Wat begint met een beweegles, kan uitgroeien tot veel meer. Een sportvereniging wordt een plek om nieuwe mensen te ontmoeten. Een wekelijkse sportactiviteit geeft structuur. En iemand die net in Nederland is, voelt zich door samen te sporten steeds meer thuis in de nieuwe omgeving.
Vier jaar lang werkte Rotterdam Sportsupport samen met de gemeente Rotterdam, taalaanbieders en andere partners aan Gezond Inburgeren. Nu onze inzet binnen het programma stopt, maken we de balans op. Wat heeft vier jaar samenwerken aan sport en bewegen opgeleverd voor statushouders? En welke lessen nemen we mee?
Meer dan sporten
De gemeente Rotterdam startte in 2024 met Gezond Inburgeren, nadat in 2021 de nieuwe Wet inburgering was ingevoerd. Een belangrijk doel van het project ‘gezond inburgeren was om de gezondheidsvaardigheden van statushouders te vergroten. Tijdens hun inburgering komt er veel op mensen af en hebben zij te maken met verschillende stressfactoren. Juist dan is het belangrijk om te weten wat je zelf kunt doen om lichamelijk en mentaal gezond te blijven.
Lieke Scholte, beleidsadviseur Inburgering bij de gemeente Rotterdam, ziet dat sport en bewegen een belangrijke bijdrage kan leveren. “Er wordt veel van mensen gevraagd die hier komen. Er zijn veel stressfactoren en juist daarom is het belangrijk om aandacht te hebben voor een gezonde leefstijl.”
Sport en bewegen kregen daarom binnen Gezond Inburgeren een belangrijke plek. Niet als einddoel, maar als middel om mensen letterlijk én figuurlijk in beweging te brengen. Tijdens het sporten oefenden deelnemers spelenderwijs ook met de Nederlandse taal. Woorden als gooien, vangen, links en rechts kwamen vanzelf voorbij en deelnemers leerden uitleg en spelregels begrijpen. Zo droeg bewegen niet alleen bij aan een actieve leefstijl, maar ook aan taal, plezier, sociale contacten en meedoen in de samenleving.
Volgens Lieke zit juist daar een bijzondere kracht van sport. “Het mooie is dat het contact bij sport niet ontstaat vanuit een hulpvraag. Je doet samen iets wat je leuk vindt. Onze gedachte was dat daardoor vanzelf een band kon ontstaan. “
In de jaren die volgden groeide de aanpak stap voor stap. Taalaanbieders sloten aan, lessen werden verder ontwikkeld en samenwerkingen met onder meer InMovement, de Sportspullenbank en Rotterdamse sportverenigingen maakten het programma steeds sterker.
Zo ontstond een programma waarin fysieke gezondheid, mentale gezondheid en sociale verbinding steeds meer samenkwamen. Deelnemers kregen niet alleen informatie over sport en bewegen, maar ervaarden het ook zelf. Ze deden mee aan beweegactiviteiten, bezochten sportverenigingen en kregen persoonlijke ondersteuning bij het vinden van passend aanbod.
“Het mooie is dat het contact bij sport niet ontstaat vanuit een hulpvraag. Je doet samen iets wat je leuk vindt. Onze gedachte was dat daardoor vanzelf een band kon ontstaan.” — Lieke Scholte, beleidsadviseur Inburgering gemeente Rotterdam.
Van eerste beweegles naar duurzame deelname
Programmamanager Marcella Deters stond aan de basis van de inzet van Rotterdam Sportsupport en zag de aanpak in vier jaar steeds verder groeien.
“Vanaf het begin wilden we meer bieden dan een paar beweeglessen. Natuurlijk wilden we mensen laten ervaren hoe belangrijk bewegen is voor hun gezondheid. Maar uiteindelijk wilden we vooral dat zij zelf hun weg vonden naar sport in hun eigen leefomgeving.”
Daarom draaide de aanpak niet om één sportles of één proeftraining. Deelnemers kregen kennis en ervaringen mee waarmee zij ook later zelfstandig verder konden. De één was direct klaar voor een proefles bij een sportvereniging. Een ander had eerst meer tijd, vertrouwen of informatie nodig.
Voor iedere deelnemer zag die ‘beweegreis’ er anders uit. Motivatie, lichamelijke mogelijkheden, beschikbare tijd en de persoonlijke situatie bepaalden welke stap haalbaar was. Soms betekende succes dat iemand zich meteen aanmeldde bij een vereniging. Soms betekende het dat iemand wist waar passend aanbod te vinden was en op een later moment zelfstandig de stap kon zetten.
De aanpak werd daarom steeds persoonlijker. De lessen sloten aan op verschillende inburgeringsroutes en deelnemers konden 1-op-1 hun beweegwensen bespreken. Ook deelnemers die buiten Rotterdam woonden, kregen hulp om aanbod in hun eigen woonomgeving te vinden.
Voor Marcella zit de grootste opbrengst niet alleen in het aantal lessen, maar vooral in wat daarna gebeurt. Het doel is dat deelnemers uiteindelijk zelfstandig hun plek vinden binnen een sportvereniging of ander sport- en beweegaanbod.
Vertrouwen groeit door samen te bewegen
Waar Marcella de ontwikkeling van de aanpak beschrijft, zag haar collega trainer Hakki Yilmaz iedere week wat die in de praktijk betekende.
Veel deelnemers kwamen voor het eerst in aanraking met het Nederlandse sportaanbod. Sommigen hadden in hun land van herkomst veel gesport, anderen juist helemaal niet. Ook taal, cultuur of onzekerheid konden een drempel vormen.
Daarom begon Hakki klein.
“Je hoeft niet meteen fanatiek te sporten. Soms doet een eenvoudig spelletje al heel veel. Mensen lachen samen, ontspannen en durven elkaar steeds meer op te zoeken.”
Tijdens de lessen zocht Hakki bewust aansluiting bij de leefwereld van deelnemers. Hij gebruikte eenvoudige taal, herkenbare voorbeelden en veel spel en beweging. Daarbij keek hij goed naar wat een groep op dat moment aankon.
“Sommige mensen staan de eerste les nog aan de kant. Een paar weken later doen ze enthousiast mee. Dan zie je dat het vertrouwen groeit en dat er iets in beweging komt.”
Dat gebeurde soms letterlijk buiten de lessen. Na een badmintonactiviteit in het park vertelde een deelnemer bijvoorbeeld dat zij samen met haar gezin tweedehands badmintonrackets had gekocht. Vanaf dat moment gingen zij zelf in het park badmintonnen.
Een andere deelnemer vertelde tijdens een wandeling naar Rotterdam Atletiek dat hij voor het eerst Nederlands durfde te spreken met iemand. Voor hem werd bewegen zo ook een manier om de taal te oefenen en zelfvertrouwen op te bouwen.
Juist die kleine stappen laten zien wat sport kan doen. Plezier en vertrouwen maken de stap naar meer bewegen en uiteindelijk naar een sportvereniging kleiner.

Een vereniging leren kennen
Een belangrijk onderdeel van de aanpak waren de clinics bij sportverenigingen. Deelnemers maakten onder andere kennis met Rotterdam Atletiek, Sportvereniging Hagendoorn, Rotterdam Handbal en Abdel-Kwan. Ze zagen daar niet alleen welke sporten mogelijk zijn, maar ervaarden ook hoe het is om bij een Nederlandse sportvereniging binnen te stappen.
Binnen de aanpak gaf Rotterdam Sportsupport ook lessen bij Albeda aan jonge statushouders van 17 tot 25 jaar. Zij combineren hun opleiding en het leren van de Nederlandse taal vaak met werk, waardoor weinig vrije tijd overblijft om te ontspannen en te sporten. Daarom lag in deze lessen extra nadruk op doen en ervaren. De jongeren maakten kennis met verschillende sporten, waaronder hockey, handbal, taekwondo en tennis. Zo konden zij ontdekken wat bij hen past en via sport makkelijker contact maken met leeftijdsgenoten en anderen in hun omgeving.
Yazan laat zien waar zo’n kennismaking toe kan leiden. Hij ontdekte het tennis, werd lid van tennisvereniging TC Krimpen en sloot later als ervaringsdeskundige aan bij een aantal lessen. Daar vertelde hij andere statushouders over zijn eigen ervaringen met sporten en inburgeren.
Dat laatste is belangrijk. Het verenigingsleven zoals we dat in Nederland kennen, is voor veel statushouders nieuw. Hoe werkt een vereniging? Hoe meld je je aan? Wat wordt er van leden verwacht? En bij wie kun je terecht als je iets niet begrijpt?
De clinics hielpen die onbekende wereld dichterbij te brengen. Tijdens een clinic bij Rotterdam Atletiek wilde een deelnemer bijvoorbeeld graag het hele rondje over de atletiekbaan volmaken. Na afloop was de reactie duidelijk: “Ik wil graag sporten!”
Ook bij andere clinics vroegen deelnemers naar proeflessen of sportmogelijkheden voor hun kinderen. Een vereniging werd zo geen onbekende plek waar iemand zelf voor het eerst naar binnen moest stappen. Deelnemers hadden de locatie al gezien, mensen ontmoet en ervaren dat zij welkom waren.
“Sommige mensen staan de eerste les nog aan de kant. Een paar weken later doen ze enthousiast mee. Dan zie je dat het vertrouwen groeit en dat er iets in beweging komt.” — Hakki Yilmaz, projectmedewerker Rotterdam Sportsupport.
Samen bereik je meer
De kracht van Gezond Inburgeren zat niet alleen in de lessen, maar vooral ook in de samenwerking. De gemeente Rotterdam, taalaanbieders, InMovement, de Sportspullenbank, sportverenigingen en Rotterdam Sportsupport brachten ieder hun eigen kennis en netwerk in.
Vooral de rol van Nt2-docenten en participatiecoaches van de taalaanbieders bleek belangrijk. Zij waren voor deelnemers vaak een vertrouwd gezicht. Door hen te betrekken bij de lessen en de persoonlijke begeleiding konden zij deelnemers ook daarna blijven motiveren.
Volgens Lieke was die bereidheid om samen te leren belangrijk. Het ging om een nieuw project voor een doelgroep waarbij vooraf niet precies duidelijk was wat wel en niet zou werken. Rotterdam Sportsupport dacht actief mee en paste de aanpak aan wanneer de praktijk daarom vroeg.
“Alle partijen zagen de noodzaak. Daardoor zat er veel energie in de samenwerking en konden we steeds aanpassen wanneer dat nodig was.”
Bij SNTR hielp daarnaast de aanwezigheid van een tolk om informatie begrijpelijk te maken en vertrouwen te creëren. Bij TopTaal konden deelnemers de lessen inzetten als participatie-uren. En bij NLTraining kregen de lessen een vaste plek binnen het bestaande inburgeringsprogramma. Daardoor voelde sport en bewegen steeds minder als iets extra’s en steeds meer als onderdeel van het inburgeren.
Ook praktische drempels kregen aandacht. Via de Sportspullenbank kregen deelnemers spullen die nodig waren om prettig mee te kunnen doen. In volgende lessen droegen deelnemers die spullen soms vol trots.
Van bewustwording naar deelname
Onderzoek van Mediad naar de resultaten van het project laat zien dat deelnemers zich bewuster zijn geworden van het belang van bewegen. Het meten van de resultaten was niet eenvoudig, onder andere door verschillen in taalvaardigheid. Toch is die toegenomen bewustwording een belangrijke opbrengst.
Tegelijkertijd blijft de stap naar een sportvereniging voor veel deelnemers groot. Tijdens de inburgering komt er veel op mensen af en spelen verschillende stressfactoren een rol. Bovendien is het verenigingsleven zoals we dat in Nederland kennen voor veel statushouders nieuw.
Lieke ziet daarom kansen voor sportverenigingen. Ze legt uit: “Een buddy kan een nieuw lid opvangen, voorstellen aan andere leden en uitleggen hoe de vereniging werkt. Zo’n vertrouwd gezicht kan helpen om de stap van kennismaken naar duurzaam meedoen kleiner te maken. Ook buiten de reguliere NT2-lessen helpt sporten om de Nederlandse taal te oefenen. Dat vergroot het netwerk en de leefwereld van nieuwe Rotterdammers. Tegelijk vraagt het ook iets van sportverenigingen wanneer de taal nog beperkt is en het verenigingsleven nieuw is. Juist daarom is het waardevol als verenigingen bewust ruimte maken om nieuwe Rotterdammers welkom te heten.”
Van gesprek naar concrete stap
Alleen al in 2026 bereikten de lessen bij TopTaal, SNTR en NLTraining samen 112 deelnemers. Met 105 deelnemers werd persoonlijk gesproken over hun wensen rond sport en bewegen. 53 deelnemers kregen daarna verdere ondersteuning richting passend sport- en beweegaanbod.
Dat betekende niet automatisch dat al deze deelnemers direct lid werden van een sportvereniging. De begeleiding varieerde van informatie over aanbod in de eigen buurt tot hulp bij het aanmelden voor een proefles.
De deelnemers vonden hun weg naar heel verschillende activiteiten: van cricket, zwemmen en voetbal tot fietslessen en inline-skaten. Anderen kozen ervoor om met de gekregen informatie zelfstandig verder te zoeken naar een activiteit die bij hen past.
Juist die verschillende uitkomsten passen bij het uitgangspunt van de aanpak. Niet iedereen maakt op hetzelfde moment dezelfde stap. Het doel was mensen genoeg kennis, vertrouwen en ondersteuning mee te geven om hun eigen beweegreis voort te zetten.
De impact blijft zichtbaar
De betekenis van die aanpak is ook terug te zien in eerdere verhalen van deelnemers. Mohammad en Sediqa vertelden eerder op deze website wat sport voor hen betekende.
Mohammad pakte bij sv THOR zijn oude passie voor turnen weer op. Hij vond niet alleen een plek om zelf te sporten, maar zette zich uiteindelijk ook als vrijwilliger in voor anderen.
Sediqa ontdekte door haar wekelijkse sportmoment hoeveel bewegen haar bracht. Ze voelde zich sterker, ontmoette andere mensen en kreeg meer vrijheid in haar dagelijks leven.
Hun verhalen laten zien waar de inzet van Rotterdam Sportsupport uiteindelijk om draaide. Niet alleen mensen laten bewegen, maar zorgen dat bewegen een blijvend onderdeel kan worden van hun leven en hen helpt om mee te doen in hun nieuwe omgeving.
“Dat iemand uiteindelijk niet meer als ‘de statushouder’ wordt gezien, maar gewoon als sporter, vrijwilliger of buur, is misschien wel het mooiste wat er kan gebeuren.” — Marcella Deters, programmamanager Rotterdam Sportsupport.
Wat nemen we mee?
Na vier jaar stopt de inzet van Rotterdam Sportsupport binnen Gezond Inburgeren. De opgebouwde kennis, ervaringen en lessen blijven. . De kans op duurzame deelname groeit wanneer sport en bewegen direct verbonden zijn aan het inburgeringsproces. Persoonlijke aandacht helpt daarbij. Net als het daadwerkelijk ervaren van sport tijdens een clinic en warme begeleiding naar passend aanbod.
Ook samenwerking met een vertrouwde taaldocent of participatiecoach blijkt belangrijk. Zij kunnen deelnemers blijven stimuleren, ook wanneer iemand nog niet direct klaar is voor een sportvereniging.
En er ligt een kans bij sportverenigingen zelf. Een warme ontvangst kan veel verschil maken. Een buddy kan een nieuw lid wegwijs maken, voorstellen aan andere leden en helpen om zich thuis te voelen. Zo wordt de vereniging niet alleen een plek om te sporten, maar ook een plek om Nederlands te oefenen, contacten op te bouwen en onderdeel te worden van een gemeenschap.
Dat is precies de beweging die Rotterdam Sportsupport met haar inzet voor ogen had: geen los beweeglesje, maar sport en bewegen duurzaam onderdeel maken van de leefomgeving van deelnemers.
Of, zoals Marcella het samenvat:
“Dat iemand uiteindelijk niet meer als ‘de statushouder’ wordt gezien, maar gewoon als sporter, vrijwilliger of buur, is misschien wel het mooiste wat er kan gebeuren.”