De vitaliteitsscore van Rotterdamse sportverenigingen is het afgelopen jaar gedaald van 77 naar een score van 75. Dat blijkt uit het jaarlijkse vitaliteitsonderzoek van Rotterdam Sportsupport waarin bestuurders hun eigen vereniging beoordelen op verschillende onderdelen. De grootste zorgen leven op de thema’s ‘Accommodatie’, ‘Financiën’ en ‘Vrijwilligers’.
De Rotterdam sportverenigingen hebben de afgelopen jaren een flinke reeks uitdagingen moeten doorstaan, zoals onder meer de coronacrisis, betaald parkeren, inflatie en toenemende administratieve lasten. Uit het vitaliteitsonderzoek blijkt dat vier op de tien verenigingen zeggen dat zij zich zorgen maken over de financiën van de vereniging op lange termijn. Ook kost het 6 op de 10 verenigingen (zeer) veel moeite om nieuwe bestuursleden te vinden, geeft 3 op de 5 verenigingen aan dat hun accommodatie niet voldoet aan hun behoefte en zegt meer dan de helft van de bestuurders (zeer) veel werkdruk te ervaren.
“Ondanks deze tegenslagen blijven sportverenigingen een onmisbare schakel in de stad: ze brengen mensen samen, bevorderen gezondheid en versterken de wijken,” zegt directeur-bestuurder Gert-Jan Lammens. “De maatschappelijke waarde van sportverenigingen is nu misschien wel groter dan ooit: bijna 120.000 Rotterdammers sporten bij een vereniging, een stijgend aantal blijkt uit ons vitaliteitsonderzoek. Ook doen ruim zestigduizend Rotterdammers vrijwilligerswerk en er ontstaat steeds meer sportaanbod voor specifieke doelgroepen. Maar we zien ook dat de uitdagingen steeds groter worden, bijvoorbeeld dat sport steeds duurder dreigt te worden waardoor niet alle Rotterdammers dit meer kunnen betalen.”
Vitaliteitsscore
Na een lichte stijging vorig jaar is de vitaliteitsscore dit jaar met twee punten gedaald naar 75 – het laagste niveau in vijf jaar. De algemene trend is dalend: ten opzichte van vijf jaar geleden ligt de score drie punten lager. Alle thema’s laten een terugval zien, waarbij het thema ‘Vrijwilligers’ de grootste daling kent. Ook neemt de toekomstbestendigheid steeds verder af: 74% noemt zichzelf (enigszins) toekomstbestendig, een daling van ongeveer 10 procent sinds 2021. Toch beschouwt ruim 80% van de verenigingen zichzelf op dit moment (enigszins) vitaal.
De tevredenheid over Rotterdam Sportsupport blijft onverminderd hoog, met een gemiddeld rapportcijfer van 7,9. Sterke punten die in het onderzoek worden benoemd zijn het persoonlijke contact en het relatiebeheer met de verenigingen. Een greep uit de reacties:
“Veel praktische informatie en ondersteuning.”
“Goed bereikbaar, meedenken en betrokken.”
“Ondersteuning vrijwilligers en trainingen (o.a. vertrouwenscontactpersonen) en kennisuitwisseling.”
“Het contact verloopt altijd goed. Er worden veel handvatten aangereikt waar we iets mee kunnen en dat is zeer waardevol.”
“Snel bereikbaar zijn, luisteren naar onze verzoeken of problemen en waar nodig oplossingen zoeken en aanpakken.”
Wilco Hameetman, programmamanager: “Eén van de aandachtspunten die uit het onderzoek naar voren komt is het gebrek aan overzicht van fondsen en subsidies voor verenigingen. We zijn heel trots dat we recent een praktische fondsenzoeker hebben gelanceerd waarmee iedere vereniging eenvoudig kan zoeken naar relevante fondsen en subsidies.”
Over het vitaliteitsonderzoek
Het jaarlijkse vitaliteitsonderzoek helpt Rotterdam Sportsupport haar dienstverlening en projecten te versterken. Door nog beter aan te sluiten bij de behoeftes van verenigingen kunnen we verenigingen nog gerichter ondersteunen. Ruim 200 verenigingen vulden tussen januari en maart 2025 de online vragenlijst in. In het onderzoek reageerden bestuursleden onder andere op stellingen over de thema’s ‘Accommodatie’, ‘Financiën’, ‘Leden’, ‘Organisatie’, ‘Veilig Sportklimaat’ en ‘Vrijwilligers’. Zie hieronder een uitwerking per thema:
-
Nadat vorig jaar de vitaliteitsscore voor ‘Accommodatie’ al was gedaald, is deze in 2025 nog verder gedaald naar 70 (vijf punten lager t.o.v. 2023). Deze daling is terug te zien in de subthema’s Bereikbaarheid en toegankelijkheid (fysieke toegankelijkheid voor mensen met een beperking), Horeca en Sportruimtes. Door de daling zijn de sportruimtes nu het laagst scorende subthema binnen ‘Accommodatie’. Drie op de vijf verenigingen geven aan dat hun accommodatie nu én op de korte termijn voldoet aan hun behoeften. Ondanks de dalende vitaliteit op dit thema is dit vergelijkbaar met vorig jaar. Met name middelgrote en grote verenigingen vinden dat de accommodatie nu en in de nabije toekomst niet meer volstaat.
Ongeveer een derde van de verenigingen vindt de kwaliteit van de kleedruimtes niet passen bij hun wensen. Voor de kwaliteit van zalen/velden/banen/baden geldt dit voor drie op de tien. Verder zijn drie op de tien clubs ontevreden over het aantal zaaluren/velden/banen/baden die beschikbaar zijn. Dit tekort is vooral zichtbaar bij grotere en buitensportverenigingen.
Ongeveer drie op de tien verenigingen zeggen dat de duurzaamheid en het onderhoud van de accommodatie matig tot slecht is. Ook rond de schoonmaak zijn veel verenigingen ontevreden; voor bijna een kwart van de clubs is dit matig/slecht.
-
De dalende trend voor de vitaliteitsscore van ‘Financiën’ zet ook dit jaar voort. Alle subthema’s (behalve Schulden) is sprake van een daling. De grootste daling vond plaats op de subthema’s Liquiditeit en Sluitende begroting. Beiden een daling van drie punten. Ongeveer één op de zes verenigingen geeft aan (enigszins) financiële problemen te ervaren die het voortbestaan bedreigen. Dit is vergelijkbaar met vorig jaar. Tegelijkertijd blijft ook het aandeel dat géén problemen ervaart stabiel (zeven op de tien).
Waar 16% van de verenigingen aangeeft nu financiële problemen te hebben maakt een groter aantal verenigingen (42%) zich zorgen over de financiële situatie op de lange termijn. Een minder groot deel (een derde) heeft hier geen zorgen over. Ook zeggen verenigingen last te ondervinden in het sluitend krijgen van de begroting (bijna drie op de tien) en het maken van reserveringen voor toekomstige investeringen (twee op de tien).
Gekeken naar de controle die verenigingen hebben over hun financiën, zegt één op de zes dat zij voornamelijk reactief werken, waarbij de focus ligt op het voldoen aan dagelijkse kosten. Dit geldt vrijwel alleen voor kleine verenigingen. Een kwart van de verenigingen heeft wel zicht op alle inkomsten en uitgaven maar geeft aan niet de financiële daadkracht te hebben om alle toekomstige kosten te kunnen dekken.
-
Na een stijging van de vitaliteitsscore voor het thema ‘Leden’ vorig jaar, is de score weer met twee punten gedaald naar het niveau van 2023. Het aandeel verenigingen dat het eigen ledenaantal als (enigszins) voldoende beoordeelt voor een toekomstbestendige vereniging blijft vergelijkbaar met 2024 (ongeveer zeven op de tien). Net als in 2024 geeft ongeveer één op de zes verenigingen aan (enigszins) onvoldoende leden te hebben. Vooral kleine verenigingen benoemen dit: bijna een kwart van deze groep ervaart een te laag ledenaantal. Echter was in 2023 het aantal verenigingen met onvoldoende leden een stuk groter.
De daling in de score is met name terug te zien in de subthema’s Behouden voor de vereniging en Binden aan de vereniging, met beide scores vier punten lager t.o.v. vorig jaar. Laatstgenoemde subthema ligt met een score van 61 ruim onder de andere subthema’s, en trekt het gemiddelde naar beneden. De helft van de verenigingen verwacht een (sterke) stijging van het ledenaantal in de komende drie jaar. Ruim een derde denkt dat het ledenaantal stabiel blijft en een tiende verwacht een (sterke) daling. Een derde van de verenigingen heeft een wachtlijst. Zij geven voornamelijk aan dat dit het gevolg is van onvoldoende sportruimtes of trainers.
-
De vitaliteit van sportverenigingen in Rotterdam op het thema ‘Organisatie’ blijft in 2025 over het algemeen stabiel; gelijk aan 2023 en één punt lager dan in 2024. Binnen de subthema’s zijn wat lichte verschuivingen zichtbaar. Zo is het subthema Strategie t.o.v. 2023 met drie punten gedaald, Structuur – na een stijging vorig jaar – met drie punten gedaald en ook Leden (betrokkenheid) is na een eerdere stijging weer gedaald.
De meeste verenigingen zijn zich enigszins bewust van hun wettelijke verplichtingen, maar een kleine groep verkeert nog in onzekerheid. Resultaten laten ook zien dat meer dan één op de drie verenigingen zich overbelast voelt door de vereisten die voortkomen uit wet- en regelgeving. Daarnaast is een derde neutraal over of de wet- en regelgeving meer vraagt dan de vereniging aankan.
-
De vitaliteit op het gebied van een ‘Veilig sportklimaat’ blijft op een stabiel niveau t.o.v. vorig jaar. Net als voorgaande jaren geeft vrijwel elke vereniging aan dat er sprake is van een veilig en positief sportklimaat voor alle leden en bezoekers. Maar dit betekent niet dat er geen incidenten zijn.
De meest voorkomende incidenten zijn op het gebied van verbaal geweld (schelden) en pesten. Respectievelijk 58% en 40% van de verenigingen heeft hier het afgelopen jaar minimaal één keer mee te maken gehad. Verder geeft ongeveer een kwart van de verenigingen aan dat ze te maken hebben gehad met fysiek geweld, bedreigingen en discriminatie. Een op de tien verenigingen hebben vorig jaar te maken gehad met seksueel overschrijdend gedrag. De meeste verenigingen spreken over een enkel incident maar er zijn ook verenigingen die meerdere keren per jaar en zelfs maandelijks of wekelijks met dit soort incidenten te maken gehad.
Alhoewel verenigingen spreken van een veilig sportklimaat is er nog winst te behalen rondom hun inzet hiervoor. Iets meer dan de helft van de verenigingen treft vooral aan de voorkant maatregelen zoals het opstellen van protocollen en zichtbaar maken van regels. Zaken aan de achterkant worden minder vaak opgepakt. Zo heeft ongeveer drie op de tien verenigingen iemand verantwoordelijk gemaakt voor het sturen op het beleid en brengt een kwart van de verenigingen de regels meerdere keren per jaar onder de aandacht. Meer dan één op de tien clubs treffen helemaal geen maatregelen. Bijna een kwart vraagt nog geen VOG van hun vrijwilligers. Dit zijn met name verenigingen zonder of weinig jeugdleden. Bijna alle verenigingen met jeugd maakt gebruik van VOG’s. Vooral voortrainers/coaches van jeugdteams en bestuursleden.
-
De vitaliteit van sportverenigingen op het thema vrijwilligers laat in 2025 een daling zien. De totaalscore is met vier punten gedaald t.o.v. 2024 naar 62. Zelfs voor de daling was dit al het minst scorende thema. Het aantal verenigingen dat aangeeft over voldoende vrijwilligers te beschikken neemt ook af. Drie op de tien verenigingen geven aan (enigszins) onvoldoende vrijwilligers te hebben, een consistente verslechtering sinds 2021. Met uitzondering van het subthema Overig technisch kader zijn alle subthema’s gedaald. Bestuursleden (9 punten) en Structurele vrijwilligerstaken (4 punten) zijn het hardst gedaald.
Verenigingen hebben met name moeite met het vinden van voldoende structurele vrijwilligers. Ook als vrijwilligers stoppen vinden verenigingen het lastig om nieuwe mensen te vinden. Met name het vervangen van bestuursleden kost (zeer) veel moeite; ruim de helft van de verenigingen geeft dit aan. De ervaren werkdruk onder deze groep vrijwilligers is ook hoog. Meer dan de helft van de clubs geeft aan dat bestuursleden (zeer) veel werkdruk ervaren. Ook andere structurele rollen zoals juryleden, scheidsrechters, trainers, commissieleden kosten vaak moeite om in te vullen. Meer dan vier op de tien verenigingen geven aan (zeer) veel moeite te hebben om dit soort rollen te vullen nadat huidige vrijwilligers hun taken neerleggen.
Contact
Heb je naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem dan contact op met jouw gebiedsconsulent. We helpen je graag verder!