Vanaf dit jaar stopt Rotterdam Sportsupport de deelname aan de Menukaart Sportimpuls. Dit betekent dat het programma de Schoolsportvereniging niet langer deel uitmaakt van de menukaart.

De Sportimpuls werkt met de ‘Menukaart Sportimpuls’, een geselecteerd overzicht van succesvol sport- en beweegaanbod dat de afgelopen jaren ontwikkeld is door verschillende partijen, waarvoor subsidie kan worden aangevraagd. Deze menukaart betreft een selectie uit Effectief Actief: een grotere lijst succesvolle interventies, die lokale aanbieders kunnen inzetten en zo gebruik maken van elders opgedane ervaring.

Sanne Scholten, adviseur strategie en beleid bij Rotterdam Sportsupport, licht de beslissing met de volgende bijdrage toe.

Het programma de Schoolsportvereniging stond vanaf de start op de Menukaart. Het is een concept wat enkele jaren met subsidie uit de Proeftuinen van NOC*NSF is ontwikkeld en opgezet en wat later door de gemeente Rotterdam is overgenomen. Inmiddels bestaat de Schoolsportvereniging tien jaar en zijn er vijfentwintig Rotterdamse wijken waar een Schoolsportvereniging actief is.

In de beginjaren heeft Rotterdam Sportsupport – met steun van genoemde financiers – vier jaar lang onderzoek laten doen naar de Schoolsportvereniging: de succesfactoren, de resultaten en de effecten op de deelnemende kinderen, hun ouders en de wijk. Dat was een stevige investering, die we overigens graag deden. We willen immers altijd laten zien dat onze concepten resultaat hebben en hoe die tot stand komen. En dat heeft ons veel gebracht. Het is immers de vraag of de Schoolsportvereniging nog had bestaan als die positieve onderzoeken er niet waren geweest. Maar het betekende ook dat wij uitvoeringsgeld moesten investeren in onderzoek. Van dat geld hadden we in die tijd ook een extra schoolsportvereniging kunnen opzetten, waardoor elk jaar weer zo’n honderd kinderen in beweging waren gekomen.

Toen wij voor het eerst hoorden over Effectief Actief, waren we dan ook heel enthousiast: geweldig dat er landelijk geïnvesteerd zou gaan worden in het onderzoeken en beter maken van (lokale) concepten en het gebruik maken van elkaars kennis!

Investeren om innovaties voor anderen beschikbaar maken
Maar dat is niet wat er gebeurde. Er werd eigenlijk vooral afgetapt wat al was ontwikkeld. Voor een stad als Rotterdam – die vooruitstrevend is in haar sportbeleid – betekent dit dat zij investeert in innovatie, in het onderzoek naar die innovatie en vervolgens ook nog gevraagd wordt geld te investeren om die innovaties voor anderen beschikbaar te maken. Het kost immers tijd om je interventie goed te beschrijven en dit up to date te houden. Niet een erg aantrekkelijk perspectief voor een lokale interventieontwikkelaar en bovendien moeilijk uit te leggen.

De meeste interventies in de sport komen niet verder dan ‘goed beschreven’ of ‘goed onderbouwd’, de daadwerkelijke effectiviteit is zelden aangetoond. Bovendien is het de vraag of de meest interessante interventies wel bekend zijn: welke prikkel is er om je interventie te beschrijven en openbaar te maken? Het kost een organisatie veel om dit te doen en het levert maar beperkt iets op. Natuurlijk mag je inmiddels wat uren maken om Sportimpulsaanvragers te helpen jouw interventie uit te rollen, maar dat is het dan ook.

Willekeurige lijst
Ondertussen bepaalt die (deels willekeurige: het is immers de vraag of interventie-eigenaren er belang aan hechten om zich te melden) lijst van interventies overigens wel wat binnen de Sportimpuls wel of niet subsidiabel is. Als we binnen de Sportimpuls blijven werken met interventies, pleiten wij dan ook voor ruimere facilitering van interventie-eigenaren om hun interventies uit te rollen. Alleen dan kunnen interventie-eigenaren daadwerkelijk sturen op kwaliteit en uniformiteit van hun interventies op andere plekken in het land. En op doorontwikkeling van die interventies.

Het is begrijpelijk dat de sport, in navolging van het hele sociale domein, aansluit bij het werken met interventies. Natuurlijk is het zonde om het wiel overal opnieuw uit te vinden en is het geweldig als Rotterdam kan leren van Groningen en vice versa. Maar de smalle benadering doet geen recht aan de werkelijkheid. Het is te simpel om te stellen dat manieren van werken zomaar van de ene naar de andere plek gekopieerd kunnen worden. Maatwerk is altijd nodig.

Het concept van ‘werkzame principes’ lijkt een waardevolle manier om interventies wat te veralgemeniseren. Dat vinden wij niet alleen, dat zeggen experts op het gebied van interventies. Het lijkt ons waardevol om de werkzame principes te beschrijven van bepaalde typen interventies. Bijkomend voordeel is dat we veel meer gestructureerd kunnen werken aan het onderzoeken van de effecten van die mechanismen. En dat is nodig om de juiste keuzes te kunnen maken in de investeringen in sport, zeker als die investeringen ook uit andere budgetten moeten komen.

Brede benadering
Liever nog zouden wij een bredere benadering zien. Het werken met interventies, of liever met werkzame principes, juichen wij toe, mits op de juiste manier ingestoken. Maar we moeten niet denken dat er daarom niets nieuws meer ontwikkeld hoeft te worden. Innovatie blijft altijd nodig. En het zou zo mooi zijn als partijen die dat doen, waar wij onszelf onder scharen, daarin ondersteund worden. Zeker als het de bedoeling is dat anderen in het land van de opgedane ervaring profiteren.

Het realiseren van nieuw sportaanbod zou daarbij niet de focus moeten hebben: die zou moeten liggen op het investeren in het verbeteren van de hele sociale infrastructuur. Sport, welzijn, zorg, en onderwijs moeten veel beter met elkaar samenwerken. Het is de hoogste tijd de verkokering te doorbreken en de sport- en beweegsector veel meer onderdeel te laten zijn van het totale sociale domein. Daar ligt ook een belangrijke legitimatie om te investeren in sport. Om zo’n integrale sociale infrastructuur te realiseren moeten mensen elkaar leren kennen, processen op elkaar worden afgestemd. Dan is het waardevol om de werkzame principes te kennen, maar vervolgens gaat het heel vaak juist wel een beetje over ‘het wiel opnieuw uitvinden’. Laten we het maar ‘het wiel op maat maken’ noemen.

De samenwerking tussen sectoren moet opleveren dat meer mensen gaan bewegen (niet-sporters zijn vaak wel al bekend bij zorg en welzijn), dat het aanbod beter matcht, dat de sport een kwaliteitsslag kan maken in de begeleiding van moeilijkere doelgroepen (of daar vanuit professionals advies en ondersteuning op kan krijgen). Het geld van een Sportimpuls zou dan ook niet primair in de uitvoering moeten zitten, maar juist in het proces en de monitoring van de resultaten en kwaliteit.

Concept schoolsportvereniging doorontwikkelen
In 2016 zullen wij geen tijd besteden aan het updaten van onze stukken op Effectief Actief. Ook zullen we geen contact hebben met nieuwe Sportimpulsaanvragers, omdatonze interventie niet meer beschikbaar is. Natuurlijk blijven we de aanvragen die al in uitvoering zijn wel conform de gemaakte afspraken ondersteunen! De gewonnen tijd zullen we investeren om ons bewezen concept schoolsportvereniging door te ontwikkelen met als doel nog meer impact in Rotterdam te hebben: meer kinderen in beweging krijgen, meer kinderen die vanuit de schoolsportverenigingen doorstromen naar sportverenigingen.

En ondertussen denken we graag mee over de manier waarop we in Nederland de volgende stap zetten om zoveel mogelijk mensen in beweging te krijgen. Daarvoor mag je ons altijd benaderen. Wij gaan voor een sportief en innovatief jaar!

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Paul Baans

Paul Baans

verenigingsconsulent Financiën