Op twee Rotterdamse sportverenigingen is het gedrag van jeugdleden verbeterd sinds de ondersteuning van een pedagogisch coördinator. Ondersteuning op pedagogisch terrein leidt verder tot onder andere meer betrokken ouders en een kleiner verloop onder jeugdleden. Dit concludeert het Verwey-Jonker Instituut, dat de werkzaamheden van de ‘sportpedagoog’ tussen 2010 en 2012 onderzocht.

De pedagogisch coördinator ondersteunde twee voetbalverenigingen uit Rotterdam-IJsselmonde. Op initiatief van deelgemeente IJsselmonde en Rotterdam Sportsupport ontstond de functie drie jaar geleden als tegenreactie op de toename van geweld en criminaliteit bij de sportverenigingen.

Ineke Kalkman vervulde de functie van pedagogisch coördinator op de voetbalverenigingen DRL en Overmaas. “De actualiteiten rondom het grensrechterincident in Almere tonen aan dat er bij sportverenigingen soms veel te winnen is op pedagogisch gebied”, zegt ze. “Vaak heeft dit te maken met onvoldoende beleid voor gedrag, normen en waarden. Dit is één van de eerste zaken waar mijn werk zich op richt.”

Kalkman bracht ook trainers en leiders pedagogische vaardigheden bij en legde contacten met het jeugdnetwerk in de wijk. “Sportverenigingen zijn een belangrijke vindplaats voor het signaleren van opvoed- en opgroeiproblemen. Dat komt onder meer omdat spelers door de spelemotie eerder afwijkend gedrag etaleren dan in veel andere situaties. Ik help trainers hiermee om te gaan. Als de gedragsproblemen te groot zijn, zorg ik voor samenwerking met jeugdzorg, onderwijs en ouders.”

“Ons onderzoek bevestigt dat de pedagogisch coördinator op de twee verenigingen het pedagogisch klimaat op een aantal aspecten heeft beïnvloed”, zegt onderzoeker Niels Hermens namens het Verwey-Jonker Instituut. “Jeugdleden zijn bekender geworden met gedragsregels en hechten er meer waarde aan. Daarnaast zijn de pedagogische en didactische vaardigheden van trainers uitgebreid. Zij kunnen afwijkend gedrag beter signaleren en weten hoe ze ermee om kunnen gaan. Trainers en andere vrijwilligers zeggen dat hun werkzaamheden hierdoor leuker en eenvoudiger worden.”

Hermens acht het niet nodig dat iedere sportvereniging de ondersteuning van een sportpedagoog krijgt. “Dat ligt aan de vereniging en de jongeren die er lid zijn. Ik verwacht dat vooral clubs in wijken met vrij veel sociaaleconomische problemen geholpen zouden zijn met pedagogische ondersteuning, zoals hulp bij het optuigen van plannen en beleid, het dienen als vraagbaak voor trainers en back-up bij incidenten. Bij sommige jeugdleden van deze sportverenigingen zie je bij het sporten de problemen terug die ook in de wijk spelen. Goede samenwerking met partners uit de jeugdzorg is daarbij onontbeerlijk.”

Woensdag presenteert het Verwey-Jonker Instituut de onderzoeksresultaten tijdens de conferentie ‘Sport(clubs) in de jeugdketen’. De Rotterdamse wethouders Laan en De Jonge nemen daar het rapport in ontvangst. Wethouder Laan: “Als stad zijn we blij met de intensievere samenwerking tussen sport en de jeugdsector. Eén plus één is drie: er liggen kansen om meer kinderen aan het sporten te krijgen, de sfeer en veiligheid bij sportverenigingen verbetert en afwijkend gedrag wordt eerder gesignaleerd en opgelost. Daarmee helpen we het kind, de vereniging en de stad.”

De onderzoeksresultaten verschenen in de publicatie ‘Sportclubs in de jeugdketen. De mogelijkheden van pedagogische ondersteuning van sportverenigingen‘.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Kim Santbulte

Kim Santbulte

projectleider Rotterdam Sport op Maat