Rotterdam is de afgelopen jaren de waarde van sport en -verenigingen voor de stad steeds meer gaan erkennen. Partners uit andere sectoren vinden vaker de weg naar de sport. Dat constateert Sanne Scholten bij haar afscheid van Rotterdam Sportsupport.

In de afgelopen zes jaar was zij manager verenigingsondersteuning en adviseur Strategie en Beleid. Per 1 juni gaat Scholten aan de slag als directeur van het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA). Welke rode draad herkent zij wanneer ze terugblikt op haar dienstverband bij Rotterdam Sportsupport?

Nuttig voor cliënten
Met een glimlach: ‘Wáárom zouden wij iets met sport doen?’ Die vraag is mij in de beginperiode vele malen gesteld, bijvoorbeeld tijdens gesprekken met bestuurders en beleidsmakers uit zorg en welzijn. Steevast luidde mijn antwoord: omdat sport en beweging nuttig kan zijn voor jullie cliënten. Zij worden gezonder en fitter, doen sociale contacten op en ontwikkelen mentale weerbaarheid.’

‘Dezelfde positieve effecten brachten we naar voren als het bijvoorbeeld bij de gemeente over re-integratie ging. Zes jaar na dato kunnen we stellen dat de boodschap is aangekomen. Neem bijvoorbeeld de Welzijnsopdracht van de gemeente. Daarin is ‘toeleiding naar sport’ opgenomen als te leveren prestatie in de contracten met welzijnsaanbieders. Dát is dus de rode draad van de afgelopen jaren: sport is binnen andere sectoren helder op het netvlies komen te staan.’

Brede blik op clubs
Er is veel geïnvesteerd om andere sectoren te overtuigen van het belang van sport en verenigingen, maar er is ook veel tijd en energie gestoken in de clubs, aldus Scholten. ‘We hebben in Rotterdam een solide infrastructuur. Die sportverenigingen zijn er al, met al hun potentie, faciliteiten, kennis en kunde. Met het Sportplusprogramma hebben we die kwaliteiten kunnen door-ontwikkelen en uitbreiden. Ik hoop dat verenigingen en niet-sport-organisaties de komende jaren de ingezette lijn doortrekken. De brede blik op clubs is goed voor de stad. Het mooie van Rotterdam is óók dat dit zich ontwikkelt zonder verplichtingen op te leggen. Verenigingen die méér willen en kunnen dan ze traditioneel hebben gedaan, worden gefaciliteerd en gestimuleerd stappen te zetten. Maar als een vereniging hier geen behoefte aan heeft, moet je een dergelijke ontwikkeling niet afdwingen.’

Jongeren
Het is een uitdaging veel meer jongeren aan het sporten te houden en te krijgen. Scholten is enthousiast over de samenwerking waarbij Thuis op Straat, de Krajicek Foundation, sportverenigingen en Rotterdam Sportsupport de combinatie aangaan.

Zij zegt: ‘Al deze organisaties richten zich op sport en met jongeren, maar doen dat op heel verschillende manieren. We onderzoeken hoe onze werkwijzen elkaar kunnen aanvullen. Dat doen we op Sportplaza Zuiderpark, waarvan Thuis op Straat sociaal beheerder en programmeur is. De genoemde partijen hebben de ambitie om het ongeorganiseerde sporten in de buurt en het georganiseerde sporten bij de club meer bij elkaar te brengen. Verenigingsvrijwilligers komen naar Sportplaza om trainingen te geven, we nemen de jongeren mee naar de club en een scholarshipper uit de buurt helpt de verbinding te maken. We hebben al een pilotperiode achter de rug en blijven hier met elkaar aan werken.’

Vriendenploeg
Scholten noemt het ‘spannend’ dat verenigingen voor veel jongeren niet aantrekkelijk genoeg blijken te zijn. ‘In de samenwerking willen we ook kijken hoe clubs vernieuwend aanbod voor jongeren kunnen ontwikkelen. Ga het gesprek aan met deze doelgroep en inventariseer de behoeften. De meeste clubs delen bijvoorbeeld hun teams in op basis van het niveau van de leden. Maar veel jongeren spelen het liefst in een vriendenploeg. Of neem bijvoorbeeld de reguliere wedstrijddag onder de loep. Waarom zou je altijd op zaterdag spelen als je weet dat menige jongere dan een bijbaantje heeft? Het is ook mogelijk dat ze wél willen sporten, maar niet in competitieverband. Rondom Sportplaza doen we ook hiermee ervaring op.’

Amateurkunst en cultuureducatie
Tot slot: verwacht Scholten bij haar nieuwe werkgever voordeel te ondervinden van de ervaringen bij Rotterdam Sportsupport? ‘Jazeker. Het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst wil de deelname van burgers aan amateurkunst en cultuureducatie vergroten en streeft ernaar dat de aanbieders van kunst en cultuur hun kwaliteit verder verbeteren. Kortom, we hebben de ambitie de waarde van cultuur voor de maatschappij nóg duidelijker te maken aan vele groepen binnen de samenleving en ook aan de politiek. Dat toont veel overeenkomsten met wat in Rotterdam is bereikt met het uitdragen van de kracht van sport en sportverenigingen.’

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Janny van Bergeijk

Janny van Bergeijk

verenigingsconsulent Leden