het is namelijk gebruikelijk dat de sporter zijn/haar sport combineert met de Ramadan. Wanneer je gaat bewegen hebben je spieren vocht en brandstof nodig uit voeding. Tijdens de Ramadan is dit ritme plots 180 graden gedraaid. De gebruikelijke lunch en avondmaal maken plaats voor lange periodes zonder dat er iets gegeten of gedronken wordt. Hierdoor krijgt het lichaam niet altijd de vereiste stoffen binnen om optimaal te kunnen sporten en bewegen.
“Een speler kreeg onlangs last van zijn lies tijdens een training. In dit geval wist de trainer dat hij heel de dag geen water had gedronken. Uit voorzorg haalde hij hem daarom naar de kant om blessures te voorkomen.”
Stephan Vos
Energielevel
Doordat dit ritme en de aanvoer van voedingstoffen is veranderd, kan de sporter fysieke belemmeringen ervaren. Een sporter kan vermoeid ogen, of in het begin heel aanwezig zijn om daarna kalm te worden, of energiebesparend sporten door niet alles te geven in de training maar wel druk gedrag te vertonen rondom de training. Sporters leren hiermee omgaan gedurende de jaren en weten hoe ze tijdens het sporten met de Ramadan hun energielevel in balans kunnen houden. Als train(st)er is het in de eerste plaats belangrijk dat je weet wie er meedoen aan de Ramadan, het gesprek hierover voert en oog houdt voor de manier van bewegen bij de sporter. Te weinig vocht of voedingstoffen kan namelijk blessures veroorzaken. Zo kreeg een speler onlangs last van zijn lies tijdens een training. In dit geval wist de trainer dat hij heel de dag geen water had gedronken. Uit voorzorg haalde hij hem daarom naar de kant om blessures te voorkomen.
“Door de verschillende nationaliteiten in Rotterdam zul je als train(st)er mogelijk ook sporters hebben die meedoen aan de Ramadan. Hoe ga je hiermee om? Mag drinken in het zicht van diegenen die aan de Ramadan doen? Hoe reageren de sporters die aan het vasten zijn als de rest een traktatie krijgt? En wat doen zij zelf: direct opeten of wachten ze tot ze thuis zijn?”
Stephan Vos
Door de verschillende nationaliteiten in Rotterdam zul je als trainer mogelijk ook sporters hebben die meedoen aan de Ramadan. Hoe ga je hiermee om? Mag drinken in het zicht van diegenen die aan de Ramadan doen? Hoe reageren de sporters die aan het vasten zijn als de rest een traktatie krijgt? En wat doen zij zelf: direct opeten of wachten ze tot ze thuis zijn? Maak over dit soort dilemma’s afspraken met de club of met de spelers zelf. Met elkaar bepaal je hoe je hier het beste mee kunt omgaan om onduidelijkheid te voorkomen. “Hij doet zelf mee aan de Ramadan!” of “Hij moet hetzelfde doen als de anderen!” is een volledig onterechte en ongepaste reactie in deze situatie. De kracht is juist om mét elkaar het gesprek te voeren en ván elkaar te leren.
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Romy over kindermishandeling en de onderbuikgevoelens die dit kan geven bij train(st)ers.
Luister de column hier:
Of lees de column hier:
“Het is deze week (16-22 november) de Week tegen Kindermishandeling. Ieder kind dat zich thuis onveilig voelt, is er namelijk één te veel. Het is daarom belangrijk dat de omgeving van het kind signalen van (vermoedens van) mishandeling serieus neemt en hun zorgen deelt zodat het kind en het gezin geholpen kunnen worden. Maar dit kan best spannend zijn. Moet jij als trainer/trainster je hier wel mee bemoeien? Misschien weet je niet zeker of er iets mis is met je speler/speelster, dus je laat het maar even voor wat het is…
In deze column lees je wat je op een laagdrempelige manier kunt doen, want als trainer zie je jouw spelers vaak en speel je een belangrijke rol in hun leven. Maar je bent geen hulpverlener.
Onveilige thuissituatie Per jaar zijn in Nederland ongeveer 120.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling. Dat is 2,5 keer het stadion De Kuip vol met kinderen. Dat komt neer op één kind per twee sportteams, en dat is veel. Dus ook bij jou in het team kan een speler zitten met een onveilige thuissituatie. Maar hoe weet je dat?
Bij het herkennen van kindermishandeling maken wij onderscheid tussen ‘weten’ en ‘voelen’. Het weten, of bijna zeker weten, gebeurt vaak na concrete signalen: veel blauwe plekken, regelmatig geen eten bij zich hebben, het niet betalen van de contributie, niet passende en kapotte kleding hebben of heel angstig zijn.
“Per jaar zijn in Nederland ongeveer 120.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling. Dat is 2,5 keer het stadion De Kuip vol met kinderen. Dat komt neer op één kind per twee sportteams.”
Helaas gebeurt het zelden dat signalen zo concreet zijn dat je er niet meer om heen kan. Veel vaker gebeurt het dat je als trainer een gevoel hebt dat iets niet klopt. Je kan je vinger niet goed om zere plek leggen, maar je voelt dat er ‘iets’ speelt. Dit soort onderbuikgevoelens zijn lastig te verwoorden, waardoor ik vaak zie gebeuren dat op basis van onderbuikgevoelens geen actie ondernomen wordt. Dat is zonde, want we willen dat een kind en het gezin geholpen kunnen worden voordat het erger wordt. Maar wat kan jij als trainer met zo’n onderbuikgevoel doen? Je wil toch niemand vals beschuldigen?
Vertrouwenscontactpersoon Het is belangrijk om te weten dat onderbuikgevoelens wel zeker ergens vandaan komen, het gevoel is alleen lastiger te duiden. Gelukkig kan iemand daarbij helpen. Veel verenigingen hebben namelijk een vertrouwenscontactpersoon (VCP) bij wie je terecht kunt om je zorgen te bespreken. Samen met jou kijkt hij/zij op wat voor manier jullie de zorgsignalen concreter kunnen maken en wat eventuele volgende stappen kunnen zijn. Je kan de signalen zelfs bespreken zonder de naam van de speler te noemen. Heeft jouw vereniging geen VCP? Dan kun je altijd contact opnemen met mij of met mijn collega Marco van de Geer (zie contactgegevens onderaan de pagina).
Nu je weet dat je al op een laagdrempelige manier je zorgen bespreekbaar kan maken bij de VCP of bij Marco of bij mij, wil ik afsluiten met een vraag: Ga eens na of je dit seizoen, of afgelopen seizoenen, weleens zo’n onderbuik gevoel hebt gehad bij één van je spelers/speelsters? Een gevoel van ‘hier klopt iets niet’ of ‘ik hou die speler of speelster wat meer in de gaten’. Zo ja: welke stap zet jij om het kind te helpen?!”
Ondersteuning Rotterdam Sportsupport organiseert verschillende cursussen om mensen op te leiden tot vertrouwenscontactpersoon (VCP). Ook hebben we scholingen om de kennis van de trainers, coaches en andere vrijwilligers rondom (zorg)signalen te vergroten. Heb je interesse in dit thema of ons overige aanbod over veilig sportklimaat? Laat het ons dan weten. Stuur een e-mail naar of m.vandegeer@rotterdamsportsupport.nl of b.hamstra@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010 24 29 315. We komen graag met je contact!
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Naar aanleiding van de actualiteit besteedt Romy in deze column aandacht aan grensoverschrijdend gedrag in de sport.
Beluister de column hier:
Of lees de column hier:
Grensoverschrijdend gedrag is gedrag waarmee de ander schade wordt toegebracht op fysiek, mentaal of emotioneel vlak. In mijn vorige column vertelde ik hier al wat over. Nu we ons steeds meer bewust zijn van mogelijk grensoverschrijdend gedrag willen veel trainers aan de slag om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Een mooie eerste stap is het bespreekbaar maken van persoonlijke grenzen.
Grensoverschrijdend gedrag kan opzettelijk zijn en daar moet iemand meteen mee stoppen, maar als trainer kan je ook onopzettelijk grensoverschrijdend gedrag vertonen. Je bent je hier dan niet bewust van. Om onopzettelijk grensoverschrijdend gedrag te voorkomen kun je als trainer twee dingen doen: erachter komen waar de grens van jouw individuele spelers ligt en zorgen voor ruimte en een veilige sfeer zodat spelers hun grenzen ook daadwerkelijk aan kunnen én durven geven. Door het gesprek met jouw spelers aan te gaan kom je achter hun grenzen en zorg je voor een veilige en open sfeer binnen je team. Maar hoe voer je zo’n gesprek?
Geen hogere wiskunde
Met je spelers een gesprek aangaan over grenzen kan spannend zijn, maar je hoeft geen ingewikkelde gesprekstechnieken te beheersen. Met onderstaande do’s en don’ts en een voorbeeld uit de praktijk heb je na het lezen van deze column genoeg handvatten zodat je aan het begin van het nieuwe seizoen het gesprek over grenzen en grensoverschrijdend gedrag met jouw spelers aan kunt gaan.
Bereid je gesprek voor. Denk na over wat je wil zeggen en hoe je het gaat zeggen. Dan voel je je zekerder en wordt je verhaal duidelijker.
Benoem dingen zoals ze zijn, ga vage omschrijvingen uit de weg.
Stel jezelf kwetsbaar op, vertel dat je geen superkrachten hebt waardoor je weet wat iedereen wel en niet prettig vindt, dus dat je je spelers nodig hebt om jou dat te leren.
Houd rekening met de leeftijd, denk daarbij aan de lengte van het gesprek, welke voorbeelden je geeft etc. Een gesprek met pubers voer je op een andere manier dan wanneer je 8-jarigen traint.
Laat de vertrouwenscontactpersoon aansluiten bij het gesprek, zodat je meteen kan vertellen dat iedereen ook altijd bij die persoon terecht kan.
Voorkom dat jij als enige aan het woord bent. Zorg voor interactie, vraag je spelers bijvoorbeeld wat ze van het gesprek vinden.
Je spelers vertellen dat ze hun grenzen aan mogen geven, maar geen opties bespreken over hoe dat te doen. Het onderwerp ‘grenzen aangeven’ kan nieuw zijn voor spelers, dus bedenk en bespreek met elkaar alle opties om je grenzen aan te geven.
Aan je spelers vragen of er weleens iemand over hun grens heen is gegaan. Dit is vaak een gevoelig onderwerp waarover een kind niet zomaar even vertelt, zeker niet in een groep. Deze informatie is voor het doel van dit gesprek ook niet relevant.
Het gesprek pas aangaan wanneer er sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag. Bijvoorbeeld wanneer je tijdens de turntraining een kind hebt moeten vangen en je hand per ongeluk op een verkeerde plek kwam. Zorg dat je aan het begin van het seizoen dit gesprek aangaat om een veilige en open sfeer te creëren. Dat zorgt er ook voor dat, wanneer er per ongeluk iets gebeurt, je ook makkelijker het gesprek aan kan gaan.
Ouders niet informeren dat jij grenzen aangeven belangrijk vindt en met je spelers hierover het gesprek aangaat. De communicatie met de ouders van jouw spelers is het hele seizoen door belangrijk. Ook over dit onderwerp. Zijn ouders geïnteresseerd en willen ze dit thuis ook bespreken? Verwijs hen dan naar het boekje ‘Nee is oké’.
Het gesprek in de praktijk
Zoals ik in mijn vorige column schreef raak ik snel iemand aan, maar ik realiseer mij dat niet iedereen dat altijd oké vindt. Aan het begin van het seizoen ga ik hierover met mijn spelers in gesprek. Dat ziet er zo uit:
De training begint en zoals altijd roep ik de groep bij elkaar in de dug-out. Ik vertel dat ik het wil hebben over grenzen en grensoverschrijdend gedrag. Ik leg uit dat iedereen anderen grenzen en voorkeuren heeft en dat niemand over jouw grenzen heen mag gaan, dat is namelijk grensoverschrijdend gedrag. Ik train een groep 11-jarigen dus als voorbeeld schets ik een situatie waarin een teamgenoot altijd een knuffel wil geven, maar jij daar geen zin in hebt. Ik vervolg mijn voorbeeld met uitleggen dat dat een grens is en ze hun teamgenoot mogen vertellen dat ze niet wil knuffelen, maar bijvoorbeeld een high five wil geven.
Dan haal ik het gesprek terug naar mezelf. Ik leg uit dat ik soms een speler aanraak om voeten goed te zetten of een arm om iemand heen sla als iemand verdrietig is. Ik vertel hen dat ik geen ‘superkrachten’ heb, dus dat ik het niet kan ruiken als iemand dat niet prettig vindt en ik wil dat ze het altijd aangeven als ze iets niet fijn vinden. Ik vind dat nooit stom of lastig, maar juist superstoer en fijn want ik heb hun hulp nodig. Vervolgens vraag ik mijn spelers op wat voor manieren je iemand kan wijzen op jouw grenzen en bedenken we met de groep een aantal manieren.
Uitproberen
De training na ‘het gesprek’ weigert één van je spelers jou opeens te groeten met een high five. Let op, want dit is het moment waarop jij jouw speler een waardevolle les kan leren! Na een gesprek over grenzen aangeven kan het voorkomen dat (vooral jonge) spelers gaan uittesten of je hun grenzen inderdaad wel respecteert. Dit doen ze vaak met iets onbenulligs. In zo’n situatie is het onverstandig om van je speler te verwachten het toch te doen, want ‘het is maar een high five’. Hiermee leer je je speler dat er toch over zijn grens mag worden gegaan. Dat is natuurlijk niet wat je met je gesprek heb willen bereiken. Geef het even de tijd. Spreek uit dat je wel verwacht dat de speler je wel komt groeten door gedag te komen zeggen. Die high five komt wel weer terug en dan heb je je speler een waardevolle les geleerd.
Met het bespreekbaar maken van persoonlijke grenzen heb je een belangrijke eerste stap gezet in het creëren van een veilig sportklimaat waarin kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen.
Luistertip
Naar aanleiding van de actualiteit is ook een podcast opgenomen over dit thema. Romy gaat samen met collega Maaike Tieman, clubkadercoach turnen, in gesprek over grensoverschrijdend gedrag in de sport. Wil je meer voorbeelden en handvatten om in je trainingen aan de slag te gaan met een veilig sportklimaat? Luister dan de podcast via Soundcloud, Spotify, Stitcher of iTunes.
Vragen?
Heb je naar aanleiding van deze column vragen of heb je hulp nodig? Óf ben je benieuwd wat je nog meer kunt doen om te werken aan een veilig sportklimaat? Neem dan contact op met Romy via r.vanderheide@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010 24 29 315. Bekijk hier de vlogs van Romy & Steef. Romy van der Heide is pedagogisch adviseur bij Rotterdam Sportsupport en actief als jeugdtrainster bij HC Delfshaven.
“Regeren is vooruitzien: werk jij planmatig toe naar het nieuwe seizoen?”
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over het organiseren van het nieuwe seizoen. Van het creëren van een veilige sportomgeving tot het maken van een gestructureerde planning.
Beluister de column hier:
Of lees de column hier:
“In de eerdere columns verwezen we al naar het creëren en bewaken van de cultuur binnen de vereniging aan de hand van het boek ‘Legacy’. Ook is er een column verschenen met praktische tips voor het trainen van kleuters. Stuk voor stuk handige ingrediënten voor een leuk sportseizoen. Een seizoen dat voor veel sportverenigingen al start in augustus/september. Je krijgt als trainer de verantwoordelijkheid om een volledig seizoen een groep sporters te begeleiden.
Maar hoe pak je dat planmatig aan, zo’n nieuw seizoen?
Doelgroep
Het begint met het bepalen van een doel: wat wil je komend seizoen uiteindelijk bereiken? Beschrijf daarom voor jezelf wat je de sporters gaat aanleren en hoe je dat wil doen. Bedenk goed wat ze (nog) kunnen leren en wat ze móeten leren. Hierin is het van belang dat je jouw doelgroep goed kent en dat je weet hoe je ze kunt helpen in hun ontwikkeling. Belangrijk is dat je een veilige sfeer creëert waarin iedereen zichzelf kan zijn. Jij bent hierin een belangrijke schakel, want jij bent bepalend voor de sfeer op trainingen, wedstrijden en bij andere activiteiten. In welke bewoordingen uit je jezelf? En wat straal je non-verbaal uit? Je houding als trainer moet passen bij de doelgroep en het eerder bepaalde doel. Bespreek dit ook met eventuele assistent-trainers.
“Het begint met het bepalen van een doel: wat wil je uiteindelijk bereiken komend seizoen? Beschrijf daarom voor jezelf wat je de sporters gaat aanleren en hoe je dat wil doen.”
– Stephan Vos –
Proces
De ontwikkeling van een kind gebeurt niet van de ene op de andere dag. Het is een proces. Je werkt het hele seizoen toe naar het eerder bepaalde doel. Door kleine en haalbare stappen te maken zorg je ervoor dat de oefenstof blijft hangen. Dit proces kun je opsplitsen in blokken waarin je de kleinere doelstellingen oefent en bespreekt. Zelf gebruik ik graag een Excel-bestand. Hierin maak ik voor het hele jaar een planning. Zo houd ik overzicht over hoe het jaar verloopt, wanneer de wedstrijden zijn, de schoolvakanties of feestdagen. Door in blokken te werken, maak ik de kleine stapjes in de ontwikkeling van de sporters zichtbaar en overzichtelijk. Het seizoen duurt vaak tien maanden. Hiervan zijn twee tot vier weken in december/januari ingenomen door een winterstop. Tot aan de winterstop heb je grofweg 22 weken met trainingen en wedstrijden. Mijn advies: maak van deze weken blokken van 11 x 2 weken (of 7 x 3 weken + 1 neutrale / 5 x 4 weken + 2 neutrale). Beschrijf per blok het kleinere doel dat je die weken wil trainen en ook wil laten terugkomen in wedstrijden. Deze wedstrijden zijn een toetsmoment van de oefenstof op de training. Na dit blok volgt een evaluatie, eventueel samen met je assistent(en).
Maar het is nog beter om deze ontwikkeling met de sporters zelf te bespreken, zodat zij eigenaar worden van hun ontwikkelingsproces. Na de winterstop heb je ongeveer 21 à 22 weken om het eerste gedeelte van het seizoen beter uit te voeren. Het blijft wel belangrijk dat de kleine doelstellingen logische stappen hebben in dat ontwikkelproces. In de planning kun je dan ook je trainingen nummeren zodat je ziet hoeveel trainingen je nodig hebt om aan een bepaalde doelstelling te werken. Per training kun je eventueel ook het programma beschrijven. Je zal merken dat je voor de ene doelstelling langer de tijd nodig hebt dan voor het andere. Neem die tijd er dan ook voor. Naast de trainingen en wedstrijden kunnen ook teamuitjes, verjaardagen of bijvoorbeeld toernooien erin verwerkt worden. Op deze manier blijf je werken aan de onderlinge sfeer in samenwerking met jouw sporters.
Heel veel succes en plezier toegewenst het komende seizoen!”
Stephan Vos is projectmedewerker Veilige Verenigingen met sterke Jeugdafdelingen bij Rotterdam Sportsupport. Al bijna twintig jaar is hij in het (Rotterdamse) voetbal actief als jeugdtrainer. Tegenwoordig coacht hij het vrouwenbeloftenelftal van ADO Den Haag. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Stephan via s.vos@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 06 22 64 02 26. Bekijk hier de eerdere vlogs van Romy & Steef.
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over de soms onmogelijke spagaat tussen theorie en praktijk.
Beluister de column hier:
Of lees de column hier:
“De afgelopen maanden leven we in een vreemde wereld. Onze minister-president spreekt ons met regelmaat toe, het RIVM schrijft richtlijnen voor om veilig te kunnen leven en de sportbonden maken posters om ‘coronaproof’ te kunnen sporten. Dit is veel verschillende informatie en zorgt voor verandering in onze dagelijkse sportwereld. Iedereen dient zich aan de protocollen te houden. En terecht, want het gaat om onze gezamenlijke gezondheid!
Theorie
De praktijk vraagt ook weleens iets anders dan de theorie (of een richtlijn) ons voorschrijft. En dit gebeurt natuurlijk ook in onze rol als trainer. De theorie die we leren, beschrijft soms punten die in de praktijk kunnen voorkomen. De vraag is: moet je hier ook gelijk naar handelen? Het mooie aan sport is dat we werken met mensen die een bepaald gedrag vertonen door de omgeving waarin ze zich begeven. Als trainer is het van belang dat we de kinderen en hun gedrag blijven observeren. Is dit het wenselijke gedrag? Soms ontstaat bepaald gedrag door de ruimte waarin de kinderen zich begeven (groot/klein, rustig/druk, veel/weinig kleuren, zacht/hard geluid). Maar het kan ook ontstaan door de gemaakte regels en afspraken.
De theorie die we leren, beschrijft soms punten die in de praktijk kunnen voorkomen. De vraag is: moet je hier ook gelijk naar handelen?
– Stephan Vos –
Eigen stijl
Wanneer moeten we dan aan de protocollen en regels houden? Volgens mij gaat het om het belang dat eraan verbonden zit. Wanneer het om leven en dood gaat, dus gezondheid en veiligheid, zoals nu in de coronaperiode, dienen de regels altijd te worden opgevolgd. In dit soort situaties ben je als trainer onderschikt aan de regels die komen vanuit de verenging, sportbond of overheid. Maar in theorieboeken bijvoorbeeld staan ook veel zaken voor ons als trainer beschreven. De kunst is om hiermee zelf aan de slag te gaan en dit te verwerken in jouw eigen stijl. Bijvoorbeeld hoe je de training inricht; de oefenstof en de opbouw hiervan. Je hebt immers te maken met een bepaalde doelgroep (zie column Romy) en met een eigen visie (zie eerdere column Steef).
Jij hebt elke dag invloed in de sfeer die je wilt creëren. Dus wees je bewust van de theorie, maar blijf oog houden voor de praktijk waarin de kinderen lekker kunnen sporten. Veel succes!”
Stephan Vos is projectmedewerker Veilige Verenigingen met sterke Jeugdafdelingen bij Rotterdam Sportsupport. Al bijna twintig jaar is hij in het (Rotterdamse) voetbal actief als jeugdtrainer. Tegenwoordig coacht hij het vrouwenbeloftenelftal van ADO Den Haag. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Stephan via s.vos@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 06 22 64 02 26. Bekijk hier de eerdere vlogs van Romy & Steef.
“Wees je bewust van de cultuur en identiteit van een vereniging”
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen. Deze keer: Steef over de erfenis van sportverenigingen en hoe je als train(st)ers hiermee kunt omgaan, geïnspireerd op het boek Legacy van James Kerr.
Beluister hier de column:
Of lees hier de column:
“De coronaperiode heb ik voornamelijk gebruikt om mijzelf verder te ontwikkelen door webinars te bekijken en sportboeken te lezen. Ik vraag van mijn team dat zij elke dag ontwikkelen, mede doordat ik dat zelf ook doe. Eén van de boeken die ik onlangs heb gelezen is Legacy (vertaald: erfenis) van schrijver James Kerr. Een Engelstalig boek over de All Blacks, de nationale rugbyploeg van Nieuw-Zeeland. Een absolute aanrader. Het boek bevat ook veel leerzame passages voor onze Rotterdamse sportwereld.
In veel sporttakken zie je momenteel een verplaatsing van spelers/speelsters en train(st)ers naar andere verenigingen, in de zoektocht naar een beter passende sportomgeving. Maar passen deze mensen wel bij de nieuwe vereniging? En past de verenging wel bij hen?
“De mensen die graag onderdeel willen worden, zullen zich bewust moeten worden van de cultuur en identiteit van de vereniging. Dat geldt óók voor trainers.”
– Stephan Vos –
Nederland heeft een uniek verenigingsleven waar we met elkaar trots op mogen zijn. De sportvereniging is een kleine samenleving met een eigen identiteit en cultuur. Deze is mede gevormd door de geschiedenis en vertaald naar onder meer het logo op het shirt met de bijpassende clubkleuren, maar ook naar de manier waarop men zich gedraagt binnen de vereniging. De cultuur en identiteit worden doorgegeven, vaak van generatie op generatie. Dit is een erfenis van de vrijwilligers die de vereniging hebben opgebouwd en gevormd. Ook als trainer is het belangrijk om je hiervan bewust te zijn als je bij een nieuwe club komt.
Voorbeeld
Terug naar het boek van Kerr. Hierin beschrijft hij ‘no dickheads aloud!’ (‘Geen klootzakken toegestaan’) als een pijler voor in de kleedkamer. Je bent allemaal onderdeel van het team, niemand is groter of beter dan iemand anders. Zo dient iedereen de kleedkamer aan te vegen, dus ook de ervaren spelers die hun strepen al hebben verdiend. Ook schrijft Kerr: ‘Example is not the main thing in influencing others, it is the only thing’ (‘Een voorbeeld is niet de hoofdzaak om anderen te beïnvloeden, het is de enige manier’). Goed voorbeeld doet volgen, zeggen wij trainers daarom vaak. Wanneer je als vereniging duidelijk hebt wie je bent en waar je voor staat, kan je dit ook uitstralen naar je leden. Vervolgens kun je hier ook het aannamebeleid van trainers en spelers op aanpassen én hier ook naar handelen. De mensen die graag onderdeel van de vereniging willen worden, bijvoorbeeld de trainers, zullen zich daarom bewust moeten worden van de cultuur en identiteit, zodat deze groep het goede voorbeeld overdraagt op het team en de volgende generaties binnen de club. Dit is de erfenis van jouw vereniging. Wees hier trots op, bewaak dit en straal dit uit!”
Stephan Vos is projectmedewerker Veilige Verenigingen met sterke Jeugdafdelingen bij Rotterdam Sportsupport. Al bijna twintig jaar is hij in het (Rotterdamse) voetbal actief als jeugdtrainer. Tegenwoordig coacht hij het vrouwenbeloftenelftal van ADO Den Haag. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Stephan via s.vos@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 06 22 64 02 26. Bekijk hier de eerdere vlogs van Romy & Steef.
“Kennis hebben van de groep waarvoor je staat, maakt het geven van een training leuker”
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)ers. Deze keer: Romy met handige tips voor het trainen van kleuters (vier tot zes jaar) op sociaal-emotioneel en motorisch gebied.
Beluister de column hier:
Of lees de column hier:
“Als trainer is het van belang dat je kennis hebt van de groep waarvoor je staat. Kennis over bijvoorbeeld de leeftijdsspecifieke kenmerken, want voor een groep 4-jarigen maak je een andere training dan voor een team vol met pubers. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk gebeurt nog te vaak dat trainers geen rekening houden met wat hun sporters kunnen. Zo vragen trainers technische of tactische vaardigheden die kleuters, gezien hun ontwikkelingsfase, nog helemaal niet kunnen uitvoeren. Of dragen ze te weinig regie over aan de puberende sporter met als gevolg dat hij/zij gedemotiveerd raakt en voortijdig afhaakt.
Sociaal-emotionele
ontwikkeling
De leeftijdscategorie 4 tot 6-jarigen snapt nog niet goed waarom iets wel of niet mag. Deze kinderen kijken alleen naar de gevolgen van hun gedrag. De waaromvraag stellen aan een 4-jarige die haar vriendinnetje knijpt, heeft dus niet veel zin. Je kan beter uitleggen dat ze niet mag knijpen omdat ze hiermee de ander pijn doet. Vertel vervolgens hoe je wél wil dat iedereen met elkaar omgaat. Het spelen van partijtjes is met kleuters ronduit vermakelijk. Verdeel je jouw spelertjes over twee teams? Dan kom je van een koude kermis thuis. Kleuters zijn namelijk nog heel egocentrisch. Echt samenspelen doen ze over het algemeen nog niet. Ze spelen vooral naast elkaar. Je kan ze daarom beter één-tegen-één spelletjes laten spelen. Op deze manier werken ze aan hun eigen vaardigheden in plaats van dat iedereen achter één bal aanrent.
“Kleuters straffen of op hun kop geven omdat ze liegen heeft geen zin. Het kan erin resulteren dat een kind zich niet begrepen voelt en uit onmacht heel boos of verdrietig wordt.”
Romy van der Heide | Pedagogisch adviseur
Soms lijkt het alsof deze groep veel aan het liegen of jokken is. Zo heb ik ooit een jongetje getraind die beweerde dat hij op schoolreisje ging naar Afrika. Hij was diep beledigd dat ik hem niet geloofde. Een korte navraag bij zijn ouders verklaarde een hoop: het weekthema op school was Afrika. Hij ging inderdaad op schoolreisje, maar naar een lokale kinderboerderij. De wereld van kleuters wordt steeds groter, maar ze begrijpen nog lang niet alles. Om alles in hun hoofd kloppend te maken en zichzelf een ‘veilig’ gevoel te geven, vullen ze de gaten op met hun fantasie. Bewust liegen gaan kinderen pas later doen, vanaf een jaar of zeven ongeveer. Kleuters straffen of op hun kop geven omdat ze liegen heeft daarom geen zin. Het kan erin resulteren dat een kind zich niet begrepen voelt en uit onmacht heel boos of verdrietig wordt.
Motorische
ontwikkeling
Kleuters zijn enorm bewegelijk. Dit heeft een reden: door veel te bewegen leren ze namelijk hun eigen lichaam kennen. Het is daarom belangrijk om een oefening uit te leggen door het als trainer zelf voor te doen. Een belangrijke tip: houd je uitleg, net als de oefeningen, heel kort want ook de spanningsboog van een kleuter is nog in ontwikkeling. Een oefening die langer duurt dan tien minuten voelt voor een kleuter als een eeuwigheid. Doe tijdens de training liever zes korte oefeningen dan drie langere. Vind je het lastig om steeds nieuwe oefeningen te bedenken? Dat hoeft ook niet! Breng variatie in bestaande oefeningen of doe een oefening van drie weken geleden gewoon nog een keer. Dan zie je meteen de vooruitgang.
Een belangrijke tip: houd je uitleg, net als de oefeningen, heel kort. De spanningsboog van een kleuter is namelijk nog in ontwikkeling.”
Romy van der Heide | Pedagogisch adviseur
Als kleuters bewegen, beweegt vaak heel hun lichaam mee. Een kind van vier tot zes jaar is al ver in de ontwikkeling van zijn/haar grove motoriek. Het kan al hinkelen, overgooien, springen en draaien. De fijne motoriek is echter nog niet goed ontwikkeld waardoor bepaalde technische vaardigheden simpelweg niet goed uitgevoerd kunnen worden. En zie je dat een kleuter nog niet zo ver is en heeft het ook geen interesse om de vaardigheid wel onder de knie te krijgen? Bied de kleine sporter dan een eenvoudigere, laagdrempelige oefening aan. Zie het als een trappetje: als het kind op de vierde trede staat is het niet haalbaar om iets van de zevende trede aan te bieden. De veel hogere en lagere treden zijn demotiverend. Een uitdaging van net één trede hoger is perfect! Het trainersvak is leuk, maar wel een hele uitdaging. Geen zorgen, want niet alleen spelers mogen fouten maken. Jij als trainer mag dat ook!”
Romy van der Heide is pedagogisch adviseur bij Rotterdam Sportsupport en actief als jeugdtrainster bij HC Delfshaven. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Romy via r.vanderheide@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010 24 29 315. Bekijk hier de vlogs van Romy & Steef.
“Hoe creëer je een veilig sportklimaat voor iemand die uit de kast wil komen?”
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Romy op Coming Out Day over LBHTI-acceptatie binnen sportverenigingen.
Beluister de column hier:
Of lees de column hier:
“Dat mijn spelers zich in het team veilig voelen, vind ik het aller belangrijkst. Dit staat natuurlijk ver boven presteren, maar ook boven leren. Want ook al komen de kinderen, in mijn geval, om te hockeyen, als een speler/speelster zich onveilig voelt of niet zichzelf kan zijn wordt er weinig geleerd. Respect is hierin voor mij het sleutelwoord. Spelers hoeven geen beste vrienden te worden, maar je hebt altijd respect voor elkaar. Of iemand nu wel of niet goed kan hockeyen, een Nederlandse of andere culturele achtergrond heeft of op jongens of meiden valt.
Coming Out Day
Vandaag is de Coming Out Day. Een dag waarin aandacht wordt gegeven aan het moment dat iemand uitkomt voor zijn of haar seksuele geaardheid (homoseksueel of biseksueel) of genderidentiteit (zich meer een jongen of een meisje voelen, of iets er tussenin). Deze dag is nodig, want de acceptatie van de LHBTI-doelgroep (lesbiennes, homoseksuele, biseksuele, transgender en intersekse) is soms ver te zoeken. Helaas ook op de sportvelden. Op sportvelden heerst vaak een machocultuur: wie is er groter, sterker, sneller en beter. Dit gaat regelmatig gepaard met opmerkingen als ‘je slaat als een meisje’ of ‘je bent toch geen mietje, met je lange broek’. Het woord homo is waarschijnlijk het meest gebruikte scheldwoord op sportvelden. Hoewel het scheldwoord homo vaak losstaat van het wel of niet accepteren van iemand die homoseksueel is, is het erg kwetsend voor jongens en meiden die worstelen met hun geaardheid of genderidentiteit.
“Hoewel het scheldwoord homo vaak losstaat van het wel of niet accepteren van iemand die homoseksueel is, is het erg kwetsend voor jongens en meiden die worstelen met hun geaardheid en genderidentiteit.”
Hoe creëer je nou voor iedereen een veilig sportklimaat? Dus ook voor iemand die uit de kast wil komen, of nog worstelt met zijn/haar gevoelens. Hoe doe je dat wanneer je niet weet of er iemand uit de LHBTI-doelgroep in jouw team zit en of diegene er wel klaar voor is om uit de kast te komen? Ga je op voorhand het gesprek aan? Benadruk je regelmatig dat het oké is als iemand gevoelens heeft voor hetzelfde geslacht of zich niet happy voelt in zijn/haar lijf? Of doe je dat juist niet?
Aanvoerderschap
Als heteroseksuele hockeyster kan ik niet putten uit mijn eigen ervaring, dus heb ik contact opgenomen met Gabriël. Een goede voetballer en met zijn sociale kwaliteiten en aanvoerderschap bij eerste teams vervult hij al jarenlang een voorbeeldfunctie binnen zijn vereniging. Een aantal jaar geleden kwam hij door middel van een WhatsApp-bericht bij zijn team uit de kast. Uit ons gesprek is een lijstje do’s en don’ts gekomen voor jou als train(st)er:
Stop met het negatief of grappig gebruiken van het woord homo of mietje. Dit is kwetsend;
Spreek ook je medetrain(st)ers en spelers hierop aan. Zo zorg je ervoor dat iedereen zich gerespecteerd en geaccepteerd kan voelen;
Homoseksualiteit is niet altijd te zien, ga er dus niet vanuit dat er geen homo’s of lesbiennes in jouw team zitten op basis van uiterlijke kenmerken;
Heb respect hoog in het vaandel staan, accepteer geen enkele vorm van pesten of schelden. Of dit nou om afkomst, geaardheid, geloof of uiterlijk gaat. Zo creëer je een omgeving waarin iedereen zichzelf kan zijn;
Begin hier al op jonge leeftijd mee, zo creëer je een duidelijke cultuur waarin iedereen zich welkom en geaccepteerd voelt;
Vragen spelers aan elkaar wie er al een vriendinnetje heeft? Voeg er als trainer dan nonchalant ‘of een vriendje’ aan toe. Zo leer je je spelers dat het normaal is en maak je duidelijk dat het normaal is;
Komt een speelster/speler in jouw team uit de kast? Vraag dan waar diegene behoefte aan heeft en wat jij voor diegene kan betekenen. De persoon is niet opeens veranderd, dus streef ernaar dat na de coming-out alles hetzelfde blijft (behalve natuurlijk de homo-opmerkingen en grappen);
Check ook even in hoeverre de thuissituatie op de hoogte is. Mogen zij het wel of niet weten en kun je eventueel samen met de ouders/verzorgers optrekken om de speler te helpen?;
Extra tip voor bestuursleden: maak bij het aannemen van je trainers dit onderwerp bespreekbaar en spreek uit dat je van trainers verwacht dat zij streven naar een veilig sportklimaat binnen het team en hun spelers accepteren en respecteren ongeacht hun persoonlijke mening.
Wanneer je als train(st)er zorgt voor een veilige sfeer waar iedereen wordt geaccepteerd en gerespecteerd, hoef je niet op voorhand met jouw team het gesprek aan te gaan over LHBTI-acceptatie. Door bovenstaande dingen het hele seizoen toe te passen laat je zien dat iedereen zichzelf mag zijn en altijd mee kan sporten. Los van wat jij hier als trainer zelf van vindt, accepteer en respecteer de keuze van jouw speler/speelster en zorg dat de medespelers dit ook doen. Jouw sport is er toch voor iedereen?!”
Vind je het lastig om zo’n veilig sfeer te creëren in je team of heb je behoefte aan nog meer tips. De pedagogen en verenigingsconsulenten VSK staan voor je klaar.Jouw gebiedsconsulent koppelt je aan de juiste persoon.
In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)ers. Deze keer: Steef over de (onbenutte) potentie van jeugdtrainers bij verenigingen.
Wanneer winterstop is afgelopen, begint voor veel verenigingen het leggen van de puzzel voor het nieuwe seizoen. Maar waar begin je als vereniging? Met het samenstellen van de jeugdteams? Of juist eerst met het vinden van een geschikte train(st)er voor deze teams? Vaak worden eerst de hoogst spelende teams ingedeeld en voorzien van goede begeleiding, waardoor de ‘lagere’ teams blij mogen zijn dat ze iemand hebben die voor de groep wil staan. Dat is in ieder geval mijn eigen ervaring. Ik hoor vaak van clubs: “We zijn al blij dat we iemand hebben voor deze groep hebben.”
“Ik beleef nog iedere dag plezier aan het trainen van jeugdteams. In deze rol heb ik mij de afgelopen jaren ook als mens ontwikkeld.” – Stephan Vos –
Plezier
Kijkend naar mijn eigen ontwikkeling als trainer, begon dit doordat een bekende binnen de club mij vroeg of ik hem wilde helpen. Ik was toen 16 jaar en nog zelf actief als jeugdspeler, maar wilde hem graag assisteren naast het volgen van m’n eigen trainingen. Doordat ik zelf al actief was bij de vereniging, kende ik de cultuur en de mensen. In deze veilige omgeving kon ik hulp vragen wanneer ik daar behoefte aan had. Twee jaar later kreeg ik een eigen team onder mijn hoede. “Jij zou een goede zijn om dit team te trainen!”, hoorde ik van het jeugdbestuur. Ik kreeg het vertrouwen en de kans om mijzelf te ontwikkelen door trainerscursussen te volgen. Nu, bijna twintig jaar later, ben ik nog steeds actief als jeugdtrainer. Ik beleef nog dagelijks plezier aan het trainen van jeugdteams en heb ik mij in deze rol de afgelopen jaren ook als mens ontwikkeld.
Vertrouwen
Mijn ontwikkeling als mens en trainer was nooit gebeurd als de club destijds geen duidelijke visie had. Het punt dat ik wil maken: voordat je als vereniging zomaar iemand voor de groep neerzet of een externe laat invliegen, durf ook dichtbij te kijken en gerichte vragen te stellen. Welke personen heb je al in de club lopen en wie kan hierin een rol spelen? En als deze mensen huiverig zijn, weet je dan ook waarom dat is? Is er angst of spelen er andere factoren? Vraag het uit en spreek tegelijkertijd ook je vertrouwen uit. Je zult het als vereniging terugverdienen, want als geen ander weet deze trouwe groep wat er nodig is binnen de club!
Stephan Vos is projectmedewerker Veilige Verenigingen met sterke Jeugdafdelingen bij Rotterdam Sportsupport. Al bijna twintig jaar is hij in het (Rotterdamse) voetbal actief als jeugdtrainer. Tegenwoordig coacht hij het vrouwenbeloftenelftal van ADO Den Haag. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Stephan via s.vos@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 06 22 64 02 26. Bekijk hier de eerdere vlogs van Romy & Steef.
Podcast: vier inzichten voor trainers
Op basis van verschillende onderzoeken ontwikkelde NOC*NSF vier inzichten voor trainers: structureren, stimuleren, individueel aandacht geven en regie overdragen. In een nieuwe podcast vertelt Stephan Vos van Rotterdam Sportsupport, destijds actief als assistent-trainer en later hoofdtrainer bij ADO Den Haag Vrouwen, hoe je de vier inzichten als trainer direct kunt toepassen.
Seksueel misbruik, mentale of fysieke mishandeling. Het komt niet alleen voor in de turnsport en topsport, al lijkt het daar misschien wel op door de documentaire ‘Athlete A’ op Netflix en de verhalen die eerder in de media verschenen. Romy van der Heide (oud-pedagogisch adviseur) en Maaike Tieman (clubkadercoach turnen) gaan daarom in deze podcast in gesprek over grensoverschrijdend gedrag in de sport. Je luistert de podcast hieronder.
Start2Talk (1): Introductie
Dit is de eerste aflevering van een nieuwe podcastserie Start2Talk. De feiten liegen er niet om: uit onderzoek blijkt dat ruim 20% van de jeugdsporters in Nederland te maken heeft gehad met grensoverschrijdend gedrag, waarvan één op de acht sporters slachtoffer is van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag kan dus bij elke sportvereniging voorkomen. Voor slachtoffers is het vaak moeilijk om dit bespreekbaar te maken. Daarom slaan de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht de handen ineen om het onderwerp bespreekbaar te maken in deze podcastserie. In de eerste aflevering trappen we af met Romy van der Heide, oud-pedagogisch adviseur bij Rotterdam Sportsupport, en Koen van Es, adviseur bij SportUtrecht.
Start2Talk (2): Omgaan met ongewenste situaties & preventief handelen
Een ongepast appje van een trainer, een hand op een ongewenste plek, een suggestieve opmerking, een foto gemaakt in de kleedkamer; seksueel grensoverschrijdend gedrag kent vele vormen. Herken jij het wanneer iemand binnen jouw vereniging te ver gaat en weet je hoe je hier vervolgens op moet anticiperen? Weet je bijvoorbeeld ook dat bestuurders en trainers verplicht zijn om vermoedens van seksuele intimidatie te melden?
In deze aflevering vertellen Folkert Steen (Coördinator Positieve Sportcultuur bij Werkgever Sportclubs Den Haag) en Maaike Pekelharing (Adviseur Sociale Veiligheid bij Gemeente Amsterdam en vertrouwenscontactpersoon bij KNGU en KNVB) hoe je moet handelen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag en welke preventieve maatregelen je als vereniging kunt nemen. Een aantal kleine acties kunnen al van grote invloed zijn op het voorkomen van ongewenste situaties binnen jouw club.
Start2Talk (3): Grooming
In deze podcast staat het onderwerp ‘grooming’ centraal. Het is totaal geen leuk onderwerp maar belangrijk om er over te blijven praten en informatie te delen. Grooming is een zedenmisdrijf, wat helaas ook voorkomt in de sport. Het is een proces waarbij een dader het vertrouwen wint van een ander met het doel deze persoon seksueel te misbruiken door bijvoorbeeld aanranding, verkrachting of seksuele uitbuiting. Vaak zijn het kwetsbare kinderen die hier slachtoffer van worden.
Robbie van Beers en Stephan Vos van Rotterdam Sportsupport zijn in oktober 2018 gestart met een hagelnieuwe vlogserie. Het duo, omgedoopt tot Robbie & Steef, trainers op dreef, gaat langs bij prominente (Rotterdamse) trainers om praktische tips op te halen en inspiratie op te doen. In november 2019 veranderde het duo in Romy en Steef. De video’s vind je hieronder en zijn een absolute must see voor iedere train(st)er. De vlogs kun je terugkijken op hun YouTube-kanaal. En schroom vooral niet om vragen te stellen aan het tweetal in een comment!
Robbie en Steef
Aflevering 1 | Introductie In deze aflevering stellen Robbie en Steef zich voor aan het publiek. Het duo vertelt over de plannen die ze hebben met de vlogserie.
Aflevering 2 | Hans Kroon De eerste gast is Hans Kroon. De natural bodybuilder, krachttrainingsdeskundige én sportschoolhouder uit Rotterdam-Noord komt met bruikbare tips voor trainers op ieder niveau.
Aflevering 3 | Peter Ottens Peter Ottens, oprichter/directeur van YETS Foundation, weet als geen ander hoe hij jongeren moet motiveren. Hoe hij dat doet? Kijk dan de vlog!
Aflevering 4 | Eelco Beijl In aflevering vier, bestaande uit twee delen, gaat het tweetal langs op Papendal bij Eelco Beijl. De assistent-bondscoach van de Nederlandse volleybalvrouwen praat je helemaal bij over onder meer talentherkenning en -ontwikkeling.
Aflevering 5 | Sander Luiten Sander Luiten Robbie en Steef gaan op bezoek bij Sander Luiten, trainer van PSV Vr1. Hoe is hij hier gekomen? Wat is zo belangrijk in zijn werk? Hoe kunnen we hiervan leren als jeugdtrainer? Kijk mee!
Aflevering 6 | Ton Dunk Robbie en Steef gaan op bezoek bij Ton Dunk, succesvol trainer in de Nederlandse bokswereld. Hoe begeleidt hij zijn spelers? Wat maakt een trainer nou een goede trainer? Een mooi kijkje in zijn boksschool Van ’t Hof. Kijk mee!
Aflevering 7 | Evert-Jan ’t Hoen Honkbal Bondscoach Evert-Jan ’t Hoen is een bekende in de honkbalwereld. Robbie&Steef gingen op bezoek om hem te bevragen over ‘differentieel’ leren. Een mooi gesprek over leren en ontwikkelen.
Aflevering 8 | Mohamed Benziane Mohamed is een pionier op het gebied van sport. Hij is mede-eigenaar van PlayFit.nl, gymdocent in het basisonderwijs, docent op de Hogeschool én docent bij de Taekwondo Bond Nederland. Door zijn brede kennis kan hij voor alle doelgroepen een bijdrage leveren aan de ontwikkeling.
Aflevering 9 | Mark van der Ham Mark van der Ham vliegt heel de wereld over om met zijn toptalenten te werken. De Rotterdamse judocoach is tevens bondscoach voor U17 in België. Het gesprek gaat dan ook over ‘hoe ga je het beste om met pubers in de sport?” Mark geeft concrete tips waarmee jij als trainer direct mee aan de slag kan gaan.
Aflevering 10 | Ruud Vogel Ruud Vogel is een bekende in Rotterdam Pendrecht bij onder andere de SSV. Ruud Vogel gebruikt onze vlog in zijn lessen en daarom zijn Robbie&Steef op visite bij een gymles van Ruud. Eerder opgehaalde ’tips voor trainers’ brengt Ruud direct in de praktijk.
Aflevering 11 | Patrick Woerst Xavi zorgde ervoor dat Patrick nu traint met toptalenten in binnen- en buitenland. Robbie en Steef gingen op pad met Patrick waar hij ons laat zien hoe zijn jeugd was maar met name zijn passie gaf hem structuur waardoor hij interessante stappen heeft gemaakt als trainer/coach. Dit begon met ‘kijken’ naar Xavi, ontwikkelen als voetbaljeugdtrainer, maar momenteel werkt hij met de top in de wereld in verschillende sporten. In de vlog kijken we naar top-hockeyster Malou Phenickx.
Aflevering 11 | Jacqueline Goormachtigh Eindelijk een vrouw in onze vlog, en wat voor vrouw!? Jacqueline is een voormalig topsportster die op de Olympische Spelen van Atlanta in 1996 als discuswerpster. Momenteel is ze moeder, chauffeur, kok, vriendin maar ook coach van toptalent Alida van Daalen. Alida is kogelstootster en discuswerpster. Ze is druk bezig om zich te gaan plaatsen voor de Spelen van Japan. Wil jij weten hoe Jacqueline de juiste balans houdt in al haar rollen? Kijk snel!
Aflevering 13 | 1-jarig bestaan Robbie en Steef bestaan één jaar als vloggers. Een jaar lang hebben we trainers in de sport het vuur aan de schenen gelegd om te zorgen dat we de kennis konden delen met jullie. Maar welke dilemma’s hebben Robbie&Steef?
Romy en Steef
Aflevering 1 | Jordy vd Waart Hockey, in deze vlog gaan Romy en Steef op bezoek bij Jordy van der Waart (hockeytrainer/coach bij Leonidas Rotterdam Vrouwen – promotieklasse). Jordy deelt zijn ervaring als hockeycoach en geeft 3 goede tips waarmee jij in de club mee aan de slag kan gaan.
Aflevering 2 | Peter Blangé Peter Blangé, voormalig international volleybal, voormalig volleybalcoach en momenteel directeur Rotterdam Topsport. Een inspirerend verhaal vanuit Peter Blangé over zijn visie op coachen en opleiden van sporters vanuit de vertaling uit zijn eigen carrière. Tijdens het gesprek liep Dirk Sparidans, voormalig international volleybal, binnen om met zijn oude trainer op te zoeken. Hoe heeft Dirk zijn oude trainer beleefd?
Aflevering 3 | Errol Esajas Errol Esajas heeft jarenlang ervaring als trainer op verschillende niveaus en in diverse sporten. Errol zijn basis ligt in de atletiek maar is werkzaam geweest in het voetbal, tennis en hockey. Wij mogen een kijkje nemen in het SportPerformanceCenter Rijnmond waar Errol directeur is en ‘bewegen’ centraal staat. Wat is bewegen? Kijk snel deze vlog!
Aflevering 4 | Daniëlle van der Klein-Driesen Ons vlogduo gaat in deze aflevering op bezoek bij Daniëlle van der Klein- Driesen. Daniëlle is werkzaam bij de jeugdopleiding van Excelsior als sportpsycholoog, is schrijfster van het boek ‘Gas en rem in de sport’ en won in 2019 de sportinnovatieprijs. De vraag waarmee Romy en Steef naar Daniëlle gaan: hoe ga je met ouders om? Nieuwsgierig? Kijk dan de vlog hieronder.
Aan de slag met ouderbetrokkenheid
Iedere vereniging wil graag dat ouders en verzorgers betrokken zijn. Zowel bij hun eigen kind als bij de vereniging. Deze betrokkenheid levert het kind én de club een hoop voordelen op. Maar hoe realiseer je ouderbetrokkenheid en is dat wel hetzelfde als ouderparticipatie? Welke sleutelfiguren kunnen daar binnen de club mee aan de slag?
Ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie
Rotterdam sportsupport maakt onderscheid tussen ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie:
Dit onderscheid laat zien dat verenigingen vaak ouderparticipatie bedoelen wanneer ze het hebben over ouderbetrokkenheid. Dat inzicht is belangrijk aangezien de kans op participatie aanzienlijk groter is wanneer sprake is van ouderbetrokkenheid. Simpel gezegd: wanneer een ouder/verzorger betrokken is bij de sportieve ontwikkeling van zijn/haar kind, dus de ouder/verzorger toont interesse in de sport van het kind, vraagt hoe het gaat etc., is de kans ook een stuk groter dat de ouder/verzorger zal reageren op vragen van de vereniging om actief iets bij te dragen.
Investeren in de relatie voor meer ouderparticipatie
Om de betrokkenheid van ouders te vergroten is het als vereniging belangrijk dat je investeert in de relatie met ouders. Voor het investeren in de relatie met de ouder/verzorger heeft Rotterdam Sportsupport tien succesfactoren opgesteld.
Soms kunnen ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie uitblijven omdat ouders/verzorgers niet weten wat van hen wordt verwacht, of wat gebruikelijk is binnen een vereniging. Daarom is het belangrijk om vanaf het begin duidelijkheid te scheppen in de (wederzijdse)verwachtingen. Dit animatiefilmpje kan daarbij helpen. Deze kun je bijvoorbeeld tijdens het intakegesprek laten zien of gebruiken als gespreksstarter tijdens een ouderavond.
Wat levert het de vereniging op?
Wanneer je investeert in een goede relatie met ouders/verzorgers kan dit de vereniging veel opleveren:
Je kan ouders makkelijker aanspreken (bijvoorbeeld over de ontwikkeling en het gedrag van hun kind)
Je kan contributieproblemen sneller voor zijn en oplossen
Ouders zijn sneller geneigd aanwezig te zijn bij activiteiten op de club
Je kan makkelijker vragen of ouders een handje willen helpen
Ouders zullen zo sneller een goede ambassadeur voor de vereniging zijn en zorgen voor positieve mond-tot-mond reclame
Aan de slag met ouderbetrokkenheid
Wil je aan de slag gaan met ouderbetrokkenheid op de vereniging? Dit hoef je niet alleen te doen! Betrek verschillende commissies bij het vergroten van de ouderbetrokkenheid, bijvoorbeeld:
De barcommissie die investeert in gastvrijheid
De technische commissie die zorgt voor nog betere communicatie
De feestcommissie die leuke activiteiten organiseert voor (jeugd)leden en ouders/verzorgers.
Wil je graag investeren in meer betrokken ouders maar weet je niet waar te beginnen? Rotterdam sportsupport kan hierbij helpen en alles kan op maat worden gemaakt: van een inspiratiesessie voor bestuurders, waar we ‘gewoon’ aan kunnen sluiten bij de wekelijkse bestuursvergadering tot aan een uitgebreid adviestraject.
Beluister hieronder de podcast van Romy van der Heide over ouderbetrokkenheid. De podcast wordt aangeboden op Spotify, Itunes en Stitcher.
Zorgsignalen: wat kun je doen wanneer je denkt dat een kind of ouder/verzorger hulp nodig heeft?
Als vrijwilliger (trainer/coach, bestuurder of barmedewerker) op een sportvereniging zie je veel kinderen. Elke week staan ze bij je op het veld, in de zaal of op het scouting terrein. Het kan zijn dat je iets ziet gebeuren waarvan je denkt ‘gaat dat nou wel helemaal goed?’. Dit zijn zorgsignalen. Kinderen die regelmatig geen schone sportkleding hebben, niet hebben ontbeten, kinderen die er verwaarloosd uitzien, onder te grote druk lijken te staan of dingen zeggen waarvan je schrikt. Of je hoort hoe een ouder/verzorger tegen zijn kind praat en daar maak je je zorgen over. Zomaar wat voorbeelden van waar je je zorgen over zou kunnen maken.
Onderbuikgevoel of twijfels
Je ziet het, je vraagt je af of het wel normaal is of maakt je zorgen, maar wat moet je er verder mee? Je vraagt je af of je het wel goed gezien hebt en zal je wel geloofd worden? Hoort het niet gewoon bij de cultuur, overdrijf je niet? Je wilt het zeker niet erger maken door je er teveel mee te bemoeien, iets over te zeggen of een (valse) beschuldiging te doen.
Vaak kiezen vrijwilligers ervoor om nog even af te wachten of om het zelf een beetje op te lossen, door bijvoorbeeld het kind wat eten of een schoon shirt te geven. Dit is goed bedoeld, maar het gedrag of de signalen die jou zorgen baren, zijn daarmee niet opgelost. Het gaat vaak om iets dat structureel aangepakt moet gaan worden. Bijvoorbeeld: wanneer jij het kind voor de wedstrijd een boterham geeft, lost dit niet de financiële problemen en stress van de ouders op en uiteindelijk dus ook niet de problemen van het kind.
Naast bovenstaande voorbeelden kun je bijvoorbeeld ook denken aan veel afmelden voor trainingen vanwege ziek zijn, maar ook een negatief zelfbeeld of heel vaak lang blijven hangen op de club. Ook kan gedrag tegenover andere kinderen/jongeren of tegenover volwassenen opvallen door bijvoorbeeld pestgedrag, seksueel getinte opmerkingen of extreem bang zijn voor beschadigen of verliezen van spullen. Ook al is opvallend gedrag niet exact te benoemen, maar geeft het wel een onderbuikgevoel, dan is er reden genoeg om dit bespreekbaar te maken met een vertrouwenscontactpersoon op de club of door contact op te nemen met één van de pedagogisch adviseurs van Rotterdam Sportsupport.
Ervaring leert dat wanneer zorgen op de juiste manier worden besproken met een ouder/ verzorger, deze vaak heel blij zijn dat er aandacht is voor hun kind en er eventueel hulp ingeschakeld kan worden.
Wat kun je doen bij middelgrote of lichte zorgsignalen?
Zoals hierboven genoemd bel je bij acute zorgsignalen meteen Politie of Veilig Thuis. Maar wat doe je als het kind of het gezin niet in acuut gevaar verkeerd maar jij je wel zorgen maakt?
Wat je wilt, is dat het kind en de ouder(s)/verzorger(s) geholpen worden als dat nodig is. Maar wat kan jij als vrijwilliger/trainer of ouder van een vriendje hier in doen? Zoek uit of de vereniging een vertrouwenscontactpersoon (VCP) heeft. Deze is vaak op de website te vinden. Heeft de vereniging geen VCP, bel dan voor advies naar een van de pedagogisch adviseurs van Rotterdam Sportsupport of naar Veilig thuis, dit kan ook anoniem.
Bij een VCP of pedagogisch adviseur kun je je zorgen bespreken. Tijdens dit gesprek spiegel je je bevindingen en kijk je samen wat eventuele vervolgstappen kunnen zijn. Weet dat dit niet betekent dat er een melding bij Veilig Thuis wordt gedaan en het kind uit huis wordt geplaatst.
Acute zorgen
Is een (thuis-)situatie zo onveilig dat je een jeugdlid niet naar huis wil laten gaan? Bel dan direct Politie 112 of 0800-8844 of Veilig Thuis 0800-2000. Deze nummers zijn gratis en 24 uur per dag bereikbaar. Zij helpen jou bij de te nemen stappen en nemen de zorg van je over.
Zijn er acute zorgen specifiek met betrekking tot seksueel misbruik? Bel dan direct naar 0900-8844 en vraag naar de zedenpolitie. Zij kunnen jou snel en passend adviseren.
Feiten
jaarlijks zijn ruim 200.000 mensen in Nederland slachtoffer van huiselijk geweld
per jaar zijn zo’n 120.000 jeugdigen, tussen 0-17 jaar, slachtoffer van kindermishandeling, dit is ± 2,5 keer een volle Kuip en komt neer op 1 leerling per klas. Dus,statistisch gezien, ook een kind per twee elftallen!
in 58% is er sprake van gezinsverband: vooral jonge kinderen zijn vaak getuige van geweld
50-80 jeugdigen overlijden per jaar aan de gevolgen van kindermishandeling
de meest voorkomende vorm van kindermishandeling is psychische verwaarlozing, deze vorm is ook meteen het meest lastig te herkennen
Ondersteuning van Rotterdam Sportsupport
Nu je bovenstaande feiten kent, zul je je ervan bewust geworden zijn dat een kind geholpen zou kunnen worden wanneer jij je zorgen deelt. Problemen komen vaker voor dan je denkt. Maak het dus bespreekbaar! In eerste instantie kun je jouw zorgen delen met de VCP van de vereniging.
Heeft de vereniging geen VCP, voelt het niet prettig om bij hem/haar aan te kloppen of ben je een VCP en weet je niet goed hoe verder te handelen na een zorgmelding of een vermoeden van kindermishandeling en/of huiselijk geweld? Neem dan contact op met een van de pedagogisch adviseurs van Rotterdam Sportsupport, dit kan voor elke zorg, groot of klein. Ook als je het niet zeker weet maar een ‘onderbuik gevoel’ hebt. De pedagogisch adviseur luistert naar jouw verhaal en kijkt samen met jou naar de mogelijkheden.
Wil je als vereniging je vrijwilligers extra ondersteunen in het herkennen van zorgsignalen van kindermishandeling en/of huiselijk geweld? Dan biedt Rotterdam Sportsupport een cursus ‘Signaleren kun je leren’ aan op de vereniging, waar je in één avond op een laagdrempelige manier leert hoe je signalen van kindermishandeling en/of huiselijk geweld kunt herkennen en hoe je vervolgens kunt handelen.
Opleiden en ontwikkelen trainers/coaches
Er is geen betere plek om te leren hoe de wereld in elkaar zit, dan op het sportveld. Sporten zorgt naast sportieve ontwikkeling ook voor persoonlijke ontwikkeling. Sporters leren om afspraken na te komen, leiding te accepteren en anderen te respecteren. Sport kan het doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen vergroten. Trainers en coaches spelen een belangrijke rol in deze ontwikkeling en in het spelplezier van de spelers.
Deze positieve effecten van sport ontstaan alleen wanneer er sprake is van een pedagogisch en veilig sportklimaat, een omgeving waarin spelers zich beschermd voelen, waarin met zorg met elkaar wordt omgegaan en waar heldere afspraken en grenzen geleden. In het creeeren van een pedagogische en veilig sportklimaat spelen de trainers/coaches dus een belangrijke rol. Binnen een veilig sportklimaat worden spelers namelijk op een positieve manier benaderd en staat niet de prestatie maar juist de ontwikkeling en het plezier centraal.
Opleiden van je trainers/coaches
Maar niet iedere trainer staat met een trainersdiploma op het veld. Uit onderzoek blijkt dat 90% van de trainers niet opgeleid is en zelfs 39% zich niet capabel genoeg voelt. Dat terwijl trainers een belangrijke spil in de vereniging zijn. De kwaliteit van de trainers/coaches en andere vrijwilligers bepaalt namelijk de kwaliteit van de club, het is het waard om hier in te investeren. Dit kan bijvoorbeeld door het aanbieden van trainingen en cursussen via de sportbond of Academie voor Sportkader.
Rotterdam Sportsupport verzorgt ook diverse trainingen, deze kunnen zelfs op maat gemaakt worden voor de verenigingen en trainers/coaches. Zie hieronder het overzicht van de verschillende trainingen. Behoefte aan een onderwerp dat er niet tussen staat? Neem dan contact op met één van de pedagogisch adviseurs.
4 inzichten over trainerschap
Structureren, stimuleren, individuele aandacht geven en regie overdragen. Dit zijn de vier belangrijke kernkwaliteiten voor trainers en coaches. Tijdens deze scholing krijgen trainers handvatten om hun sporters effectiever te begeleiden en een inspirerende, veilige sportomgeving te creëren.
Opleiden assistent-trainers (jeugd)
Het opleiden van assistent-trainers zorgt voor meer individuele aandacht voor de spelers. Zij zijn een paar extra handen en ogen tijdens een training en zorgt voor betere ontwikkeling van de spelers. Tegelijkertijd bind je jeugdleden zo ook op een andere manier aan de club en maken zij vroeg kennis met vrijwilligerswerk en het trainersvak.
Trainersbegeleiding
Een trainersbegeleider op de vereniging kan de kwaliteit van de trainingen bewaken, kennisdeling initiëren en trainers motiveren en inspireren. Dit alles zorgt ervoor dat trainers langer met plezier training blijven geven. Wij leiden trainersbegeleiders op die vervolgens trainers van hun eigen club kunnen begeleiden op pedagogisch en didactisch vlak.
Ken je doelgroep: leeftijdsspecifiekekenmerken
Het trainen van een groep zesjarige is anders dan een groep pubers en ook in het trainen van jongens en meisjes zit verschil. Wat zijn nou de (leeftijdsspecifieke)kenmerken van jouw doelgroep, hoe leert jouw doelgroep en wat vinden zij belangrijk? Tijdens deze training leer je hoe je de (leeftijdsspecifieke)kenmerken in kunt zetten om de training nog leuker en beter te maken.
Omgaan met lastig gedrag
Binnen een groep kinderen heb je ook te maken met verschillend gedrag van de spelers. Lastig gedrag kan ervoor zorgen dat het training geven minder leuk wordt en dat de sfeer in de groep verandert. Tijdens deze training leer je over gedrag, houding, grenzen aangeven en hoe voor jezelf te zorgen als je je op het veld staat.
Leren signaleren
Trainers/coaches zien de kinderen vaak wel drie keer per week. Zij zien soms ook kinderen met wie het niet zo goed gaat of waar zij geen goed gevoel bij hebben. Waar moet je precies op letten en wat kan je ermee, wanneer je denkt dat iets niet helemaal goed gaat? Dat leer je tijdens deze training.
Gedragsstoornissen
De pedagogisch adviseurs van Rotterdam Sportsupport organiseren ook trainingen op specifieke gedragsstoornissen, denk bijvoorbeeld aan autisme, AD(H)D en faalangst. Tijdens deze scholing leer je wat de kenmerken zijn, hoe je hier tijdens de training rekening mee kan houden en hoe je de positieve eigenschappen van deze spelers in kan zetten.
Coaching on the job
Naast de diverse trainingen kunnen trainers/coaches vaak ook ‘on the job’ geholpen worden. Bijvoorbeeld bij het omgaan van bepaald gedrag.
Meer aanbod?
Interesse in één van de trainingen of hebben jouw trainers/coaches behoefte aan scholing op een ander onderwerp? Neem dan contact op met een van de pedagogisch adviseurs van Rotterdam Sportsupport. Dan kijken zij hoe ze de training op maat kunnen maken voor jouw vereniging.
Bekijk ook de vlogserie Romy & Steef trainers op dreef, zij gaan maandelijks langs bij prominente (Rotterdamse) trainers om praktische tips op te halen en inspiratie op te doen. Maak kennis met de nieuwe vloggers en abonneer je op hun YouTube-kanaal.