Sport brengt ons in verbinding met anderen en helpt om meer zelfvertrouwen te krijgen. Maar ook het tegenovergestelde komt voor: sporters die te maken krijgen met racisme op de sportvelden. Hoe ga je om als iemand in jouw team een racistische opmerking maakt of ontvangt tijdens een wedstrijd? Hoe herken je racisme en hoe maak je het bespreekbaar? Wat kun je als vereniging doen om sporters weerbaar te maken tegen deze vorm van uitsluiting?

RADAR en Rotterdam Sportsupport nodigen je graag uit om op woensdag 20 oktober (19.30 tot 21.30 uur) voor de masterclass ‘Hoe ga je om met racisme?’ We gaan deze avond op een constructieve manier in gesprek met zowel trainers als scheidsrechters. Dit doen we aan de hand van interactieve werkvormen met beide groepen om zo tot nieuwe inzichten en oplossingen te komen. Dit gebeurt met behulp van casussen die Rotterdam Sportsupport/RADAR of de deelnemers zelf inbrengen. Denk hierbij aan vraagstukken als:

  • Wat houdt racisme in? En waar ligt de grens?  
  • Racisme signaleren en daarop handelen. Hoe beleeft een scheidsrechter racisme op het veld? En hoe beleeft een speler/trainer deze vorm van uitsluiting?
  • Racisme bespreekbaar maken om een veiligere sfeer op het sportveld te creëren. 
  • Praktische handvatten en tools om direct toe te passen als trainer/coach of scheidsrechter. 

Om een veilig sportklimaat te faciliteren binnen jouw vereniging, is het essentieel om bewust te worden van de effecten van racisme en om hierover kennis op te doen. RADAR en Sportsupport ondersteunen jou en jouw vereniging bij het creëren van een sociaal veilig sportklimaat waar aandacht is voor gelijke behandeling en inclusie. Let op: deze avond is specifiek gericht op teamsporten. Op woensdag 15 december organiseren we een masterclass die is gericht op individuele sporten. Aanmelden voor deze avond kan alvast via deze link.

Aanmelden

Aanmelden kan hier of door te klikken op de button in het informatiemenu. Neem voor vragen over deze training contact op met Frank Vermeulen via f.vermeulen@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010 24 29 315. We helpen je graag verder!

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Pepijn Geldof

Pepijn Geldof

verenigingsconsulent Accommodatie / projectcoördinator Vitale en toekomstbestendige sportverenigingen

De jeugdteams van de Rotterdamse cricket- en voetbalvereniging V.O.C. hebben onlangs de aanvoerdersband van de campagne ‘Omarm Rotterdam!’ ontvangen. De Sportplusvereniging organiseerde in samenwerking met Rotterdam Sportsupport een speciale sport- en speldag die in het teken stond van diversiteit en inclusie. Met een opkomst van ruim 400 jeugdleden sloot de vereniging uit Hillegersberg-Schiebroek het sportseizoen af.

Omarm Rotterdam

De door Arno Coenen ontworpen Rotterdamse aanvoerdersband is onderdeel van de campagne ‘Omarm Rotterdam!’. Dit is een initiatief van Rotterdam Sportsupport en staat voor elkaar steunen, leiderschap, samenwerking en betrokkenheid. Met ‘Omarm Rotterdam’ dragen aanvoerders actief bij aan diversiteit en inclusie in de Rotterdamse sport en dragen dit uit met de unieke groen-witte band met het stadswapen ‘Sterker door Strijd’. De jeugdspelers leerden tijdens deze sport- en speldag wat het betekent wanneer je de aanvoerdersband draagt. Waar staat de band voor? En welk gedrag hoort hierbij? De aanvoerders van de jeugdteams (bovenbouw) hebben de band ontvangen. Bij de onderbouw rouleert de band via de trainers.

Thuis op de club

De jeugdspelers volgden verschillende onderdelen waarbij de vier pijlers van de campagne – elkaar steunen, leiderschap, samenwerking en betrokkenheid – zichtbaar waren. Carmen Barranco, Rotterdam Sportsupport: “Zo speelden ze bijvoorbeeld met elkaar een kaartspel waarbij ze vragen beantwoorden die pasten binnen de pijlers. Denk hierbij aan vragen als: Je teamgenoot wordt gepest omdat hij (of zij) twee moeders heeft. Wat kun jij doen om te helpen? Is iemand die altijd de baas speelt ook altijd een goede leider? En jullie nieuwe teamgenoot komt uit Syrië. Hoe kunnen jullie er samen voor zorgen dat hij/zij zich thuis voelt op de club?
“De kinderen leerden spelenderwijs hoe het is om aanvoerder te zijn van Rotterdam,” vervolgt Barranco. “Eén van de andere activiteiten was bijvoorbeeld om met elkaar een laken met gaten vast te houden. De bal mocht niet in één van de gaten rollen. Zo leerden de kinderen op leuke, speelse manier om met elkaar samen te werken.”

Jeugdspeelsters van V.O.C. tegen elkaar in actie tijdens de sport- en speldag op zaterdag 3 juli 2021.

Wil jouw vereniging ook een soortgelijke sportdag organiseren? Of op een andere manier aandacht besteden aan het ‘aanvoerderschap’ of de thema’s diversiteit en inclusie in de sport?. Geef je interesse door aan jouw verenigingsconsulent. We gaan graag met jouw vereniging in gesprek over hoe we dit samen kunnen vormgeven.

Sluit je aan bij het netwerk!

Zet jij je in voor diversiteit en inclusie in de sport? En wil jij dit uitdragen met de unieke groen-witte band met het stadswapen ‘Sterker door Strijd’? Sluit je dan aan bij de campagne ‘Omarm Rotterdam’! Word aanvoerder, net als Soufiane Touzani, Deborah Gravenstijn, Rita van Driel en vele anderen. Klik hier om de aanvoerdersband voor jezelf, jouw team, jouw organisatie of voor een ander aan te vragen. Als ‘aanvoerder’ draag je actief bij aan diversiteit en inclusie in de Rotterdamse sport.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Antoine Schijf

Antoine Schijf

verenigingsconsulent Toekomstbestendige sportverenigingen

Iedere vereniging wil betrokken ouders/verzorgers, maar wat doe je als deze groep straks na lange afwezigheid weer terugkeert op de club? Vaak wordt aangenomen dat de relatie na zo’n lange tijd (deels) verbroken is, maar er liggen juist nu kansen om een nieuwe, verbeterde relatie op te bouwen!

Rotterdam Sportsupport helpt verenigingen graag op weg met dit actuele vraagstuk en daarom organiseren we op donderdag 1 juli van 19.30 tot 21.00 uur een interactieve webinar met Steven Pont (ontwikkelingspsycholoog en systeemtherapeut) en Frank Vermeulen (verenigingsconsulent) bieden je deze avond praktische handvatten en tools over hoe je ouders en verzorgers (beter) bij de vereniging kunt betrekken na een lange periode van afwezigheid. Hoe gedragen ouders/verzorgers zich? En hoe kun je hun gedrag positief beïnvloeden? Deze groep is, juist nu, van onschatbare waarde voor het reilen en zeilen binnen een club en voor de ontwikkeling van jeugdige sporters.

Voor wie?

Deze cursus is bedoeld voor iedereen die op zijn/haar vereniging aan de slag wil met ouderbetrokkenheid. Dat kunnen bijvoorbeeld bestuurs- en commissieleden zijn, maar ook trainers van jeugdteams zijn meer dan welkom om deze cursus bij te wonen.

Aanmelden

Aanmelden kan via deze link of door te klikken op de button in het informatiemenu. Heb je nog vragen? Neem dan contact op met verenigingsconsulent Frank Vermeulen via f.vermeulen@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010 24 29 315. We helpen je graag verder!

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Lennert van Driel

Lennert van Driel

communicatiemedewerker

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Romy met een aantal tips om het lastige seizoen toch nog met een knaller af te sluiten.

“Wat een raar seizoen was dit. Stilgelegde competities, sporten onder moeilijke omstandigheden, geen ouders/verzorgers op de club; dit jaar is een groot beroep gedaan op jullie creativiteit en motivatieskills. Waar in het begin van het seizoen de energie torenhoog bleek om er toch wat van te maken, ondanks de beperkingen van de maatregelen, merk ik dat de energie nu bij veel train(st)ers bijna het nulpunt heeft bereikt. Dat is niet erg, juist goed te begrijpen. Het is goed om je als trainer eens bewust te zijn hoe je nu op het veld staat ten opzichte van een halfjaar of een jaar geleden. Zie het als een stukje reflectie. Hoe benader ik mijn sporters en hoe reageren ze op mij? Zie ik verschillen met een half jaar of een jaar geleden? Het kan zijn dat je jouw sporters al een tijd niet gezien en gesproken hebt of dat jouw sporters ook minder gemotiveerd zijn. Kijk altijd naar jouw eigen gedrag, wat kan jij deze weken nog doen om er een knallend einde van te maken?

“Er komt gelukkig weer een periode dat ouders/verzorgers weer welkom zijn op de club. Dit kan de dynamiek tijdens de trainingen en in het team veranderen.”

Romy van der Heide

Stimuleren

Zorg ervoor dat je sporters weer uitkijken naar het nieuwe seizoen. Ook voor de sporters is het een bijzonder jaar geweest. Dan weer wel en dan weer niet naar school, wel of niet kunnen trainen, geen competitie, geen ouders/verzorgers op de club en misschien komt daar ook nog allerlei stress vanuit de thuissituatie bij. Het zal niet altijd makkelijk zijn om jouw sporters deze laatste weken nog te stimuleren en motiveren. Hieronder vind je een paar concrete tips om het seizoen af te sluiten met een knaller!

  • Doe nog een paar leuke trainingen met de oefeningen die jouw sporters het afgelopen jaar het leukst vonden;
  • Kinderen zijn over het algemeen competitief: bedenk leuke spelletjes waarmee ze punten kunnen winnen;
  • Laat je spelers wat (nieuwe) oefeningen bedenken, geef de regie een beetje uit handen;
  • Organiseer een online afsluiting of een buitentraining met allerlei leuke spelactiviteiten zodat je sporters zich weer herinneren waarom ze de trainingen altijd zo leuk vinden. Zo krijgen ze ook meer zin in het nieuwe seizoen;
  • Reflecteer op jouw eigen houding als trainer. Hoe sta jij op het veld zo tegen het einde van het seizoen? Straal je nog energie uit waar je jouw sporters mee kan motiveren of is in jouw hoofd het seizoen al afgelopen?

Veranderende dynamiek

Er komt gelukkig weer een periode dat ouders/verzorgers weer welkom zijn op de club. Dit kan de dynamiek tijdens de trainingen en in het team veranderen. Om goed voorbereid te zijn op deze veranderende dynamiek, volgt hier een aantal tips die je direct kunt toepassen:

  • Maak een belrondje. Bel de ouders/verzorgers op voor een praatje en vraag hoe zij het afgelopen seizoen hebben ervaren. Vertel hoe jij vond dat het met hun kind is gegaan. Houd het gesprek positief!
  • Gebruik het belmoment om toe te lichten wat voor effect de afwezigheid heeft gehad op de trainingen. Heb je de afwezigheid van ouders als positief ervaren? Benoem het dan zo dat ouders niet het gevoel krijgen straks niet meer welkom te zijn. Gebruik dit moment om toe te lichten welk specifiek gedrag van ouders voor dit effect heeft gezorgd. Bijvoorbeeld: de kinderen waren minder afgeleid en meer gefocust op hun taak, maar ze missen de positieve aanmoedigingen wel.
  • Sluit het seizoen af met een online bijeenkomst met de ouders/verzorgers en hun kind. Denk bijvoorbeeld aan een digitale bingo of quizavond!

Zit je met je hoofd al bij de zomerstop? Pas bovenstaande tips toe om voor een knallend einde te zorgen, dan weet je zeker dat de sporters over een paar weken staan te springen om weer te mogen beginnen. Succes!”

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Pepijn Geldof

Pepijn Geldof

verenigingsconsulent Accommodatie / projectcoördinator Vitale en toekomstbestendige sportverenigingen

Heeft jouw vereniging al een vrijwilliger/contactpersoon waar veel leden heen gaan voor een praatje of het bespreken van een probleem? Op maandag 14 juni start Rotterdam Sportsupport een nieuwe 3-delige cursusreeks om vrijwilligers van Rotterdamse sportverenigingen op te leiden tot vertrouwenscontactpersoon (VCP). We focussen ons deze cursusreeks specifiek op verenigingen die (vrijwel alleen) volwassen leden hebben en behandelen daarom onderwerpen die meer van toepassing zijn op de situatie van volwassenen (bv: armoede/financiële problemen, eenzaamheid en grensoverschrijdend gedrag).

Wat doet een VCP?

De VCP geldt binnen de sportvereniging als hét aanspreekpunt voor iedereen met vragen of zorgen over het welzijn van spelers, ouders of andere vrijwilligers. De VCP is er om hierover te praten. Het is ook mogelijk grensoverschrijdend gedrag bij hem aan te kaarten. Iedereen binnen de organisatie kan zich bij hem of haar melden: sporters, ouders, trainers, toeschouwers, bestuurders et cetera. Belangrijk: een VCP is géén hulpverlener. De VCP biedt wel een luisterend oor en is een ‘zorgzame wegwijzer’. Als het nodig of gewenst is, kan hij iemand gericht en gepast toeleiden naar hulpverlening. 

Waarom een VCP binnen de club?

De sportvereniging is een afspiegeling van de maatschappij. Ongewenst gedrag kan zich dus ook hier voordoen. Denk bijvoorbeeld aan seksuele intimidatie, pesten of bedreigen. Ook is het een plek waar problematieken als armoede, financiële zorgen en eenzaamheid gesignaleerd kunnen worden.

Overige data:

  • Maandag 21 juni
  • Maandag 13 september

Aanmelden

Aanmelden voor de bijeenkomst kan via deze link of door te klikken op de button in het informatiemenu. Heb je nog vragen over de avond of specifieke onderwerpen die je graag wil behandelen? Schrijf het in het aanmeldformulier of neem contact op met pedagogisch adviseur Romy van der Heide via r.vanderheide@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010 24 29 315. We helpen je graag verder!

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Sandra van Zevenhuijzen

Sandra van Zevenhuijzen

teamcoördinator P&O en Financiën

Al 55 verenigingen en organisaties hebben zich aangesloten bij de campagne Omarm Rotterdam! Binnen die verenigingen zijn nu één of meerdere ‘aanvoerders’ die de groen-witte aanvoerdersband met het stadswapen dragen. Hiermee dragen ze uit dat ze zich actief inzetten voor diversiteit en inclusie in de sport.

Niet alleen binnen de sport zijn verenigingen aan de slag gegaan met Omarm Rotterdam! Ook verschillende scoutinggroepen in Rotterdam hebben de aanvoerdersband inmiddels omarmd. Natasja Hoveling vroeg aanvoerdersbanden aan voor de leiding van scoutinggroep Calandtroep. ‘Zij geven leiding aan scouts van verschillende leeftijden en achtergronden. Waarbij een ieder zich gewaardeerd voelt en de beste in zichzelf naar boven haalt,’ legt zij uit. Bij scoutinggroep Kralingsche Troep is een aantal vrijwilligers in het zonnetje gezet met de aanvoerdersband. Met de insteek: je mag hier zijn wie je bent en je ontwikkelen en ontplooien tot wie je bent. Iedereen heeft een kracht en kan die gebruiken.

Veilige vereniging

Ook Karin Beaumont van sportplusvereniging V.O.C. meldde zich bij Rotterdam Sportsupport voor 100 aanvoerdersbanden voor de cricket- en voetbalvereniging. ‘V.O.C. wil een veilige vereniging zijn, waar iedereen zich thuis voelt en zichzelf mag en kan zijn’, vertelt zij. En daarom doen zij meer dan alleen het dragen van de aanvoerdersband. Binnenkort organiseert de club zelfs een themasportdag in het kader van diversiteit en inclusie. De vraag ‘wat betekent het om aanvoerder van Rotterdam te zijn?’ staat dan centraal. Experts vanuit het team ‘Veilige sportverenigingen met sterke jeugdafdelingen’ van Rotterdam Sportsupport begeleiden deze dag.

Trots

Het initiatief Omarm Rotterdam staat voor elkaar steunen, leiderschap, samenwerking en betrokkenheid. ‘Rotterdammers kunnen met deze band waardering naar elkaar uitspreken en het geeft een gevoel van saamhorigheid en trots! Voor meer diversiteit en inclusie heb je voorlopers nodig, mensen die lef hebben en het verschil willen maken. Zij kunnen met hun enthousiasme vele Rotterdammers meekrijgen in inclusiever denken en doen,’ aldus Gert-Jan Lammens, directeur van Rotterdam Sportsupport.

Aanvragen

Als club of organisatie kun je de unieke aanvoerdersband aanvragen voor jezelf of iemand anders. Als blijk van waardering voor hun inzet ten behoeve van diversiteit en inclusie krijgt een aantal aanvoerders de band ook officieel uitgereikt. Zo ontvingen aanvoerders Soufiane Touzani, Deborah Gravenstijn, Rita van Driel, Bert Wijbenga, Pim Blokland en Danny van der Valk bijvoorbeeld een band.

Clubs en organisaties

De sportverenigingen en organisaties die de aanvoerdersband hebben aangevraagd en ontvangen, bijvoorbeeld voor een team of vrijwilliger(s) zijn: : R.S.V. AntibarbariBCVBc.k.c. THORFeyenoord FutsalHC RotterdamHouse of EsportsHou StandJeugdschaakvereniging De Koddige KoningKC de Hoeksteen, Politie-eenheid Rotterdam (Basisteam Feijenoord), Powerwalkingclub RotterdamRCSV ZestienhovenRijndam RacersRotterdamse RugbyclubRV & AV Steeds HoogerSC ExcelsiorSpartaan’20Stichting GOAL SportsmanagementSV CharloisSV DRLTeam ImminkoVeenoord VMBOVOCvv Alexandriavv NieuwerkerkVVORvv SmitshoekXerxesDZBHC FeijenoordHDO DartsFC IJsselmondekv TrekvogelsLeonidasOZCVolley ZuidSportMEE RotterdamJeugdfonds Sport & Cultuur RotterdamTransvalia ZWHOV/DJSCRDSVOBS Nelson MandelaSonic’s Gymsv SlikkerveerW.M.V. Rozenburgvv RozenburgGolfbaan KralingenRotterdamse Reddingsbrigadevv HWDzv OmmoordRKSV AeolusExodus, Silent DragonVak College Hillegersberg en scoutinggroepen Calandtroep en Kralingsche Troep.

Wil je meer informatie of de aanvoerdersband dragen? Kijk dan op omarmrotterdam.nl.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Floor Vierboom

Floor Vierboom

teamcoördinator Communicatie

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over het sporten tijdens de Ramadan en hoe je oog kunt houden voor deze situatie.

Luister de column hier:

Of lees de column hier:

“Rotterdam is een absolute wereldstad met ruim 650.000 inwoners en meer dan 170 verschillende nationaliteiten. Op maandag 12 april is ook voor de Rotterdamse moslims de Ramadan begonnen. Ramadan is de negende maand in de islamitische kalender. In tegenstelling tot de Gregoriaanse kalender die op de zon is gebaseerd en die we in Nederland gebruiken, werkt de islamitische kalender op basis van de maan. Dat betekent dat de ramadanmaand pas begint als het eerste streepje van de maan zichtbaar is. Dit kan per land verschillen, bijvoorbeeld vanwege een bewolkte hemel. Dit verklaart ook waarom in het ene land het vasten (‘sawm’, in het Arabisch) al is begonnen en de ramadan in een ander land een dag later start (Bron: npokennis.nl).

Opgroeien

De 170 nationaliteiten zien we ook terug bij de sportverenigingen in Rotterdam waar we te maken hebben met verschillende gebruiken en religies, waaronder de Islam. Het kan dus zijn dat een sporter in jouw team meedoet aan de Ramadan. Ben je je ervan bewust dat deze sporters vanuit huis opgroeien met de Ramadan? Het is namelijk gebruikelijk dat de sporter zijn/haar sport combineert met de Ramadan.  
    Wanneer je gaat bewegen hebben je spieren vocht en brandstof nodig uit voeding. Tijdens de Ramadan is dit ritme plots 180 graden gedraaid. De gebruikelijke lunch en avondmaal maken plaats voor lange periodes zonder dat er iets gegeten of gedronken wordt. Hierdoor krijgt het lichaam niet altijd de vereiste stoffen binnen om optimaal te kunnen sporten en bewegen.

“Een speler kreeg onlangs last van zijn lies tijdens een training. In dit geval wist de trainer dat hij heel de dag geen water had gedronken. Uit voorzorg haalde hij hem daarom naar de kant om blessures te voorkomen.”

Stephan Vos

Energielevel

Doordat dit ritme en de aanvoer van voedingstoffen is veranderd, kan de sporter fysieke belemmeringen ervaren. Een sporter kan vermoeid ogen, of in het begin heel aanwezig zijn om daarna kalm te worden, of energiebesparend sporten door niet alles te geven in de training maar wel druk gedrag te vertonen rondom de training. Sporters leren hiermee omgaan gedurende de jaren en weten hoe ze tijdens het sporten met de Ramadan hun energielevel in balans kunnen houden.
     Als train(st)er is het in de eerste plaats belangrijk dat je weet wie er meedoen aan de Ramadan, het gesprek hierover voert en oog houdt voor de manier van bewegen bij de sporter. Te weinig vocht of voedingstoffen kan namelijk blessures veroorzaken. Zo kreeg een speler onlangs last van zijn lies tijdens een training. In dit geval wist de trainer dat hij heel de dag geen water had gedronken. Uit voorzorg haalde hij hem daarom naar de kant om blessures te voorkomen.

Door de verschillende nationaliteiten in Rotterdam zul je als trainer mogelijk ook sporters hebben die meedoen aan de Ramadan. Hoe ga je hiermee om? Mag drinken in het zicht van diegenen die aan de Ramadan doen? Hoe reageren de sporters die aan het vasten zijn wanneer de rest van de groep een traktatie krijgt? Direct opeten of wachten ze tot ze thuis zijn?     

“Door de verschillende nationaliteiten in Rotterdam zul je als train(st)er mogelijk ook sporters hebben die meedoen aan de Ramadan. Hoe ga je hiermee om? Mag drinken in het zicht van diegenen die aan de Ramadan doen? Hoe reageren de sporters die aan het vasten zijn als de rest een traktatie krijgt? En wat doen zij zelf: direct opeten of wachten ze tot ze thuis zijn?”

Stephan Vos

Door de verschillende nationaliteiten in Rotterdam zul je als trainer mogelijk ook sporters hebben die meedoen aan de Ramadan. Hoe ga je hiermee om? Mag drinken in het zicht van diegenen die aan de Ramadan doen? Hoe reageren de sporters die aan het vasten zijn als de rest een traktatie krijgt? En wat doen zij zelf: direct opeten of wachten ze tot ze thuis zijn?  
    Maak over dit soort dilemma’s afspraken met de club of met de spelers zelf. Met elkaar bepaal je hoe je hier het beste mee kunt omgaan om onduidelijkheid te voorkomen. “Hij doet zelf mee aan de Ramadan!” of “Hij moet hetzelfde doen als de anderen!” is een volledig onterechte en ongepaste reactie in deze situatie. De kracht is juist om mét elkaar het gesprek te voeren en ván elkaar te leren.

Ramadan mubarak!”

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Wendy van der Wal

Wendy van der Wal

communicatieadviseur

De sportpedagogen van Rotterdam Sportsupport dragen bij aan het kansrijk, veilig en gezond laten opgroeien van jeugd in Rotterdam. De pedagogen helpen trainers om opgroei- en opvoedproblematieken te herkennen en bespreekbaar te maken. Sommige problemen kunnen binnen de club worden opgelost en voor andere problemen kan, in overleg met ouders, ook extra expertise worden ingezet.

Na thuis en op school is de sportvereniging de derde plek waar kinderen de meeste tijd doorbrengen. Het regelmatige contact en de sociale context maken de sportvereniging bij uitstek een geschikte plek om bij te dragen aan de ontwikkeling van Rotterdamse jeugd.

Wat kunnen de sportpedagogen nog meer voor jouw vereniging betekenen?

  • We leggen de nadruk op het vroegtijdig ondersteunen van sportverenigingen. Hiermee willen we voorkomen dat we worden ingeschakeld als het al te laat is (bijvoorbeeld een geschorst of geroyeerd jeugdlid).
  • We ondersteunen vertrouwenscontactpersonen (VCP’ers) bij casussen en bij de positie, invulling en zichtbaarheid van de functie.
  • Ondersteunen van sportverenigingen bij hulpvragen over gedrag van spelers en groepsdynamiek.

Daarnaast organiseren we regelmatig (digitale) bijeenkomsten en scholingen. Een overzicht:

  • Gezien in 010? Geen kind buitenspel!
  • Opleiding tot VCP (zowel voor volwassenen als voor jeugd).
  • Intervisiebijeenkomsten voor VCP’ers.

Wie zijn de sportpedagogen van Rotterdam Sportsupport?

-Marco van de Geer | Rotterdam-Zuid en de buitengebieden | E: m.vandegeer@rotterdamsportsupport.nl, T: 010 24 29 315.

– Romy van der Heide | Rotterdam-Noord, Rozenburg en de buitengebieden | E: r.vanderheide@rotterdamsportsupport.nl, T: 010 24 29 315.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Sandra van Zevenhuijzen

Sandra van Zevenhuijzen

teamcoördinator P&O en Financiën

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over samenwerkingen met naastgelegen sportverenigingen en de kansen die hier liggen voor jeugdafdelingen. 

Luister de column hier

Of lees de column hier 

“In de eerste week van maart is de zesde cursusreeks van de Trainersbegeleiding ‘Coach de Coach’ begonnen. Een cursus die ik samen met mijn collega’s mag verzorgen. Op dit moment is de cursus (nog) een online variant met deelnemers van verschillende sporttakken, wijken en verenigingen in Rotterdam.

Kennismaking

Na iedere cursus krijg ik weer de bevestiging dat we allemaal geconfronteerd worden met dezelfde uitdagingen. Ik zie veel gelijkenissen, ongeacht sporttak, wijk of vereniging. Ook jouw vereniging is een mini-maatschappij, op een vaak afgeschermd terrein, waar alleen mensen binnenkomen die dezelfde passie delen. Deze gedeelde passie – liefde voor de sport, het gemeenschapsgevoel en de wil om een maatschappelijke bijdrage te leveren – is waarover veel wordt gesproken binnen verenigingen. Doordat we dagelijks met diverse groep mensen te maken hebben, levert dit ook uitdagingen op. En deze uitdagingen kunnen niet altijd direct worden opgelost met de kennis en expertise binnen de eigen vereniging.

“Rotterdam telt maar liefst 351 sportverenigingen. Dit betekent dat in veel gevallen er nog een andere sportvereniging naast jouw vereniging is gehuisvest. Ben je hier weleens op bezoek geweest voor een kennismaking?”

Stephan Vos

Rotterdam telt maar liefst 351 sportverenigingen. Dit betekent dat in veel gevallen er nog een andere sportvereniging naast jouw vereniging is gehuisvest. Ben je hier weleens op bezoek geweest voor een kennismaking? Heb je weleens een gesprek gevoerd over de manier waarop jullie elkaar kunnen versterken? In je eigen straat vraag je soms ook aan je buren of je iets kunt lenen. Of je neemt een pakketje van elkaar aan.  

Samenwerking

In de cursusreeks Trainersbegeleiding ‘Coach de Coach’ hebben twee clubs elkaar bijvoorbeeld gevonden om de scheidsrechterscommissie goed in te vullen. Ook staan voetbaltrainers in de turnzaal om jeugdtrain(st)ers te voorzien van tips. Het is dus enorm waardevol om eens bij je buren te gluren en te ontdekken wat zij kunnen bijdragen aan jouw vereniging. Zolang je zelf openstaat voor hulp, staat de andere vereniging vaak ook open om jouw club te helpen en om wellicht jouw hulp in te schakelen.

“Een gedeelde passie – liefde voor de sport, het gemeenschapsgevoel en de wil om een maatschappelijke bijdrage te leveren – is waarover veel wordt gesproken binnen verenigingen.”

Stephan Vos

Mijn advies: schroom niet om het contact op te zoeken met je naastgelegen sportverenigingen. Doe er je voordeel mee. Misschien ontstaat er wel een vruchtbare samenwerking tussen beide jeugdafdelingen. Vanuit Rotterdam Sportsupport kunnen we altijd helpen om dit contact op gang te brengen.

Beter een goede buurt dan een verre vriend luidt het gezegde, toch?”

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Frederik Netten

Frederik Netten

verenigingsconsulent Toekomstbestendige sportverenigingen

Een teruggetrokken jeugdlid, kinderen die regelmatig geen gepaste of passende sportkleding hebben of structureel onder grote druk lijken te staan. Zorgsignalen op de vereniging gaan verder dan alleen fysieke klachten, zoals blauwe plekken of lichaamswondenAls vrijwilliger (trainer, leider, barmedewerker of bijvoorbeeld bestuurder) en ouder op een sportvereniging zie je veel kinderen en hun ouders/verzorgers. Af en toe zie je dan dingen gebeuren waarvan je een onderbuikgevoel krijgt of denkt: gaat dat nou wel helemaal goed?

Het signaleren van zorgsignalen is misschien niet het meest gezellige onderwerp, maar wel ontzettend belangrijk. Als vrijwilliger in de sport speel je namelijk een ontzettend belangrijke rol in het leven van een kind of jongere. Ook en misschien wel juist als het bij een kind of jongere (op school of thuis) even niet zo lekker gaat. Weet je dan waar je met deze signalen terecht kunt? Met de juiste (h)erkenning maak jij het verschil!

Sportpedagogen

Op een laagdrempelige en interactieve manier leren de pedagogisch adviseurs van Rotterdam Sportsupport je de signalen van opgroei- en opvoedproblemen herkennen en kom je erachter wat de route is naar de juiste hulp. Wil je meer weten? De gebiedsconsulent van jouw vereniging brengt je graag in contact met de juiste pedagogisch adviseur.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Janny van Bergeijk

Janny van Bergeijk

verenigingsconsulent Leden

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Romy over het zichtbare topje van de ijsberg en hoe onwenselijk gedrag van jonge sporters niet altijd is wat het lijkt.   

Luister de column hier

Of lees de column hier:

“Je kent de uitdrukking of de afbeelding ‘het topje van de ijsberg’ vast wel. Je ziet alleen wat er aan de oppervlakte zichtbaar is, maar je ziet niet wat er allemaal onder zit of nog gaat komen. Dit model gebruik ik ook graag als het gaat om gedrag van spelers. Ik ga dit duidelijk maken aan de hand van twee voorbeelden: één die recentelijk ter ore is gekomen en de ander die ik in mijn beginjaren als pedagoog voorbij heb zien komen en mij heeft gemotiveerd om binnen de sport aan de slag te gaan. Natuurlijk zijn deze voorbeelden geanonimiseerd.

Gedrag

Tom (15 jaar) kan goed voetballen, speelt altijd in het eerste team. Tom is erg druk en naar zijn trainer luistert hij vaker niet dan wel. Tom is al drie keer geschorst omdat hij betrokken was bij opstootjes tijdens een wedstrijd. Tijdens zijn laatste schorsing kreeg hij vanuit de club zijn laatste waarschuwing: als hij zijn gedrag niet zou veranderen is hij niet meer welkom op de club. Je voelt ‘m waarschijnlijk al aankomen: drie weken later was Tom opnieuw betrokken bij een opstootje en ontving hij zijn vierde rode kaart.  

“Gedrag kan zoveel verschillende oorzaken hebben. Kijk verder dan alleen naar het gedrag dat aan de oppervlakte te zien is en investeer in de vertrouwensband met jouw spelers

En dan hebben we de 13-jarige Amir, een rustige en talentvolle basketballer. Als hij aanwezig is doet hij goed mee, maar die aanwezigheid is een probleem. Amir is vaak afwezig, zonder dat hij iets laat weten. Hij vergeet met enige regelmaat zijn spullen of is net een paar minuten te laat. Gedrag dat volgens zijn trainer niet bij een topspeler hoort. Hij vindt hem lui en ongemotiveerd en waarschuwt Amir herhaaldelijk dat anderen staan te trappelen om zijn plaats in te nemen.

Bron: www.prevented.nl

Verschuiven

Op basis van hun gedrag zijn ze door de club uit hun team gezet: Amir een team lager en Tom is helemaal niet meer welkom op de club. Nu hoor ik je denken: maar dit gedrag kan toch ook niet?! Dat klopt, het is onwenselijk gedrag, maar met het verwijderen van deze jongens los je het probleem niet op, je verschuift het. Naar een ander team, een andere vereniging of naar de straat. Bovendien help je de jongens er niet mee, want vaak zit er zoveel achter het gedrag dat spelers vertonen.

Hoe zit dat dan bij deze twee spelers? Tom heeft ADHD en zijn vader is alcoholist met losse handjes. Voor Tom was de voetbalclub de plek om zijn energie en frustraties kwijt te kunnen. Deed hij dat op een juiste manier? Absoluut niet, maar door zijn situatie krijg je begrip voor zijn gedrag. Door hulp te bieden had hij dat kunnen reguleren en mee kunnen blijven draaien op de vereniging.

Oppervlakte

Amir is mantelzorger omdat zijn vader dubbele diensten draait vanwege de ziekte van zijn moeder. Als zijn vader niet thuis is, draagt Amir de zorg voor zijn moeder en zusje. Dat is een grote verantwoordelijkheid waardoor Amir te veel aan zijn hoofd heeft en hij veel vergeet. Als zijn moeder een slechte dag heeft, moet hij bij zijn zusje blijven en kan dan niet trainen.

Moraal van het verhaal: gedrag kan zoveel verschillende oorzaken hebben. Kijk verder dan alleen naar het gedrag dat aan de oppervlakte te zien is en investeer in de vertrouwensband met jouw spelers. Zodat ieder kind kan blijven sporten, ook – en juist – diegene die het zo hard nodig hebben.”

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Michelle Witsenburg

Michelle Witsenburg

consulent en projectcoördinator Sport als middel / onderzoekscoördinator

Als vertrouwenscontactpersoon (VCP) heb je een ontzettend belangrijke functie. Je vervult een belangrijke rol in het zorgen voor een veilig sportklimaat voor de Rotterdamse (jeugd)sporter. Omdat het om een vertrouwelijke functie gaat en je de functie vaak alleen of met nog één iemand vervult, is het vaak een eilandje binnen de organisatie van de vereniging. Terwijl je reactief én proactief een belangrijke rol vervult. Jezelf bijscholen en sparren met andere vertrouwenscontactpersonen kan heel prettig zijn.

Met ingang van het nieuwe sportseizoen gaan we VCP’ers helpen door twee intervisiebijeenkomsten te organiseren: op dinsdag 5 oktober en donderdag 11 november. Tijdens deze avonden staan twee onderwerpen centraal en vergroten we je inhoudelijke kennis door elke bijeenkomst een ander thema – eventueel gegeven door een externe expert – uit te diepen door middel van leuke werkvormen en interactie met andere vertrouwenscontactpersonen. Ook is er ruimte om casuïstiek te bespreken en vragen te stellen.

  • Thema bijeenkomst dinsdag 5 oktober: ‘Definieer en positioneer jezelf’
  • Thema bijeenkomst donderdag 11 november: N.T.B.

Aanmelden

Aanmelden kan via deze link of door te klikken op de button in het informatiemenu. Heb je nog vragen? Neem dan contact op met pedagoog Marco van de Geer via m.vandegeer@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010 24 29 315. We helpen je graag verder!

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Yusuf Celik

Yusuf Celik

projectmanager Gebieden en Sportplus

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over de non-verbale houding van coaches en het belang om je hiervan bewust te zijn.

Luister de column hier:

Of lees de column hier:

“Net z’n moeder!” Dit zeggen we vaak als we naar kinderen kijken die iets zeggen of doen dat lijkt op het gedrag van hun ouders. Kinderen kopiëren namelijk het gedrag van personen die zij als voorbeeld zien. Binnen de sportvereniging is dit niet anders. Kinderen kijken ook naar het gedrag van oudere spelers en volwassenen. Het team en de sporters die jij coacht zijn daarom jouw spiegel als train(st)er. Ben jij druk en onrustig? Dan zijn jouw sporters dat ook. Ben jij kalm, bedachtzaam en rustig? Idem dito voor jouw spelers. “Children have never been very good at listening to their elders, but they have never failed to imitate them,” zei schrijver James Baldwin ooit eens treffend.  

“Kinderen kijken naar het gedrag van oudere spelers en volwassenen. Het team en de sporters die jij coacht zijn daarom jouw spiegel als train(st)er. Ben jij druk en onrustig? Dan zijn jouw sporters dat ook.

Non-verbale houding

Het is dus belangrijk dat je je ervan bewust bent wat je non-verbaal uitstraalt naar je sporters. Hieronder heb ik een aantal voorbeelden van lichaamstaal en -houdingen beschreven. Denk er eens goed over na:

  • Armen over elkaar (straalt een gesloten houding uit).
  • Armen in de zakken (doet lijken alsof je ongeïnteresseerd bent).
  • Armen achter de rug (lijkt betweterig).
  • Schouders naar voren of achteren (kan het verschil uitstralen tussen zelfvertrouwen of onzekerheid).
  • Kin omhoog of omlaag (lijkt of niemand jou iets hoeft te vertellen).
  • Fronsen (lijkt op boosheid).
  • Grote of kleine ogen (kan aandacht of nieuwsgierigheid uitstralen).
  • De manier hoe je je benen positioneert (kunnen bescheidenheid uitstralen of juist weer betrokkenheid).

Stel jezelf nu eens de volgende vraag: past mijn non-verbale houding bij wat ik verbaal aan mijn sporters wil laten horen? Bij de bovenstaande voorbeelden heb je ongetwijfeld al bepaalde gedachten gevormd. Maar klopt dat wat jij ervan vindt altijd met wat de ander bedoelt? Is dat wat je als trainer in lichaamstaal- en houding uitstraalt ook hetgeen wat je wil uitstralen op je spelersgroep?  

Niet iedere trainer is zich bewust van het effect van zijn of haar non-verbale communicatie. De sportvereniging is verkleinde maatschappij. We vinden allemaal wel iets van elkaar en delen dit ook met clubgenoten. Er wordt dan ook veel over elkaar gesproken in plaats van mét elkaar. Wanneer je mét elkaar praat en vraagt naar de non-verbale houding van de andere persoon, kom je er wellicht achter waarom iemand die houding aanneemt. Misschien is er wel iets gebeurd op het werk, speelt er iets in de thuissituatie of kiest iemand bewust voor een specifieke houding om een bepaald effect te creëren?  

Bespreekbaar

Wat iemand non-verbaal uitstraalt, is niet altijd hoe de ander zich op dat moment ook daadwerkelijk voelt of wil voelen. Als je non-verbale uitstraling hebt die niet past bij je persoonlijkheid, prikken sporters daar vroeg of laat doorheen. Het is dus van belang dat je bewust bent van jouw houding en dat je dicht bij jezelf blijft. Wat straal je uit op jouw sporters, wil je dat ook uitstralen? En zo ja, waarom en met welk doel? Maak je non-verbale houding bespreekbaar zodat je niet over elkaar maar mét elkaar praat.

Ik zie ik zie wat jij niet zegt!”

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Ineke Kalkman

Ineke Kalkman

projectleider Veilige sportverenigingen met sterke jeugdafdelingen

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Romy over een van de weinige plekken waar kinderen nog fysieke ontmoetingen hebben met andere volwassenen dan hun ouders: de sportvereniging.

Luister de column hier

Of lees de column hier

“We leven in een vreemde en onzekere tijd. Deze periode heeft impact op iedereen. Natuurlijk ook op jou, mentaal en misschien zelfs fysiek. Waarschijnlijk merk je het op je werk, binnen je gezin, familie en/of vriendenkring. Toch kom jij elke week opdagen en geef je training aan jouw spelers. Een welkome afleiding voor de kinderen of jongeren, en misschien ook wel voor jouzelf.

Rol train(st)er

Corona en de steeds wisselende maatregelen hebben ook impact op jouw spelers. Scholen open en weer dicht, al maanden geen competitie, binnensporten die wel en niet doorgaan, de impact op het gezin en daar komt nu ook nog eens de onrust van de rellen bij.
Met het sluiten van de scholen ben jij als train(st)er vaak een van de weinige andere volwassene, buiten ouders/verzorgers, die de kinderen/jongeren regelmatig in het echt zien. Hun docent zien ze natuurlijk alleen nog achter hun scherm. Dat maakt jouw rol als trainer nu nog groter en belangrijker. Meer dan ooit ben je, juist nu, een mede-opvoeder en stabiel persoon in het leven van jouw spelers.

“Met het sluiten van de scholen ben jij als train(st)er vaak een van de weinige andere volwassene, buiten ouders/verzorgers, die de kinderen/jongeren regelmatig in het echt zien.”

Individuele aandacht

Kinderen en jongeren hebben behoefte om tijdens het sporten hun energie kwijt te raken, maar ook om over de huidige situatie te praten. Ze hebben nu nog meer behoefte aan individuele aandacht en interesse vanuit volwassenen. Je bent dus nóg belangrijker geworden in het leven van je spelers! Je geeft niet alleen meer training, want nu is het belangrijk dat je oog hebt voor het individu en het gesprek met je spelers aangaat. Dat gesprek aangaan kan moeilijk zijn. Hieronder daarom een aantal tips:

  1. Voer het gesprek zowel in groepsverband als individueel.
  2. Plan voorafgaand aan de training hiervoor wat extra ruimte in.
  3. Stel open vragen: ‘Hoe gaat het?’ i.p.v. ‘Gaat het goed?’ op die laatste vraag krijg je vaak een vlugge ‘ja hoor’ en valt het gesprek snel stil.
  4. Vermijd suggestieve vragen ‘je vind het zeker niet leuk dat de scholen dicht zijn?’ bij dit soort vragen leg je het antwoord al in de mond. ‘De scholen zijn dicht, wat vind je daar van?’ is bijvoorbeeld een betere vraag.
  5. Vraag door! Neem geen genoegen met het eerste antwoord. Geeft een kind aan dat het goed gaat, vraag dan door: ‘Wat gaat er allemaal goed?’ en ‘Welke dingen gaan misschien minder goed?’
  6. Vermijd waarom-vragen. Stel liever hoe-vragen. Dan kom je namelijk geïnteresseerd, open en onbevooroordeeld over.

Vragen die je kunt stellen om een gesprek te beginnen (en vraag door!):

  1. Hoe gaat het?
  2. Hoe vind je het om thuis je schoolwerk te doen?
  3. Hoe helpen je ouders bij het schoolwerk?
  4. Wat doe je na je schoolwerk?
  5. Hoe ziet je gezin eruit? Wie zijn er allemaal thuis?
  6. Wat hebben jullie meegekregen van de rellen?
  7. Wat voor gevoel geeft jou dat?
  8. Welke andere hobby’s/passies heb je?

Vertrouwenscontactpersoon

Belangrijk: heb je het gevoel dat het niet goed gaat met een van jouw spelers? Neem dan contact op met de vertrouwenscontactpersoon (VCP) binnen jouw vereniging. Hij of zij kan je helpen om de situatie in kaart te brengen en samen kunnen jullie zoeken mogelijkheden om je speler te helpen. Geen VCP aanwezig? Neem dan contact op met een van de pedagogisch adviseur van Rotterdam Sportsupport. Heb je zorgen om de thuissituatie? Lees deze column dan nog eens.     
En nog een laatste tip: betrek ook de ouders bij de gesprekken die je hebt! Bel de ouders eens op om te vragen hoe de thuissituatie is en koppel eens terug hoe het met hun kind gaat op de vereniging. Jouw rol als trainer is hierin ontzettend belangrijk!”

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Martine Willemse

Martine Willemse

communicatie- en marketingadviseur

Een trainersbegeleider kan het verschil maken voor sporters, trainers én de vereniging. Deze functie draagt bij aan de kwaliteit van de trainers én de trainingen. Een trainersbegeleider begeleidt gedurende het seizoen de minder ervaren trainers door een aantal trainingen te bezoeken. Op basis daarvan krijgt de trainer feedback en tips over het geven van sociaal veilige, plezierige en leerzame trainingen. De feedback op de trainer is positief, opbouwend en vanuit een paar eenvoudige basisprincipes.

Rotterdam Sportsupport helpt verenigingen graag bij het opleiden van mensen tot trainersbegeleiders. Op woensdag 29 september start Rotterdam Sportsupport met een nieuwe cursusreeks Trainersbegeleiding ‘Coach de Coach’.

Programma cursus

  • Woensdag 29 september: Introductiebijeenkomst en opzet trainersbegeleiding met de 4 inzichten over trainerschap.
  • Woensdag 13 oktober | Observeren en analyseren.
  • Woensdag 27 oktober | Voorgesprek & nagesprek.
  • Woensdag 10 november | Borgen van besturen.
  • Woensdag 8 december | Intervisiebijeenkomst.

* De bijeenkomsten starten om 19.00 uur en duren tot 20.30 uur. Bij voorkeur organiseren we de bijeenkomsten op locatie bij een vereniging of op ons kantoor aan de Olympiaweg, maar als de omstandigheden dit niet toelaten organiseren we de bijeenkomsten in een digitale omgeving. Hierover worden jullie tijdig geïnformeerd.

Aanmelden

Aanmelden kan hier of via de button in het informatiemenu. Houd voor meer informatie onze website in de gaten of neem contact op met verenigingsconsulent Stephan Vos via s.vos@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010 24 29 315. We helpen je graag verder!

Meer weten over de rol van een trainersbegeleider? Bekijk dan de onderstaande animatievideo met de 5 voordelen van trainersbegeleiding:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

René Biemans

René Biemans

verenigingsconsulent Accommodatie

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over het verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie en het willen en moeten bij jonge sporters.

“In de eerste plaats nog de beste wensen namens Romy & Steef! Het blijft nog steeds een vreemde tijd. Geen jeugdwedstrijden, geen groepstrainingen voor senioren en gesloten kantines. Hopelijk kunnen wij jullie in onze columns nog steeds voorzien van voldoende tips en tricks van ons mooie trainersvak.

Groepsdruk

Laatst stond ik op een parkeerplaats toen drie pubers kwamen langslopen en hardop riepen dat ze geen zin hadden om te trainen. Ik vroeg me direct af of dit aan de pubers zelf lag of dat we de oorzaak bij hun train(st)er moesten zoeken? Het is hierbij belangrijk om in de gedachten te houden dat pubers elkaar stimuleren in groepen (groepsdruk) en soms dingen doen/zeggen waarvan ze achteraf spijt kunnen krijgen.
     Terug naar waar het vandaan komt. In onze cursussen ‘Trainersbegeleiding Coach de Coach’ en ‘4 inzichten over Trainerschap’ behandelen we de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan. Deze theorie gaat over intrinsieke en extrinsieke motivatie. Oftewel: het verschil tussen WILLEN en MOETEN.

“Kinderen vergelijken zich vaak met andere kinderen en fouten maken maakt ze onzeker. Het is de taak voor jou als train(st)er om sporters hierbij te helpen.”

Fouten leren maken

Kinderen stralen soms non-verbaal uit dat ze geen zin hebben. Maar is dat ook echt zo? Of schuilt hier iets anders, onzichtbaars achter? Zo heb ik kinderen getraind die gepest werden en daardoor (te) veel van zichzelf eisen. Dit leidde tot grote frustraties bij het maken van fouten. Kinderen vergelijken zich vaak met andere kinderen en fouten maken maakt ze onzeker. Het is de taak voor jou als train(st)er om sporters hierbij te helpen. Dit verandert niet in één dag maar is een proces. Helaas weet je met een proces nooit wanneer het stopt. Toch zal je merken dat plots het resultaat daar is wanneer je het niet verwacht.

Motivatiecontinuüm
Motivatiecontinuüm

Willen versus moeten

In de training ‘Trainersbegeleiding Coach de Coach’ gebruiken we vaak de bovenstaande afbeelding. Uit deze afbeelding kun je het type motivatie, oorzaak voor gedrag en de effecten aflezen. Er is een namelijk verschil of een kind WIL komen trainen of dat hij/zij MOET trainen. Het MOETEN komt vanuit externe motivatie; denk aan ouders die kinderen opleggen om een bepaalde sport te doen of er wordt druk uitgeoefend door de train(st)er of de sportvereniging. Zowel verbaal en non-verbaal komen kinderen dan over dat ze niet WILLEN en dus MOETEN.
     De hamvraag: Hoe buig je MOETEN om naar WILLEN? Jij als train(st)er hebt daarin een belangrijke rol. Wanneer jij uitstraalt dat kinderen fouten mogen maken om hiervan te leren, geeft dit het gevoel dat kinderen zich mogen ontwikkelen. Richt de omgeving voor jouw sporters daarom uitdagend in. Stel bijvoorbeeld gerichte vragen aan je spelers en bereid je trainingen goed voor met uitdagende spel- en oefenvormen (met een goede balans tussen slagen en mislukken). Soms maken je spelers fouten maar door veel te oefenen zullen ze eerder slagen in de uitvoering. Wanneer je de goede uitvoering (bijvoorbeeld gooien) van een speler benoemd, inclusief het uitspreken van zijn/haar naam (“Goed gedaan, Daan!”), zorgt dit voor een enorme groei bij jouw sporters.

Gesprek

Belangrijk is dat je als coach het gedrag van je sporters herkent en hiermee aan de slag gaat. Stel gerichte vragen, ga het gesprek aan met elkaar. Er zit vaak meer achter het gedrag van een kind. Door zelf te WILLEN kan het verschil maken bij jouw spelers tussen WILLEN of MOETEN.”

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Ellen Breedveld

Ellen Breedveld

projectmedewerker Meer volwassen Rotterdammers met een gezondheidsachterstand blijvend in beweging

Sport brengt ons in verbinding met anderen en helpt om meer zelfvertrouwen te krijgen. Maar ook het tegenovergestelde komt voor: sporters die te maken krijgen met discriminatie en uitsluiting.  Hoe ga je om met discriminatie in je team? Hoe herken je discriminatie en hoe maak je het bespreekbaar? Wat kun je als vereniging doen om sporters weerbaar te maken tegen vormen van uitsluiting, schelden en discriminerende grappen?

RADAR en Rotterdam Sportsupport nodigen je graag uit om op woensdag 27 januari (19.00 tot 21.00 uur) hierover in gesprek te gaan. Bovendien krijg je praktische handvatten aangereikt die je direct kan toepassen als coach.  In deze training komt aanbod:  

  • Wat houdt discriminatie in? Waar ligt de grens?  
  • Discriminatie signaleren en daarop handelen  
  • Discriminatie bespreekbaar maken om een veiligere sfeer te creëren 
  • Praktische handvatten en tools om direct toe te passen als trainer/coach 

Om een veilig sportklimaat te faciliteren binnen jouw vereniging, is het essentieel om bewust te worden van de effecten van discriminatie en om hierover kennis op te doen. RADAR en Sportsupport ondersteunen jou en jouw vereniging bij het creëren van een sociaal veilig sportklimaat waar aandacht is voor gelijke behandeling en inclusie.   

Aanmelden

Aanmelden voor deze digitale training kan via deze link of door te klikken op de button in het informatiemenu. Deze training is geschikt voor trainers, coaches en bestuursleden van sportverenigingen. Er is plaats voor maximaal 15 deelnemers, dus geef je snel op! 

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Bianca Post – van der Hoek

Bianca Post – van der Hoek

verenigingsconsulent Scouting

Ineke Kalkman (projectleider Veilige sportverenigingen met sterke jeugdafdelingen), Noël Soares (Meer dan Sport Award-winnaar 2019) en Saskia Meijer (TTV Alexandria’66) zijn verrast met de Rotterdamse aanvoerdersband van ‘Omarm Rotterdam!’. Zij kregen deze band uitgereikt voor hun waardevolle bijdrage aan diversiteit en inclusie in de sport.

De drie nieuwe aanvoerders Ineke Kalkman, Noël Soares en Saskia Meijer werden onlangs verrast met de speciaal door kunstenaar Arno Coenen ontworpen aanvoerdersband. Bekijk hier de video van de uitreiking. ‘Omarm Rotterdam!’ is een initiatief van Rotterdam Sportsupport en staat voor elkaar steunen, leiderschap, samenwerking en betrokkenheid. Eerder kregen onder anderen Soufiane Touzani, Deborah Gravenstijn en Rita van Driel de band uitgereikt.

Over de aanvoerders

Ineke Kalkman zet zich bij Rotterdam Sportsupport al jaren in voor een veilig sportklimaat in de stad. ‘Diversiteit en inclusie zitten bij jou in het DNA’, aldus directeur Gert-Jan Lammens, die haar de aanvoerdersband overhandigde. ‘Er is de afgelopen jaren heel veel ten goede veranderd, niet alleen voor de clubs maar ook voor jeugd. Dankzij de vasthoudendheid van Ineke kan jeugd voor wie dat niet vanzelfsprekend is, maatschappelijk en sportief meedoen.’

Bij Ineke Kalkman zit diversiteit en inclusie in het DNA

Team Soares

Sport Award winnaar van vorig jaar, Noël Soares van kickboksschool Team Soares, ontving de band op deze speciale manier vanwege zijn maatschappelijke betekenis voor Rotterdam. Hij is een rolmodel voor de jongeren, voor hem draait alles om aandacht voor de jeugd en ervoor te zorgen dat zij goed terecht komen. De enthousiaste aanwezigheid van meetrainende wijkagenten zorgt ervoor dat politie benaderbaar wordt voor de jeugd. Noël traint samen met zijn team tevens kinderen met een beperking. Hij kreeg de band uitgereikt door verenigingsconsulent Wim Wisse en wethouder en ‘aanvoerder’ Bert Wijbenga.

Noël Soares is een rolmodel voor de jeugd

TTV Alexandria’66

Wie als derde in het zonnetje werd gezet is voorzitter Saskia Meijer van TTV Alexandria ’66. Bij deze vereniging is iedereen welkom en het is een tafeltennisvereniging met één van de grootste paratafeltennis-takken van Nederland. Aanvoerder Rita van Driel overhandigde haar de aanvoerdersband: ‘Saskia staat voor diversiteit en inclusie. Ik gun elke sportvereniging in Rotterdam een aanvoerder zoals Saskia. Zij zorgt ervoor dat iedereen zich welkom en vrij voelt en kan zijn wie hij of zij wil zijn.’

Dankzij Saskia Meijer voelt iedereen zich welkom en veilig bij de club

Aanvoerder worden

Zet jij je in voor diversiteit en inclusie in de sport? En wil jij dit uitdragen met de unieke groen-witte band met het stadswapen ‘Sterker door Strijd’? Sluit je dan aan bij de campagne ‘Omarm Rotterdam’! Klik hier om de aanvoerdersband voor jezelf, jouw team, jouw organisatie of voor een ander aan te vragen. Als ‘aanvoerder’ draag je actief bij aan diversiteit en inclusie in de Rotterdamse sport.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Wilco Hameetman

Wilco Hameetman

verenigingsconsulent Hillegersberg-Schiebroek, Overschie en Prins Alexander

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over training geven in de coronaperiode en de uitdagingen die dit met zich meebrengt.  

“De feestdagen staan weer voor de deur maar nooit is de wereld zo anders geweest dan nu. Een wereld met vol met vragen over het coronavirus en de (anderehalvemeter)samenleving. Het zal nog een tijd duren voordat we ons unieke verenigingsleven weer terug hebben. Lekker trainen na schooltijd of werk, in het weekend een wedstrijd spelen of een toernooi spelen tegen andere verenigingen uit de regio; het is op dit moment helaas niet mogelijk.

Meer taken

Gelukkig kan de jeugd nog wel lekker met elkaar sporten op de trainingsmomenten. Om dit elke week goed te laten verlopen, ben jij als de train(st)er een belangrijk persoon geworden. De trainer moet er namelijk voor zorgen dat iedereen ‘coronaproof’ kan sporten. Dit brengt ook meer taken met zich mee en dus ook meer verantwoordelijkheden.       
     Ik merk het zelf ook. Naast het voorbereiden en organiseren van de training, ben ik ervoor verantwoordelijk dat niemand de kleedkamer betreedt, iedereen voldoende afstand houdt en dat de handen gedesinfecteerd worden. Ook heb ik aandacht voor m’n sporters. Zijn ze gezond? Hoeveel energie hebben ze nog na een dag thuisles? Daarnaast is het onduidelijk wanneer we weer wedstrijden mogen spelen. Dit was altijd hét hoogtepunt van de week. Hier trainde je met elkaar naartoe, maar ook dat zit er helaas voorlopig nog even niet in.  

“Naast het voorbereiden en organiseren van de training, ben ik ervoor verantwoordelijk dat niemand de kleedkamer betreedt, iedereen voldoende afstand houdt en dat de handen worden gedesinfecteerd.”

– Stephan Vos –

Ondersteunen

Doordat er meerdere taken en verantwoordelijkheden bij jou als train(st)er terecht komen, vraagt dit andere energie van jou en je collega-trainers. Naast dat je vaak thuiswerkt of school hebt, zijn de werkzaamheden veranderd of veranderen ze bijna iedere week. De nieuwe regels en protocollen maken dat je je constant moet aanpassen naar de veranderende situatie, en dat kost energie. Welke oefenvormen mag je nog wel en niet doen? En waar moet je allemaal rekening mee houden?          
Nu de feestdagen voor de deur staan, is het dan ook een mooi moment om met je collega-trainers bij elkaar te komen op het veld (uiteraard op anderehalvemeter afstand) en elkaar te ondersteunen in de werkzaamheden. Denk bijvoorbeeld aan gezamenlijke trainingen en/of elkaar ondersteunen met organisatorische zaken. Het is niet nodig om het wiel opnieuw uit te vinden. Het is wel belangrijk dat het werk voor je sport(st)ers en jezelf leuk en uitdagend blijft. Bedenk ook leuke activiteiten rondom het trainen die je verantwoord kunt uitvoeren op de vereniging.

Jij als trainer geeft juist in deze periode het voorbeeld in een situatie waarin wordt verwacht dat je flexibel bent. Je past je aan naar de nieuwe situatie met altijd oog voor het plezier en ontwikkeling van de sporters. Het is een moeilijke periode, die gepaard gaat met veel uitdagingen. Maar vergeet niet dat deze periode ook heel leerzaam is. Alles wat je nu meemaakt, leer je namelijk niet in een trainerscursus. Kostbare bagage voor de toekomst. Houd nog even vol!”

Wil je in deze periode meer kennis op doen? Dan kan je kans maken op een boekje van ‘Robbie & Steef, trainers op dreef!’. Stuur een mail naar s.vos@rotterdamsportsupport.nl inclusief motivatie waarom jij dit boekje wil ontvangen!

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Anne Nurra

Anne Nurra

verenigingsconsulent Veilig sportklimaat / clubkadercoach

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Romy over kindermishandeling en de onderbuikgevoelens die dit kan geven bij train(st)ers.

Luister de column hier:

Of lees de column hier:

“Het is deze week (16-22 november) de Week tegen Kindermishandeling. Ieder kind dat zich thuis onveilig voelt, is er namelijk één te veel. Het is daarom belangrijk dat de omgeving van het kind signalen van (vermoedens van) mishandeling serieus neemt en hun zorgen deelt zodat het kind en het gezin geholpen kunnen worden. Maar dit kan best spannend zijn. Moet jij als trainer/trainster je hier wel mee bemoeien? Misschien weet je niet zeker of er iets mis is met je speler/speelster, dus je laat het maar even voor wat het is…

In deze column lees je wat je op een laagdrempelige manier kunt doen, want als trainer zie je jouw spelers vaak en speel je een belangrijke rol in hun leven. Maar je bent geen hulpverlener.

Onveilige thuissituatie
Per jaar zijn in Nederland ongeveer 120.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling. Dat is 2,5 keer het stadion De Kuip vol met kinderen. Dat komt neer op één kind per twee sportteams, en dat is veel. Dus ook bij jou in het team kan een speler zitten met een onveilige thuissituatie. Maar hoe weet je dat?

Bij het herkennen van kindermishandeling maken wij onderscheid tussen ‘weten’ en ‘voelen’. Het weten, of bijna zeker weten, gebeurt vaak na concrete signalen: veel blauwe plekken, regelmatig geen eten bij zich hebben, het niet betalen van de contributie, niet passende en kapotte kleding hebben of heel angstig zijn.

“Per jaar zijn in Nederland ongeveer 120.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling. Dat is 2,5 keer het stadion De Kuip vol met kinderen. Dat komt neer op één kind per twee sportteams.”

Helaas gebeurt het zelden dat signalen zo concreet zijn dat je er niet meer om heen kan. Veel vaker gebeurt het dat je als trainer een gevoel hebt dat iets niet klopt. Je kan je vinger niet goed om zere plek leggen, maar je voelt dat er ‘iets’ speelt. Dit soort onderbuikgevoelens zijn lastig te verwoorden, waardoor ik vaak zie gebeuren dat op basis van onderbuikgevoelens geen actie ondernomen wordt. Dat is zonde, want we willen dat een kind en het gezin geholpen kunnen worden voordat het erger wordt. Maar wat kan jij als trainer met zo’n onderbuikgevoel doen? Je wil toch niemand vals beschuldigen?

Vertrouwenscontactpersoon
Het is belangrijk om te weten dat onderbuikgevoelens wel zeker ergens vandaan komen, het gevoel is alleen lastiger te duiden. Gelukkig kan iemand daarbij helpen. Veel verenigingen hebben namelijk een vertrouwenscontactpersoon (VCP) bij wie je terecht kunt om je zorgen te bespreken. Samen met jou kijkt hij/zij op wat voor manier jullie de zorgsignalen concreter kunnen maken en wat eventuele volgende stappen kunnen zijn. Je kan de signalen zelfs bespreken zonder de naam van de speler te noemen. Heeft jouw vereniging geen VCP? Dan kun je altijd contact opnemen met mij of met mijn collega Marco van de Geer (zie contactgegevens onderaan de pagina).

Nu je weet dat je al op een laagdrempelige manier je zorgen bespreekbaar kan maken bij de VCP of bij Marco of bij mij, wil ik afsluiten met een vraag: Ga eens na of je dit seizoen, of afgelopen seizoenen, weleens zo’n onderbuik gevoel hebt gehad bij één van je spelers/speelsters? Een gevoel van ‘hier klopt iets niet’ of ‘ik hou die speler of speelster wat meer in de gaten’. Zo ja: welke stap zet jij om het kind te helpen?!”

Ondersteuning
Rotterdam Sportsupport organiseert verschillende cursussen om mensen op te leiden tot vertrouwenscontactpersoon (VCP). Ook hebben we scholingen om de kennis van de trainers, coaches en andere vrijwilligers rondom (zorg)signalen te vergroten. Heb je interesse in dit thema of ons overige aanbod over veilig sportklimaat? Laat het ons dan weten. Stuur een e-mail naar of
m.vandegeer@rotterdamsportsupport.nl (voor de clubs op Zuid en de buitengebieden) of naar r.vanderheide@rotterdamsportsupport.nl (voor de clubs in Noord) of bel naar 010 24 29 315. We komen graag met je  contact!  

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Ellen Breedveld

Ellen Breedveld

projectmedewerker Meer volwassen Rotterdammers met een gezondheidsachterstand blijvend in beweging

Allerlei dilemma’s en uitdagingen zijn aan verenigingsbestuurders voorbij gekomen in de afgelopen maanden. Gelukkig laten de coronaregels het toe dat de jeugd nog lekker mag sporten. Maar wat te doen met het Sinterklaasfeest?  

Gebruik van het clubhuis, de komst van Sint en Piet, in groepsverband zingen, iemand die foto’s maakt of de muziekinstallatie bedient, een vrijwilliger die lekkers uitdeelt. Helaas past dit, soms strikt genomen, allemaal niet binnen de huidige richtlijnen. Met een beetje omdenken is er alsnog wat van te maken, bijvoorbeeld de coronacoördinator die toch aanwezig is ook andere functies geven, maar past dat dan nog binnen ‘zoek de grens niet op?’ 
Wij begrijpen dan ook dat veel sportverenigingen de keuze maken om het Sinterklaasfeest dit jaar aan de club voorbij te laten gaan. Zoals zij in 2020 al veel meer activiteiten hebben moeten afzeggen. Gekoesterd wordt dat er door de jeugd wel regulier gesport mag worden en verder is het helaas niet anders.
Verenigingen die besluiten om toch (online) een Sinterklaasfeest te vieren, wijzen wij graag naast de coronarichtlijnen op deze brief voor sportverenigingen en scholen waarin wethouder Bert Wijbenga (o.a. Integratie en Samenleven) aangeeft dat het een wens is van de gemeenteraad om vanuit de gemeente geen sinterklaasfestiviteiten te subsidiëren waarbij de Pieten zwart zijn. Ongeacht of een vereniging gebruik zou maken van subsidie voor het Sinterklaasfeest, geven wij vanuit Rotterdam Sportsupport graag het volgende mee als input bij het dilemma of en hoe Sinterklaas op de club gevierd wordt dit jaar. 

Aandachtspunten

Wat kun je als sportvereniging doen zodat de viering voor iedereen prettig kan zijn, ook in de coronatijd? Hieronder hebben we een lijst gemaakt met de belangrijkste aandachtspunten:

  • Vanuit respect naar al je leden adviseren wij om je te houden aan de landelijke richtlijnen voor wat betreft Piet. Dat wil zeggen: dat je gebruik maakt van een roetveeg of regenboog Piet. Ontdoe Piet in ieder geval van alle kunstmatig aangebrachte raciale kenmerken en attributen (huidskleur, lippen, kroeshaar, oorringen, accent);
  • Neem als verenigingsbestuur een standpunt in en draag dit ook uit;
  • Communiceer helder en tijdig met ouders. Maak duidelijk waarom je voor deze oplossing kiest;
  • Heb je een verschil van inzicht met ouders? Ga met elkaar in gesprek. Niet om elkaar te overtuigen maar om visies uit te wisselen. Hulp nodig? Neem contact op met Rotterdam Sportsupport, we adviseren je graag. Blijven ouders ontevreden na het gesprek? Wijs hen op de mogelijkheid om in gesprek te gaan met de vertrouwenscontactpersoon van de eigen club of sportbond.

Ook vanwege financiële nood wordt door veel gezinnen het Sinterklaasfeest niet perse als prettig ervaren. Veel kinderen uit zo’n thuissituatie krijgen geen cadeaus op 5 december of wanneer ze thuis hun schoen zetten. Extra leuk dus als ze op de sportvereniging wel een kleinigheidje krijgen. Maar wellicht kun je als vereniging meer betekenen. Wanneer je weet dat dit speelt binnen gezinnen van jullie vereniging, kun je ouders/verzorgers eventueel attenderen op de onderstaande initiatieven die ervoor zorgen dat ook kinderen die uit minder bedeelde gezinnen komen kunnen genieten van het Sinterklaasfeest:

Vragen

Heb je naar aanleiding van dit artikel vragen of wil je graag iemand van Rotterdam Sportsupport spreken over dit thema? Neem dan voor vragen met betrekking tot het coronavirus contact op met René Biemans en Liesbeth van der Meer via coronavirus@rotterdamsportsupport.nl of door te bellen naar 06 23 82 58 15. En voor vragen met betrekking tot het thema discriminatie met Ineke Kalkman, projectleider Veilige sportverenigingen met sterke jeugdafdelingen, via i.kalkman@rotterdamsportsupport.nl

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Ellen Breedveld

Ellen Breedveld

projectmedewerker Meer volwassen Rotterdammers met een gezondheidsachterstand blijvend in beweging

Zes Rotterdamse verenigingen krijgen extra pedagogische ondersteuning van een professional. De sportpedagoog van Rotterdam Sportsupport is meerdere dagen per week aanwezig op de locatie van de vereniging om bij te dragen aan het kansrijk, veilig en gezond laten opgroeien van jeugd in Rotterdam. “Wij helpen trainers om opgroei- en opvoedproblematieken te herkennen en bespreekbaar te maken. Sommige problemen kunnen binnen de club worden opgelost en voor andere problemen kan, in overleg met ouders, ook extra expertise worden ingezet” aldus projectcoördinator Romy van der Heide.

Vertrouwd gezicht voor trainers en bestuurders

Binnen dit project, in het kader van het preventieve jeugdbeleid en mogelijk gemaakt door de gemeente Rotterdam, ondersteunt de sportpedagoog samen met een professionele trainersbegeleider de vereniging. De pedagoog op de club is voor vrijwilligers een vertrouwd gezicht als zij vragen hebben over afwijkend gedrag in de groep of zich zelfs zorgen maken over een jeugdlid. Van der Heide: “Het is nieuw dat trainers zo expliciet gaan bijdragen aan het kansrijk, veilig en gezond opgroeien door jeugd. Om dit voor elkaar te krijgen scholen we het jeugdkader, werken we aan het bewustzijn van hun rol in de ontwikkeling van hun spelers en vergroten we hun pedagogische vaardigheden. Dit alles zorgt ervoor dat zij, samen met de vertrouwenscontactpersoon, meer dan ooit tevoren van betekenis kunnen zijn voor kinderen en ouders met kleine en grotere problemen.”

Leeftijdsspecifieke kenmerken als hulpmiddel

Dit scholen doen we bijvoorbeeld door trainers mee te nemen in de leeftijdsspecifieke kenmerken van hun spelers. Tijdens deze cursus leren wij trainers welk gedrag bij hun leeftijdsgroep/team hoort. Zo leren zij bijvoorbeeld dat een 6-jarige relatief veel lijkt te ‘liegen’, maar dat kleuters dingen die ze niet zeker weten opvullen met hun fantasie.

Wij geven trainers vervolgens handvatten hoe ze met deze leeftijdsspecifieke kenmerken om kunnen gaan. Hierdoor zullen ze gedrag beter begrijpen en minder snel als lastig ervaren. Als trainers weten welk gedrag typisch is voor een bepaalde leeftijd, kan hij/zij ook goed inschatten wanneer bepaald gedrag nog niet, of niet meer bij een bepaalde leeftijd hoort. Zo kan een trainer in overleg met ouders en samen met de pedagoog en/of de vertrouwenscontactpersoon zorgen dat het kind de ondersteuning krijgt die hij/zij nodig heeft om met plezier te kunnen blijven sporten en mee te komen met zijn/haar leeftijdsgenoten. De ontwikkeling van het kind staat in deze aanpak centraal en de leeftijdsspecifieke kenmerken zijn een hulpmiddel om hier het gesprek over te voeren.

Lokale samenwerking

De pedagoog kan ouders of de club in contact brengen met lokale opvoed- en opgroeiorganisaties en welzijnspartijen. Ook kan zij de club adviseren over passende, landelijke ondersteuning vanuit het ministerie van VWS, NOC*NSF, Academie voor Sportkader en sportbonden. Daarnaast heeft de pedagoog goede contacten met Centrum Veilige Sport en Veilig Thuis.

Het verschil maken voor jeugd

Na thuis en op school is de sportvereniging de derde plek waar kinderen de meeste tijd doorbrengen. Het regelmatige contact en de sociale context maken de sportvereniging bij uitstek een geschikte plek om bij te dragen aan de ontwikkeling van Rotterdamse jeugd. Ook betrokken verenigingen zien de waarde: “Ik vind het goud op z’n Rotterdams gezegd,” zegt Marc Brugman, jeugdvoorzitter bij LMO. ”Vanuit Rotterdam Sportsupport krijgen onze trainers en vrijwilligers meer kennis en vaardigheden aangereikt. Dat is heel goed, want ieder kind in Rotterdam heeft het recht om veilig te kunnen sporten. Daarnaast bieden we onze trainers en vrijwilligers de kans om zich te ontwikkelen op pedagogisch vlak. Daarmee kunnen we als vereniging ook weer het verschil maken.”

Van der Heide vult aan: “Deze aanpak heeft enorme potentie. Met 215 sportverenigingen met jeugd en ruim 30.000 jeugdleden zijn er volop mogelijkheden voor lokale en geleidelijke uitbreiding. De Rotterdamse jeugd verdient het om centraal te staan waarbij alle organisaties die iets voor hen kunnen betekenen goed samenwerken. Dit zorgt voor optimale inclusie. Je wilt kinderen zo goed mogelijk ondersteunen in hun ontwikkeling, de sportvereniging is daarvoor een heel toegankelijke en laagdrempelige plek.”

Deelnemende verenigingen

Meer informatie? Neem contact op met projectcoördinator Ineke Kalkman.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Sandra van Zevenhuijzen

Sandra van Zevenhuijzen

teamcoördinator P&O en Financiën

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over de rol van de coachende ouder/verzorger en de dilemma’s van deze dubbelrol.

Veel Rotterdamse sportverenigingen steunen op de zeer gewaardeerde vrijwilligers en deze taak rust vaak op de schouders van de ouders van het sportende kind. Veel kinderen sporten ook weer bij de sportvereniging waar de ouders actief zijn of waren in het verleden. Het clubgevoel wordt van generatie tot generatie doorgegeven.

‘Gassies helpen’      

Zelf kom ik uit de voetbalsport en daar is het gebruikelijk dat een vader (waarom eigenlijk geen moeder?) trainer is van het team van zijn zoon. Als wij trainers dan de vraag stellen waarom ze eigenlijk trainer zijn geworden, is het antwoord vaak: “Omdat ik toch langs de lijn stond bij m’n zoon. Kan ik net zo goed die gassies helpen.”
    Maar het trainen van je eigen kind is niet altijd even makkelijk. Thuis heb je afspraken over hoe je je gedraagt, maar gelden deze ook op het voetbalveld en gelden deze ook voor het hele team? Sommige vaders zeggen: “Op het veld ben ik trainer, in de auto ben ik papa.” Maar de vraag is of dit ook wel zo is in de ogen van het kind? Je bent nog steeds dezelfde persoon en blijft altijd z’n papa. Een dilemma!  

“Eén ding staat vast: de onderlinge verhoudingen moeten al aan het begin van het seizoen duidelijk zijn. Voor jou, jouw eigen kind en de andere sportende kinderen met hun ouders.”

– Stephan Vos –

Twee vaders

Eén ding staat vast: de onderlinge verhoudingen moeten al aan het begin van het seizoen duidelijk zijn. Voor jou, jouw eigen kind en de andere sportende kinderen met hun ouders. Zo heb ik bij een voetbalclub meegemaakt altijd twee dezelfde vaders een team trainden en dat zij elkaars kinderen coachten/aanspraken op het veld. Hierdoor blijf je altijd de vader. Dat is in de praktijk niet altijd te voorkomen, maar zorg er dan wel voor dat je goed afstemt met die andere vader/trainer hoe jij graag ziet hoe er met je zoon wordt omgegaan. Want wat als hij iets zegt tegen je zoon waar je niet achter staat? Dan moet je met elkaar het gesprek voeren.
     De rol van de vrijwillige ouder is een zeer gewaardeerde voor het team en de vereniging, maar is zeker niet de gemakkelijkste. Ik ben uiteraard ook erg benieuwd hoe jij als trainer in de praktijk omgaat met deze situatie. Reageer dan op deze column via de onderstaande contactgegevens.”

Stephan Vos is verenigingsconsulent Veilig Sportklimaat bij Rotterdam Sportsupport. Al bijna twintig jaar is hij in het (Rotterdamse) voetbal actief als jeugdtrainer. Tegenwoordig coacht hij het vrouwenbeloftenelftal van ADO Den Haag. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Stephan via s.vos@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 06 22 64 02 26. Bekijk hier de eerdere vlogs van Romy & Steef.

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Wilco Hameetman

Wilco Hameetman

verenigingsconsulent Hillegersberg-Schiebroek, Overschie en Prins Alexander

Zet jij je in voor diversiteit en inclusie in de sport? En wil jij dit samen met Soufiane Touzani, Deborah Gravenstijn en Rita van Driel uitdragen met de unieke groen-witte band met het stadswapen ‘Sterker door Strijd’Klik hier om de aanvoerdersband voor jezelf, jouw team, jouw organisatie of voor een ander aan te vragen. Als ‘aanvoerder’ draag je actief bij aan diversiteit en inclusie in de Rotterdamse sport. 

Heb je de band al aangevraagd per mail? Wij nemen binnenkort contact met je op om de maat en adresgegevens bij je op te vragen.

Freestylevoetballer Soufiane Touzani met de aanvoersband

Omarm Rotterdam!

De door Arno Coenen ontworpen Rotterdamse aanvoerdersband is onderdeel van de campagne ‘Omarm Rotterdam!’. Dit is een initiatief van Rotterdam Sportsupport en staat voor elkaar steunen, leiderschap, samenwerking en betrokkenheid. ‘Rotterdammers kunnen met deze band waardering naar elkaar uitspreken en het geeft een gevoel van saamhorigheid en trots! Voor meer diversiteit en inclusie heb je voorlopers nodig, mensen die lef hebben en het verschil willen maken. Zij kunnen met hun enthousiasme vele Rotterdammers meekrijgen in inclusiever denken en doen,’ aldus Gert-Jan Lammens, directeur van Rotterdam Sportsupport.

Ook Deborah Gravensteijn draagt de aanvoerdersband

Sportieve spin-off van vlaggenoffensief

De aanvoerdersband is een sportieve spin-off van het vlaggenoffensief dat wethouder Wijbenga in 2020 startte. Wijbenga: ‘Het gaat te vaak om wat ons als Rotterdammers verschillend maakt; juist de benadering dat we allemaal Rotterdammer zijn en we dat gemeen hebben, is een mooi uitgangspunt. De Rotterdamse vlag kan hier een bijdrage aan leveren. Daarom stellen we vlaggen beschikbaar aan scholen, winkeliers en vastgoedeigenaren. Voor de sport geven we met de Rotterdamse aanvoerdersband uiting aan deze beweging’.

Rotterdam Sportsupport ondersteunt sportverenigingen in Rotterdam bij het vitaal, veilig en toekomstbestendig worden en blijven. Samen met vele samenwerkingspartners zorgt zij ervoor dat iedere Rotterdammer sportief én maatschappelijk mee kan doen.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Michelle Witsenburg

Michelle Witsenburg

consulent en projectcoördinator Sport als middel / onderzoekscoördinator

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Romy op Coming Out Day over LBHTI-acceptatie binnen sportverenigingen.  

Beluister de column hier:

Of lees de column hier:

“Dat mijn spelers zich in het team veilig voelen, vind ik het aller belangrijkst. Dit staat natuurlijk ver boven presteren, maar ook boven leren. Want ook al komen de kinderen, in mijn geval, om te hockeyen, als een speler/speelster zich onveilig voelt of niet zichzelf kan zijn wordt er weinig geleerd. Respect is hierin voor mij het sleutelwoord. Spelers hoeven geen beste vrienden te worden, maar je hebt altijd respect voor elkaar. Of iemand nu wel of niet goed kan hockeyen, een Nederlandse of andere culturele achtergrond heeft of op jongens of meiden valt.

Coming Out Day

Vandaag is de Coming Out Day. Een dag waarin aandacht wordt gegeven aan het moment dat iemand uitkomt voor zijn of haar seksuele geaardheid (homoseksueel of biseksueel) of genderidentiteit (zich meer een jongen of een meisje voelen, of iets er tussenin). Deze dag is nodig, want de acceptatie van de LHBTI-doelgroep (lesbiennes, homoseksuele, biseksuele, transgender en intersekse) is soms ver te zoeken. Helaas ook op de sportvelden. Op sportvelden heerst vaak een machocultuur: wie is er groter, sterker, sneller en beter. Dit gaat regelmatig gepaard met opmerkingen als ‘je slaat als een meisje’ of ‘je bent toch geen mietje, met je lange broek’. Het woord homo is waarschijnlijk het meest gebruikte scheldwoord op sportvelden. Hoewel het scheldwoord homo vaak losstaat van het wel of niet accepteren van iemand die homoseksueel is, is het erg kwetsend voor jongens en meiden die worstelen met hun geaardheid of genderidentiteit.

“Hoewel het scheldwoord homo vaak losstaat van het wel of niet accepteren van iemand die homoseksueel is, is het erg kwetsend voor jongens en meiden die worstelen met hun geaardheid en genderidentiteit.”

Hoe creëer je nou voor iedereen een veilig sportklimaat? Dus ook voor iemand die uit de kast wil komen, of nog worstelt met zijn/haar gevoelens. Hoe doe je dat wanneer je niet weet of er iemand uit de LHBTI-doelgroep in jouw team zit en of diegene er wel klaar voor is om uit de kast te komen? Ga je op voorhand het gesprek aan? Benadruk je regelmatig dat het oké is als iemand gevoelens heeft voor hetzelfde geslacht of zich niet happy voelt in zijn/haar lijf? Of doe je dat juist niet?

Aanvoerderschap

Als heteroseksuele hockeyster kan ik niet putten uit mijn eigen ervaring, dus heb ik contact opgenomen met Gabriël. Een goede voetballer en met zijn sociale kwaliteiten en aanvoerderschap bij eerste teams vervult hij al jarenlang een voorbeeldfunctie binnen zijn vereniging. Een aantal jaar geleden kwam hij door middel van een WhatsApp-bericht bij zijn team uit de kast. Uit ons gesprek is een lijstje do’s en don’ts gekomen voor jou als train(st)er:

  • Stop met het negatief of grappig gebruiken van het woord homo of mietje. Dit is kwetsend;
  • Spreek ook je medetrain(st)ers en spelers hierop aan. Zo zorg je ervoor dat iedereen zich gerespecteerd en geaccepteerd kan voelen;
  • Homoseksualiteit is niet altijd te zien, ga er dus niet vanuit dat er geen homo’s of lesbiennes in jouw team zitten op basis van uiterlijke kenmerken;
  • Heb respect hoog in het vaandel staan, accepteer geen enkele vorm van pesten of schelden. Of dit nou om afkomst, geaardheid, geloof of uiterlijk gaat. Zo creëer je een omgeving waarin iedereen zichzelf kan zijn;
  • Begin hier al op jonge leeftijd mee, zo creëer je een duidelijke cultuur waarin iedereen zich welkom en geaccepteerd voelt;
  • Vragen spelers aan elkaar wie er al een vriendinnetje heeft? Voeg er als trainer dan nonchalant ‘of een vriendje’ aan toe. Zo leer je je spelers dat het normaal is en maak je duidelijk dat het normaal is;
  • Komt een speelster/speler in jouw team uit de kast? Vraag dan waar diegene behoefte aan heeft en wat jij voor diegene kan betekenen. De persoon is niet opeens veranderd, dus streef ernaar dat na de coming-out alles hetzelfde blijft (behalve natuurlijk de homo-opmerkingen  en grappen);
  • Check ook even in hoeverre de thuissituatie op de hoogte is. Mogen zij het wel of niet weten en kun je eventueel samen met de ouders/verzorgers optrekken om de speler te helpen?;
  • Extra tip voor bestuursleden: maak bij het aannemen van je trainers dit onderwerp bespreekbaar en spreek uit dat je van trainers verwacht dat zij  streven naar een veilig sportklimaat binnen het team en hun spelers accepteren en respecteren ongeacht hun persoonlijke mening.

Wanneer je als train(st)er zorgt voor een veilige sfeer waar iedereen wordt geaccepteerd en gerespecteerd, hoef je niet op voorhand met jouw team het gesprek aan te gaan over LHBTI-acceptatie. Door bovenstaande dingen het hele seizoen toe te passen laat je zien dat iedereen zichzelf mag zijn en altijd mee kan sporten. Los van wat jij hier als trainer zelf van vindt, accepteer en respecteer de keuze van jouw speler/speelster en zorg dat de medespelers dit ook doen.  Jouw sport is er toch voor iedereen?!”

Vind je het lastig om zo’n veilig sfeer te creëren in je team of heb je behoefte aan nog meer tips. De pedagogen en verenigingsconsulenten VSK staan voor je klaar. Jouw gebiedsconsulent koppelt je aan de juiste persoon.

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Yasemin Cansoy

Yasemin Cansoy

secretaresse

Van 5 tot 11 oktober is het LHBTI-themaweek bij Rotterdam Sportsupport. Pepijn Geldof, schrijver van het onderzoek “Grappen moeten kunnen, anders mag er niks meer”, gaat in gesprek met Karin Blankenstein. De oprichtster van de John Blankenstein Foundation (JBF) reageert op een aantal quotes uit het onderzoek. Deze keer (1): Een veilig sportklimaat voor LHBTI’ers.

Over de John Blankenstein Foundation

De John Blankenstein Foundation is een Nederlandse stichting die zich ten doel stelt om de sociale acceptatie van LHBTI’ers in de top- en breedtesport te bevorderen. De organisatie richt zich onder meer op het verbeteren van zichtbaarheid en beeldvorming van LHBTI’ers door het bevorderen van best practices in bonds-, club- en ongeorganiseerde sportverbanden. De JBF verzorgt workshops bij sportverenigingen over seksuele diversiteit voor bestuurders, trainers/coaches en spelers. Ook neemt de John Blankenstein foundation deel aan de Alliantie Gelijkspelen, een samenwerkingsverband die bestaat uit o.a. de KNVB, sportkoepel NOC*NSF en de KNHB, en heeft als doel LHBTI-acceptatie in de sport te stimuleren.

Ik denk niet dat een veilig sportklimaat voor LHBTI’ers er anders uitziet dan een algemeen veilig sportklimaat. Als iedereen zich op een veilige manier kan uiten, dan geldt dat ook voor LHBTI’ers. Het gaat erom dat je een open uitstraling hebt als vereniging.”

“Ik denk niet dat een veilig sportklimaat ook altijd toereikend is voor LHBTI’ers. Er zijn genoeg verenigingen die wel voor iedereen openstaan. Het probleem is alleen dat LHBTI’ers niet altijd goed zichtbaar zijn. Het is voor verenigingen belangrijk dat je laat zien dat je er bent voor iedereen. Toch is er voor LHBTI’ers meer nodig, want zolang er dagelijks homograppen zijn te horen en dit wordt geaccepteerd, hoe open ben je dan daadwerkelijk als vereniging? Dat is het probleem, vooral voor de jongere sporter die nog in de kast zit. Mijn advies voor verenigingen die met dit thema aan de slag willen: ga met elkaar in gesprek over dit thema. De John Blankenstein Foundation kan daarbij helpen. Wij organiseren in heel Nederland interactieve bijeenkomsten waar aan de hand van praktische werkvormen ervaringen worden gedeeld en meer begrip wordt opgedaan over seksuele voorkeur van insluiting en uitsluiting in de sport. Hierbij staat altijd een ervaringsverhaal van een LHBTI-(top)sporter centraal. Wij maken vaak mee dat dit thema hierna meer binnen de vereniging gaat leven en dat het gevoel heerst dat clubs wat met dit thema willen doen.”

Als ik mij realiseer dat ik van onze 2500 leden maar een paar LHBTI’ers kan opnoemen, dan houdt het in dat onze vereniging niet veilig genoeg is.” 

“We hebben het hier inderdaad over zichtbaarheid. Dit zien we helaas vaker. Toch kan je ook een compliment geven aan de vereniging. Juist doordat ze met elkaar in gesprek zijn gegaan, realiseren ze dat het niet sportklimaat nog niet veilig genoeg is voor LHBTI’ers. De gedachte in Nederland is vaak nog heteronormatief. We gaan ervan uit dat diegene tegenover ons tot dezelfde doelgroep behoort, maar dat is tegenwoordig niet meer zo. Laten we het normaliseren. Moet het nou zo moeilijk zijn dat een jongen na een weekend in een team kan zeggen dat hij een leuke jongen heeft ontmoet? Hoe mooi zou het zijn dat je je als hetero gewoon even in een ander kan verplaatsen? Sporters die zich op een veilige en open maniekunnen uitspreken, dat is de openheid die je als vereniging wilt hebben.
Daarnaast hoor ik wel eens: “Ja, maar hetero’s roepen toch ook niet constant dat ze hetero zijn?” Maar doen LHBTI’ers dit dan wel? Het enige wat we vragen is dat LHBTI’ers openlijk kunnen uitkomen voor hun seksuele voorkeur. Meer is het niet. Als het klimaat veilig is dat iemand voor zijn seksuele voorkeur kan uitkomen, dan heb je als vereniging een veilig sportklimaat voor LHBTI’ers.”

Ik denk dat het niet het belangrijkste is. Maar als jij als vereniging een regenboog vlag op hebt hangen, kan dat toch een extraatje zijn waardoor iemand wel bij je vereniging komt sporten of zich veilig voelt.”

“Helemaal mee eens. Het is een heel simpel initiatief, maar toch kan het al een klein stapje in de goede richting zijn. We hebben het daarnaast vaak over de sporters zelf, maar denk ook aan de twee moeders en/of twee vaders die op de sportclub komen. Natuurlijk is er nog meer nodig, maar dit kan voor de doelgroep al voelen als een zekere vorm van erkenning. Twee jaar geleden was er een Haagse vereniging die bij de gemeente twaalf regenboogvlaggen heeft opgevraagd. Bij elke uitwedstrijd overhandigde de vereniging een regenboogvlag aan de tegenstander. Een mooi en opvallende handreiking.”

Het stimuleren van meer LHBTI-acceptatie is echt een zwaar maatschappelijk vraagstuk. Hoe kan je verenigingen belasten met dit soort zware maatschappelijke vraagstukken?

“Dit speelt al jaren. We zien dat het stimuleren van LHBTI-acceptatie vaak pas op de zevende of achtste plaats komt van de prioriteitenlijst. Het is inderdaad een maatschappelijk thema, maar dat is discriminatie of racisme ook. Je wilt als vereniging toch altijd dat je leden het naar hun zin hebben? Zie het als een verrijking voor je vereniging. Is het een zwaar maatschappelijk vraagstuk? Nee, helemaal niet. Het is een kwestie van het bespreekbaar durven maken. Er zullen altijd mensen zijn die daar moeite mee hebben.
Maar maak het tegelijkertijd als vereniging ook niet groter dan dat het is. Dat proberen we in de workshops ook te laten zien. Het doel van de workshops is dat deelnemers concrete handvatten worden geboden waarmee ze zelf in staat zijn om op een proactieve wijze uitsluiting en discriminatie te herkennen en toe te werken naar inclusie. Hiermee kan iedereen zelf bijdragen aan een positieve sociale norm en een veilig(er) sportklimaat binnen de club.”

Ik denk dat een training van de John Blankenstein Foundation zeker positief is. Er zijn altijd mensen die niet voor hun seksuele voorkeur durven uit te komen. Misschien dat zo’n training net het laatste zetje geeft om wél uit de kast te komen.”

“Ik vind het mooi om te lezen hoe verenigingen hier over denken. Wij merken inderdaad dat dit net het laatste zetje kan zijn om uit de kast te komen. Dit maakt jouw vereniging alleen maar mooier. Het feit dat een vereniging zelf het initiatief neemt om deel te nemen aan een training of workshop is al goed. Hier wordt over gepraat binnen de club, het komt op de website. Dit kan voor LHBTI’ers al erkenning geven en zorgen voor meer bewustwording. Wij zijn er klaar voor!”

Ondersteuning

De John Blankenstein Foundation biedt trainingen aan voor trainers/coaches en spelers vanaf 15 jaar. Kijk hier voor informatie over de workshops. Verder kunnen verenigingen die vragen hebben over dit thema of hiermee aan de slag willen terecht bij Rotterdam Sportsupport via Carmen Barranco (c.barranco@rotterdamsportsupport.nl / 010 24 29 315). Samen kijken we met zorg naar de best passende oplossing en betrekken waar nodig partnerorganisaties als de John Blankenstein Foundation, RADAR Rotterdam en/of de KNVB. 

Eerder verschenen artikelen:

Heb je vragen over het onderzoek? Neem dan contact op met Pepijn Geldof via p.geldof@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010-24 29 315. De scriptie kun je hier downloaden of door te klikken op de button in het informatiemenu.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Emile van der Weg

Emile van der Weg

verenigingsconsulent Organisatie

Van 5 tot en met 11 oktober is het LHBTI-themaweek bij Rotterdam Sportsupport. In deze week vragen we aandacht voor LHBTI-acceptatie binnen de Rotterdamse sportverenigingen. We beginnen met een verhaal over Sportplusvereniging Volley Zuid. Aan het woord Michel van Jaarsveld (voorzitter) en Inge Kroes (vertrouwenscontactpersoon).  Wat maakt Volley Zuid een open en inclusieve sportvereniging?

De afkorting LHBTI staat voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender- en intersekse personen. Met ruim 350 sportverenigingen in Rotterdam kan de sport een belangrijke rol spelen in de acceptatie van LHBTI’ers. Uit het onderzoek “Grappen moeten kunnen, anders mag niks meer” van Pepijn Geldof over LHBTI-acceptatie bij Rotterdamse sportverenigingen blijkt dat een open klimaat en uitstraling de belangrijkste voorwaarden zijn voor een inclusieve sportvereniging. “Verenigingen zouden het vanuit een intrinsieke motivatie belangrijk moeten vinden dat alle leden het naar hun zin hebben,” stelt Geldof. “Daarnaast kunnen verenigingen het zien als kans om hun leden te behouden en om nieuwe leden te binden. Je merkt dat bestuurders het vaak een ‘groot ding’ vinden om iets rondom LHBTI-acceptatie te doen. Maar door alleen al uit te stralen een open vereniging te zijn, zonder daarbij apart verschillende doelgroepen te benoemen, kan een begin zijn.”

Volleybalsters van Volley Zuid poseren met een regenboogaanvoerdersband.

Respect

Inge Kroes is als vertrouwenscontactpersoon (VCP) bij Volley Zuid begaan met het thema LHBTI-acceptatie. Zij stelt in het onderzoek dat het bij de Rotterdamse volleybalclub een vanzelfsprekendheid is dat iedereen mag zijn wie die is, in de breedste zin van het woord. “We vertegenwoordigen alle lagen van de bevolking en iedereen behandelt elkaar met respect. Dat vind ik het mooiste aan onze vereniging.”  
Michel van Jaarsveld is de voorzitter van Volley Zuid. In het onderzoek pleit hij ervoor dat sportclubs diversiteit moeten omarmen en geen groepen moeten uitsluiten. “Een sportvereniging moet de gedachte hebben dat het een veilige plek is om je kind te laten sporten. Dat kinderen bij jouw club willen sporten, omdat jij uitdraagt dat echt iedereen welkom is. Ook de LHBTI-doelgroep.”    

“We vertegenwoordigen alle lagen van de bevolking en iedereen behandelt elkaar met respect. Dat vind ik het mooiste aan onze vereniging.”  

– Inge Kroes –

Rol bestuur

Verenigingsbestuurders hebben, samen met de trainers/coaches en de VCP, een belangrijke rol bij de invulling van een veilig sportklimaat. Een eerste stap hierbij is dat zoveel mogelijk trainers/coaches in het bezit zijn van een VOG-verklaring. Naast het hebben van gedragsregels en een waarden en normen-beleid op papier, is de implementatie ervan nog belangrijker. Zo wordt wat is afgesproken ook daadwerkelijk nagekomen en zie je het beleid terugkomen in het gedrag van vrijwilligers en leden.
Geldof: “Het is de rol van het bestuur om deze waarden en normen te expliciteren en deze vervolgens te communiceren, zodat deze bij alle leden, trainers/coaches en vrijwilligers bekend zijn. Het begin van het seizoen wordt, net als een ALV (Algemene Ledenvergadering) of een trainersbijeenkomst, gezien als een moment om deze waarden en normen nog eens toe te lichten in de aanwezigheid van de VCP. Een veilig sportklimaat is een gezamenlijk proces waarbij iedereen zijn/haar verantwoordelijkheid moet nemen. Herhaling van de boodschap is hierbij belangrijk.”
Van Jaarsveld heeft bij Volley Zuid een VCP’er die hem uitlegt wat voor werkzaamheden ze doet. Op deze manier weet de preses wat er speelt binnen de vereniging op het gebied van veilig sportklimaat. “Voor het bestuur is het met name belangrijk dat je zichtbaar bent voor ouders,” aldus Van Jaarsveld. “Bij traditionele verenigingen zijn bestuurders qua leeftijd meestal nog wat ouder. Wij kiezen ervoor om niet een typisch bestuur te zijn. Wij willen midden in de vereniging staan en daarmee voor iedereen ook makkelijker aanspreekbaar zijn. Dat is voor dit onderwerp heel belangrijk. We zullen altijd proberen om als bestuur ons gezicht te laten zien.”

Rol vertrouwenscontactpersoon 

Zoals hierboven benoemd heeft de VCP een belangrijke rol bij de invulling van een veilig sportklimaat. De VCP kan volgens Geldof de schakel zijn tussen leden, trainers/coaches en het bestuur. “Het bestuur maakt beleid en gedragsregels en de VCP is een luisterend oor voor leden en de vrijwilligers. Uit het onderzoek blijkt dat de VCP in een ideale situatie ook de trainers/coaches kan ondersteunen bij het bespreekbaar maken en het signaleren van onveilige situaties. Maar dit staat op dit moment niet per se in de functie van een VCP’er. Het is heel belangrijk dat de VCP goed zichtbaar en bereikbaar is voor alle leden en trainers/coaches. Dit kan bijvoorbeeld door de VCP te introduceren bij de jaarlijkse ALV, aan te laten sluiten bij trainersavonden of door de contactgegevens duidelijk op de website te vermelden.”
Rotterdam Sportsupport adviseert VCP’ers om een kort introductiefilmpje te maken en deze vervolgens te delen in alle WhatsApp-groepen met ouders en/of jeugdleden en te plaatsen op de website.
Volley Zuid maakt trainers al aan het begin van het seizoen bewust van hun rol. Kroes: “Ik probeer bij de trainers heel erg in te zetten op bewustwording. Als ze zich bewust zijn van hun gedrag en handelingen, dan kunnen ze ook beter signalen opvangen. Ook proberen we het bij zoveel mogelijk ouders de rol van de VCP onder de aandacht te brengen. Als iemand ergens mee worstelt, is er altijd wel iemand zegt: je kan dit met de VCP bespreken. De laagdrempeligheid, de vanzelfsprekendheid: dat werkt bij ons.”

Rolmodellen 

En dan zijn er nog de rolmodellen. Deze persoon wordt binnen de eigen verenigingen gezien als middel om bij te dragen aan een inclusievere sportvereniging voor LHBTI’ers. “Als andere leden zien dat het ‘normaal’ is om een andere seksuele voorkeur te hebben en het wordt geaccepteerd, dan kan dit een stimulans zijn voor anderen,” aldus Geldof. “De aanwezigheid van een rolmodel met wie LHBTI’ers zich kunnen identificeren, draagt bij aan het ‘normaal’ gevonden worden en uiteindelijk ook aan het doorbreken van de heteronormatieve norm.”

“In hogergeplaatste teams, zeker bij de mannen, hebben we heel veel ‘roze’ spelers. Die voelen zich daar ook prima bij. Ik denk dat dat een heel mooi voorbeeld is dat je de jeugd kan geven. Als je als jeugdlid hiermee worstelt en je ziet die ‘roze’ spelers als voorbeeld, dan kan dat een stimulans zijn. Dat je denkt: ik voel me veilig genoeg om ervoor uit te komen.” 

– Michel van Jaarsveld –

Heb je vragen over het onderzoek? Neem dan contact op met Pepijn Geldof via p.geldof@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010-24 29 315. De scriptie kun je hier downloaden of door te klikken op de button in het informatiemenu. Heb je vragen over het thema LHBTI-acceptie? Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Liana Landman

Liana Landman

projectleider Vitale sportverenigingen / verenigingsconsulent Accommodatie en Organisatie

Romy & Steef geven in hun vlogs natuurlijk al veel tips en tricks voor trainers, maar we kunnen ons voorstellen dat je als trainer nog veel meer andere vragen hebt. Daarom zullen Romy en Steef woensdagavond 14 oktober trainersvragen beantwoorden. Deze keer staat het thema LHBTI in de sport centraal.

De afkorting LHBTI staat voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender- en intersekse personen. Met ruim 350 sportclubs in Rotterdam kan de sport een belangrijke rol spelen in de acceptatie van LHBTI’ers. Ook jij als trainer kunt hierbij een rol spelen. Aanmelden hoeft niet. Ga woensdag 14 oktober om 20.00 uur naar het Instagram-account van Rotterdam Sportsupport en schakel live in!

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Fieke de Goede

Fieke de Goede

projectleider Meer volwassen Rotterdammers met een gezondheidsachterstand blijvend in beweging

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over de ontwikkeling van jonge sporters waarbij in zijn ogen niet het resultaat maar het proces leidend moet zijn.

Beluister de column hier:

Of lees de column hier:

“In mijn omgeving krijg ik soms de vraag waarom ik trainer ben geworden. Vaak stel ik dan een tegenvraag: waarom ben ik ooit gaan voetballen? Het antwoord is heel simpel: omdat ik het spelletje leuk vind en omdat ik graag met andere leeftijdsgenoten wilde sporten. Zoals bij iedere sport- en/of spelbeoefening, zal er altijd een team winnen en verliezen (of gelijkspelen). Maar om samen met je vriendjes of vriendinnetjes samen het plezier in sporten te ervaren, is voor ieder kind de belangrijkste motivatie om te beginnen met sporten.

Ontwikkeling

En juist die veilige, prettige speelomgeving moeten wij als trainers en sportvereniging creëren. Met name in de teamsporten werken verenigingen vaak met selectieteams. Dit zijn de ‘beste’ spelertjes in de ogen van één of meerdere mensen binnen de club. Zij krijgen de beste train(st)ers, beste materialen, meeste trainingsruimte, etc. De beste spelers in de ogen van de trainer spelen en dat is vaak arbitrair. Als de bondscoach van het Nederlands team een opstelling maakt, zijn we het daar ook niet allemaal mee eens. We kijken allemaal anders naar het spel. Iedereen heeft zijn eigen visie en voorkeuren. 

Juist die veilige, prettige speelomgeving moeten wij als trainers en sportvereniging creëren.”

Stephan Vos –

Maar laten we even teruggaan naar de waaromvraag eerder in deze column. We sporten toch allemaal omdat we willen sporten en plezier willen beleven? Ik ben van mening dat verenigingen en de trainers ervoor moeten zorgen dat kinderen te alle tijden kunnen spelen. Tevens plaats ik ook een kritische noot naar het wisselbeleid in de jeugd van sommige bonden die het niet toestaan om terug te wisselen bij jonge leeftijdsgroepen. Zelf heb ik ooit gewerkt bij een voetbalclub in de Hoeksche Waard waar de regel was dat iedereen speelminuten moest maken. Aan het einde van het seizoen moesten de percentages van het aantal gespeelde minuten passen bij de ontwikkeling van het individu. Resultaat is hierbij niet leidend maar het proces waarin een kind met plezier zijn of haar sport kan beleven en zichzelf kan ontwikkelen. Ooit sprak ik een trainer die zei: “Ik heb een bewuste keuze gemaakt om trainer te worden van selectieteam. Daar is geen ruimte om te lachen.” Gelukkig zien we op sociale media dat er in de topsport juist met regelmaat keihard wordt gelachen, ook nog door de trainers zelf.

Lachen

Terug naar de lokale sporthal of sportvelden waar onze Rotterdamse ‘talenten’ sporten. Talent heeft iedereen en daar is deze stad erg trots op. Wij als trainers zijn dan ook verplicht om deze kinderen zichzelf te laten zijn en boven zichzelf te laten uitstijgen. Dat begint met deze kinderen zelfvertrouwen te geven, en dat moet vanuit de trainer komen. 
Dus speelt niet iedereen dezelfde percentages gedurende het hele seizoen? Dan hoop ik dat het gesprek gestart wordt met de clubleiding en collega-trainers. De ontwikkeling van een kind loopt immers niet kaarsrecht, maar heeft ook hobbels. Maar juist voor deze ontwikkeling moet een jonge sporters wel vaak in de situatie komen waarin hij/zij kán leren.”

Stephan Vos is verenigingsconsulent Veilig Sportklimaat bij Rotterdam Sportsupport. Al bijna twintig jaar is hij in het (Rotterdamse) voetbal actief als jeugdtrainer. Tegenwoordig coacht hij het vrouwenbeloftenelftal van ADO Den Haag. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Stephan via s.vos@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 06 22 64 02 26. Bekijk hier de eerdere vlogs van Romy & Steef.

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Bianca Post – van der Hoek

Bianca Post – van der Hoek

verenigingsconsulent Scouting

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Kitty Kalkman

Kitty Kalkman

projectleider Toekomstbestendige sportverenigingen / leidinggevende

De afkorting LHBTIQ+ staat voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender- en intersekse personen en queers.  Met ruim 350 sportverenigingen in Rotterdam kan de sport een belangrijke rol spelen in de acceptatie van LHBTIQ+’ers.

Vanuit de overheid is er steeds meer aandacht voor inclusief sporten. In het actieprogramma Integratie en Samenleven 2019-2022 van de gemeente Rotterdam wordt sport genoemd als belangrijke plek waar meer aandacht moet komen voor de acceptatie van LHBTI’ers. Volgens wethouder Bert Wijbenga (o.a. integratie en samenleven) zijn er meer plekken nodig waar LHBTI’ers terecht kunnen met vragen en om gelijkgestemden te ontmoeten: “Sportclubs en verenigingen moeten plekken zijn waar een kind kan vertellen: hé, ik ben zo,” zegt de wethouder in het  Algemeen Dagblad. Ook de Alliantie Gelijkspelen – dit is een samenwerkingsverband bestaande uit o.a. John Blankenstein Foundation, KNVB, KNHB en sportkoepel NOC*NSF – heeft als doel de LHBTI-acceptatie in de sport te stimuleren.

Veilig sportklimaat

Pepijn Geldof heeft namens Rotterdam Sportsupport onderzoek gedaan naar de acceptatie van LHBTI’ers bij Rotterdamse sportverenigingen. Het onderzoek verschaft inzicht in de betekenissen die sportverenigingen toekennen aan een veilig sportklimaat voor LHBTI’ers, welke ervaringen zij hebben met het creëren van een veilig sportklimaat en wat mogelijke barrières zijn voor LHBTI’ers om op een veilige manier te kunnen sporten.
Uit het onderzoek van Geldof blijkt dat er bij Rotterdamse sportverenigingen de laatste jaren steeds meer aandacht is voor een veilig sportklimaat. Volgens verenigingen zit veiligheid hem in de gedragsregels waarin de normen en waarden beschreven staan, als ook in de informele sfeer binnen de vereniging. Denk hierbij aan een gedragscode met bijbehorende regels omtrent discriminatie en over de omgang met elkaar. Een vereniging heeft de taak ervoor zorgen dat iedereen op een veilige manier kan sporten, ongeacht seksuele voorkeur. De vraag ‘hoe ga je met elkaar om?’ is hierbij belangrijk.  Elkaar aanspreken op ongewenst gedrag, respect hebben voor elkaar en niet discrimineren, ook niet op seksuele voorkeur, zijn terugkerende uitspraken wanneer sportvrijwilligers en -bestuurders het over veiligheid voor LHBTI’ers hebben. Op het moment dat iemand wil uitkomen voor zijn of haar seksuele voorkeur moet diegene daar niet op beoordeeld en/of veroordeeld worden. 

Meer nodig

Geldof: “Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat het hebben van een veilig sportklimaat niet altijd bijdraagt aan en toereikend is voor inclusie van de LHBTI-doelgroep. Volgens verenigingen is een open uitstraling, waarbij het een vanzelfsprekendheid is dat iedereen zichzelf kan zijn, de basis voor een veilig sportklimaat voor LHBTI’ers, maar vooral op het gebied van bewustwording rondom dit thema en bijvoorbeeld als het gaat om het maken van homograppen zijn er meer acties nodig. Het gaat dan om bewustwording bij verenigingsbestuurders dat dit thema ook wel degelijk bij hun vereniging speelt, maar ook bij trainers/coaches hoe om te gaan met (onveilige) situaties voor LHBTI’ers.”
“Het maken van homograppen komt nog veel voor en wordt in vele gevallen geaccepteerd als de verwachting heerst dat de LHBTI’ers niet aanwezig zijn op de club,” vervolgt Geldof.  ”Heteronormatieve denkbeelden en heersende machocultuur spelen hierbij een belangrijke rol en houden de onzichtbaarheid van LHBTI’ers in stand.”

“Er zijn jongeren die twijfelen over hun geaardheid. Als je bij een club speelt waar de een na de andere opmerking wordt gemaakt en waar alleen maar negatieve grappen over homo’s worden gemaakt, dan denk je wel zes keer na of je uit de kast komt of niet. Het speelt echt mee, zeker voor de jongere doelgroep. ”

– Quote van één van de respondenten –

Dilemma

Binnen de sportvereniging moet men zich op één of andere manier tot de LHBTI’er verhouden en uit dit onderzoek blijkt dat woorden en daden elkaar soms nog tegenspreken. Verenigingen willen enerzijds open zijn en het moet een vanzelfsprekendheid zijn dat iedereen zich geaccepteerd voelt, maar tegelijkertijd moeten grappen gemaakt kunnen worden. Geldof: “In één van de interviews zei iemand: Grappen horen erbij en dat moet gewoon kunnen, het moet geen panische situatie worden. Of uitspraken als dat hetero’s ook niet uit de kast komen.”
Geldof constateert dat er nog weerstand is bij clubs om aandacht aan dit thema te besteden. “Moeten we het dan voor alle doelgroepen doen? Dat is een vraag die vaak terugkomt. Ook wordt er door bestuursleden aangegeven dat het stimuleren van LHBTI-acceptatie een te groot maatschappelijk vraagstuk is en niet per se een taak voor de sportvereniging. Dit zorgt voor dilemma’s voor de sportvereniging.”  

Hoe kan Rotterdam Sportsupport jouw vereniging ondersteunen op dit thema?  

Verenigingen die vragen hebben over dit thema of hiermee aan de slag willen, kunnen terecht bij Rotterdam Sportsupport. Samen kijken we met zorg naar de best passende oplossing en betrekken waar nodig partnerorganisaties als de John Blankenstein Foundation, RADAR Rotterdam en/of de KNVB.  Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging.
Voor vragen over het onderzoek kun je contact opnemen met Pepijn Geldof via  p.geldof@rotterdamsportsupport.nl  of door te bellen naar 010-24 29 315.

LHBTI-themaweek

Eerder organiseerde Rotterdam Sportsupport de LHBTI-themaweek. Deze week stond in het teken van LHBTI-acceptatie binnen de Rotterdamse sportverenigingen. Met diverse artikelen probeerden we aandacht te vragen voor het thema. Zie hieronder een overzicht met de verschenen artikelen die week:


Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Emile van der Weg

Emile van der Weg

verenigingsconsulent Organisatie

Pepijn Geldof heeft namens Rotterdam Sportsupport onderzoek gedaan naar de acceptatie van LHBTI’ers bij Rotterdamse sportverenigingen. Het onderzoek verschaft inzicht in de betekenissen die sportverenigingen toekennen aan een veilig sportklimaat voor LHBTI’ers, welke ervaringen zij hebben met het creëren van een veilig sportklimaat en wat mogelijke barrières zijn voor LHBTI’ers om op een veilige manier te kunnen sporten. In een reeks artikelen besteden we de komende weken aandacht aan dit thema, gecombineerd met de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek.

De afkorting LHBTI staat voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender- en intersekse personen. Met ruim 350 sportverenigingen in Rotterdam kan de sport een belangrijke rol spelen in de acceptatie van LHBTI’ers. Vanuit de overheid is er steeds meer aandacht voor inclusief sporten. In het actieprogramma Integratie en Samenleven 2019-2022 van de gemeente Rotterdam wordt sport genoemd als belangrijke plek waar meer aandacht moet komen voor de acceptatie van LHBTI’ers. Volgens wethouder Bert Wijbenga (o.a. integratie en samenleven) zijn er meer plekken nodig waar LHBTI’ers terecht kunnen met vragen en om gelijkgestemden te ontmoeten: “Sportclubs en verenigingen moeten plekken zijn waar een kind kan vertellen: hé, ik ben zo,” zegt de wethouder in het Algemeen Dagblad. Ook de Alliantie Gelijkspelen – dit is een samenwerkingsverband bestaande uit o.a. John Blankenstein Foundation, KNVB, KNHB en sportkoepel NOC*NSF – heeft als doel de LHBTI-acceptatie in de sport te stimuleren.  

Veilig sportklimaat

Uit het onderzoek van Geldof blijkt dat er bij Rotterdamse sportverenigingen de laatste jaren steeds meer aandacht is voor een veilig sportklimaat. Volgens verenigingen zit veiligheid hem in de gedragsregels waarin de normen en waarden beschreven staan, als ook in de informele sfeer binnen de vereniging. Denk hierbij aan een gedragscode met bijbehorende regels omtrent discriminatie en over de omgang met elkaar. Een vereniging heeft de taak ervoor zorgen dat iedereen op een veilige manier kan sporten, ongeacht seksuele voorkeur. De vraag ‘hoe ga je met elkaar om?’ is hierbij belangrijk. Elkaar aanspreken op ongewenst gedrag, respect hebben voor elkaar en niet discrimineren, ook niet op seksuele voorkeur, zijn terugkerende uitspraken wanneer sportvrijwilligers en -bestuurders het over veiligheid voor LHBTI’ers hebben. Op het moment dat iemand wil uitkomen voor zijn of haar seksuele voorkeur moet diegene daar niet op beoordeeld en/of veroordeeld worden.  

Meer nodig

Geldof: “Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat het hebben van een veilig sportklimaat niet altijd bijdraagt aan en toereikend is voor inclusie van de LHBTI-doelgroep. Volgens verenigingen is een open uitstraling, waarbij het een vanzelfsprekendheid is dat iedereen zichzelf kan zijn, de basis voor een veilig sportklimaat voor LHBTI’ers, maar vooral op het gebied van bewustwording rondom dit thema en bijvoorbeeld als het gaat om het maken van homograppen zijn er meer acties nodig. Het gaat dan om bewustwording bij verenigingsbestuurders dat dit thema ook wel degelijk bij hun vereniging speelt, maar ook bij trainers/coaches hoe om te gaan met (onveilige) situaties voor LHBTI’ers.”

“Het maken van homograppen komt nog veel voor en wordt in vele gevallen geaccepteerd als de verwachting heerst dat de LHBTI’ers niet aanwezig zijn op de club,” vervolgt Geldof.  ”Heteronormatieve denkbeelden en heersende machocultuur spelen hierbij een belangrijke rol en houden de onzichtbaarheid van LHBTI’ers in stand.”

“Er zijn jongeren die twijfelen over hun geaardheid. Als je bij een club speelt waar de een na de andere opmerking wordt gemaakt en waar alleen maar negatieve grappen over homo’s gemaakt worden, dan denk je wel zes keer na of je uit de kast komt of niet. Het speelt echt mee, zeker voor de jongere doelgroep. ”

– Quote van één van de respondenten –

Dilemma

Binnen de sportvereniging moet men zich op één of andere manier tot de LHBTI’er verhouden en uit dit onderzoek blijkt dat woorden en daden elkaar soms nog tegenspreken. Verenigingen willen enerzijds open zijn en het moet een vanzelfsprekendheid zijn dat iedereen zich geaccepteerd voelt, maar tegelijkertijd moeten grappen gemaakt kunnen worden. Geldof: “In één van de interviews zei iemand: Grappen horen erbij en dat moet gewoon kunnen, het moet geen panische situatie worden. Of uitspraken als dat hetero’s ook niet uit de kast komen.”

Geldof constateert dat er nog weerstand is bij clubs om aandacht aan dit thema te besteden. “Moeten we het dan voor alle doelgroepen doen? Dat is een vraag die vaak terugkomt. Ook wordt er door bestuursleden aangegeven dat het stimuleren van LHBTI-acceptatie een te groot maatschappelijk vraagstuk is en niet per se een taak voor de sportvereniging. Dit zorgt voor dilemma’s voor de sportvereniging.”  

Hoe kan Rotterdam Sportsupport jouw vereniging ondersteunen op dit thema? 

Verenigingen die vragen hebben over dit thema of hiermee aan de slag willen, kunnen terecht bij Rotterdam Sportsupport. Samen kijken we met zorg naar de best passende oplossing en betrekken waar nodig partnerorganisaties als de John Blankenstein Foundation, RADAR Rotterdam en/of de KNVB.  

De komende weken besteden we nog meer aandacht aan het thema. Bijvoorbeeld met een good practice-verhaal van een Rotterdamse vereniging en een interview met Karin Blankenstein, oprichtster van de John Blankenstein Foundation. Ook vindt er aanstaande woensdag bij HC Delfshaven een communitybijeenkomst plaats waar Rotterdam Sportsupport in gesprek gaat met experts van RADAR Rotterdam, de John Blankenstein Foundation en wethouder Bert Wijbenga.

Van 18 tot 27 september is Rotterdam Pride. In deze periode kleuren de straten van Rotterdam alle kleuren van de regenboog om de vrijheid van seksuele, gender, sekse en culturele diversiteit te vieren. LGBTI-sportvereniging Ketelbinkie opent deze dagen haar deuren voor niet-leden om kennis te maken met de verschillende sporttakken.

Heb je vragen over het onderzoek? Neem dan contact op met Pepijn Geldof via p.geldof@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010-24 29 315. De scriptie kun je hier downloaden of door te klikken op de button in het informatiemenu. Heb je vragen over het thema LHBTI-acceptie? Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Martijn Blok

Martijn Blok

strategisch adviseur / projectmanager Regio