Na een jaar van toegenomen financiële tekorten en afname in ledenaantallen door de coronacrisis rapporteren de Rotterdamse verenigingen dat er weer sprake is van een stijgende lijn. Bijna negen op de tien verenigingen in Rotterdam noemen zichzelf over het geheel genomen vitaal. Op de vitaliteitsindex scoren verenigingen gemiddeld een 78 (schaal van 0-100). Dat blijkt uit het vitaliteitsonderzoek van Rotterdam Sportsupport waarin Rotterdamse clubs de staat van hun eigen vereniging beoordelen.

Een recordaantal van 252 verenigingen vulde tussen half april en begin juli de online vragenlijst in. Het jaarlijkse vitaliteitsonderzoek helpt Rotterdam Sportsupport haar dienstverlening en projecten te versterken, zodat deze nog beter aansluiten bij de behoeftes van verenigingen en zij verenigingen zodoende nog gerichter kan ondersteunen. In het onderzoek reageerden bestuursleden op stellingen over accommodatie, financiën, organisatie en structuur, leden, vrijwilligers en veilig sportklimaat. De clubs zijn ook bevraagd om te kijken naar de impact van de coronacrisis. Ook is voor elke vereniging die heeft deelgenomen aan het vitaliteitsonderzoek een individuele rapportage beschikbaar (zie laatste alinea). Een overzicht uit de resultaten van het onderzoek:

De vitaliteitsscore komt dit jaar uit op 78 (schaal van 0-100). Een lichte stijging ten opzichte van vorig jaar (77). Hier moet wel de nuancering gemaakt worden dat op het thema veilig sportklimaat bij de stellingen extra uitleg en verwachtingen zijn toegevoegd waardoor deze score wat gezakt is. Kijkend naar de andere thema’s zien we enkele grote stijgers. Onder meer op Financiën van 79 naar 84, Leden van 70 naar 74 en Vrijwilligers van 66 naar 70. Daarbij noemt bijna 9 op de 10 verenigingen zichzelf vitaal. Dit is vergelijkbaar met vorig jaar maar er zijn wel meer verenigingen die volmondig mee eens antwoorden op de stelling. Vijf procent van de verenigingen noemt zichzelf niet vitaal. Dit zijn allemaal kleine verenigingen (minder dan 200 leden). Alle grote verenigingen geven aan vitaal te zijn en geven zichzelf een hogere score (82).

Bron: Rotterdam Sportsupport.

Zorgen rondom coronacrisis gedaald

Waar in 2020 nog bijna 6 op de 10 de verenigingen aangaf zich zorgen te maken over de gevolgen van de coronacrisis zijn de verenigingen inmiddels een stuk positiever. Inmiddels maakt een ongeveer de helft van de verenigingen zich geen of weinig zorgen meer. Alhoewel een positieve trend is ingezet is de crisis nog niet voor elke club voorbij aangezien 28% van de verenigingen zich nog wel zorgen maakt.

Bron: Rotterdam Sportsupport.

Waar vorig jaar nog driekwart van de verenigingen verwachtte een financieel tekort te hebben is dit inmiddels gedaald tot net iets minder dan de helft van de clubs. Ook omtrent het kunnen voldoen aan de lopende verplichtingen zien we een betere situatie. 73% van de verenigingen verwacht aan hun verplichtingen te kunnen blijven voldoen. In 2020 was dit 54% van de clubs.

  • 23% van de clubs geeft aan dat hun accommodatie voor nu en in de nabije toekomst niet voldoet aan de behoefte van de vereniging. Dit speelt vooral onder grote verenigingen (meer dan 500 leden) waarbij een derde aangeeft dat de accommodatie niet voldoet. Ook buitensportverenigingen geven dit vaker aan (29%). We zien dat verenigingen vaker tevreden zijn over de bereikbaarheid, toegankelijkheid en horeca. De ontevredenheid is veelal gerelateerd aan de sportgerelateerde ruimtes zoals de kleedruimtes en de beschikbare zaaluren/velden/banen. Zowel de kwaliteit als kwantiteit wordt door een grote groep verenigingen als onvoldoende beschouwd. Wat betreft de sportvelden zijn clubs vaker ontevreden over de kwantiteit dan de kwaliteit.

    Een kleine dertig procent van de verenigingen geeft aan dat er op de accommodatie aanpassingen zijn gedaan om de duurzaamheid te vergroten. Een vijfde van de vereniging is hier al wel mee bezig of wil hier op korte termijn mee aan de slag gaan. Een ander thema dat bij clubs op de agenda staat is een meerjarenonderhoudsplan. 21% van de verenigingen wil hier werk van maken. Verder geven slechts 4 op de 10 verenigingen aan dat er aanpassingen zijn gedaan om deze rolstoeltoegankelijk te maken. Lees hier meer over de ondersteuning die we kunnen bieden over accommodatievraagstukken.

  • Driekwart van de verenigingen zegt geen financiële problemen te kennen die het voortbestaan in gevaar kunnen brengen. Dit is een verbetering ten opzichte van vorig jaar toen slechts tweederde van de clubs dit aangaf. Er is nog wel een groep van 11% die aangeeft dat er problemen zijn. Dit is minder dan in 2020 toen dit nog om 17% van de verenigingen ging. Op alle vlakken zien we verbetering, maar vooral rondom de liquiditeit en vermogenspositie wordt positiever gerapporteerd. Er zijn verder maar weinig verenigingen met achterstallige betalingen (4%) en schulden of lopende leningen (3%) die problemen veroorzaken binnen de financiën. Waar nog wel uitdagingen liggen is het sluitend krijgen van de begroting voor meer dan een derde van de verenigingen. Ook geeft een kwart van de verenigingen nog aan dat ze niet volledig in staat zijn om jaarlijks reserveringen te kunnen maken voor toekomstige investeringen.

    Er is behoorlijk wat animo om met het thema financiën aan de slag te gaan. Meerdere onderwerpen worden genoemd om op korte termijn op te pakken. Sponsorinkomsten, fondsenwerving en een meerjarenbegroting worden het meest genoemd. Ongeveer een derde van de clubs wil hiermee aan de slag. Lees hier meer over de ondersteuning die we kunnen bieden over financiële vraagstukken.

  • Hiermee zijn de clubs positiever dan in 2020, toen ongeveer 62% van de clubs sprak over voldoende leden voor een toekomstbestendige vereniging. Er is nog wel een groep van 20% die aangeven onvoldoende leden te hebben. Dat is een kleinere groep dan vorig jaar. Er zijn wel duidelijke verschillen te zien tussen verenigingen grote en kleine verenigingen. Waar 9 op de 10 grote verenigingen aangeven voldoende leden te hebben, is dit onder kleine verenigingen slechts 60%. Het lukt kleine verenigingen ook minder goed om voldoende nieuwe mensen lid te aan te trekken en lid te maken. Bijna de helft van de kleine verenigingen heeft hier moeite mee.

    Binnen het thema geven de vereniging aan het meeste moeite te hebben met het binden en betrokken maken van de leden. Het zijn dan vooral de binnensportverenigingen die aangeven hier moeite mee te hebben. De beperktere mogelijkheden door corona voor deze clubs is hier een verklaring voor. Het is wel een onderwerp waar ze graag mee aan de slag willen. Dit wordt door bijna de helft van de verenigingen genoemd. Lees hier meer over de ondersteuning die we kunnen bieden op het thema leden.

  • 84% van de verenigingen zegt dat ze geen problemen hebben bij het organiseren van (sport)activiteiten en weet in te spelen op kansen en bedreigingen. Hiermee zijn ze een stuk positiever dan vorig jaar (76%). De grote verenigingen scoren zichzelf op dit thema wel een stuk hoger dan de kleine verenigingen. Over de hele linie geven ze positievere antwoorden maar het grootste verschil wordt gemaakt op het thema extern gerichte organisatie. Ook op het toepassen van diverse maatregels zoals beleidsplannen, visies en een organigram worden vaker toegepast door grote verenigingen.

    Er is behoorlijk wat animo onder de verenigingen om op organisatorisch vlak stappen te maken. Op vrijwel elke maatregel die voorgelegd is in het onderzoek geef een meerderheid van de clubs aan interesse te hebben om dit op te pakken of hier al mee bezig te zijn. Onder meer het in beeld brengen van hun sterke en zwakke punten en inspelen op kansen en bedreigingen, het zorgen dat het bestuur zich kan richten op besturen en managen en het opstellen van een duidelijk takenpakket wordt vaak genoemd. Ruim 7 op de 10 verenigingen geven aan dat ze zich nog niet actief inzetten om diversiteit in de organisatie aan te brengen. Er is wel een groep clubs (30%) die hier op kort termijn mee aan de slag wil. Lees hier meer over de ondersteuning die we kunnen bieden op het thema bestuur & organisatie.

  • Vrijwel alle verenigingen geven aan een veilig en positief sportklimaat te hebben voor hun leden en bezoekers. Er is geen enkele club die het sportklimaat als negatief beoordeeld. Waar clubs nog het meeste moeite mee hebben is om actief een vervolg te geven aan zorgsignalen. In het verlengde hiervan zien we ook dat slechts een kwart van de vereniging met jeugd contact heeft met partijen in de wijk omtrent sociale veiligheid. Verder geeft 1 op de 6 vereniging aan dat het op hun vereniging nog wel beter kan wat betreft het creëren van een veilige omgeving waar leden zichzelf kunnen zijn en problemen bespreekbaar kunnen maken.

    Ondanks dat verenigingen het thema hoog scoren in het onderzoek is er bij een groot deel van de verenigingen nog wel winst te behalen wat betreft het implementeren van maatregels zoals een aannamebeleid, vertrouwenscontactpersonen en aandacht voor onderwerpen zoals discriminatie, diversiteit en inclusie en het herkennen en voorkomen van seksuele intimidatie. Zeker onder kleine verenigingen en verenigingen zonder jeugd zien we dat minder snel hierop wordt ingezet. De clubs noemen vooral ouderbetrokkenheid, een visie en normen- en waardenbeleid en aandacht voor seksuele intimidatie/misbruik als onderwerpen om op de korte termijn mee aan de slag te gaan. Lees hier meer over de ondersteuning die we kunnen bieden op het thema veilig sportklimaat.

  • Op het thema vrijwilligers scoren clubs zichzelf het laagst van alle thema’s. Dat is onder meer terug te zien aan het feit dat slechts 60% van de verenigingen aangeeft over voldoende vrijwilligers te beschikken om de taken goed uit te voeren. De verenigingen geven voornamelijk aan moeite te hebben rondom het overig technisch kader (zoals scheidsrechters en juryleden) en structurele vrijwilligerstaken zoals een rol in het bestuur of een commissie. Iets meer dan de helft van de verenigingen geeft aan hier goed in te slagen. Over de trainerstaken en incidentele vrijwilligerstaken zijn de clubs wat positiever.

    Goed om te zien dat er vervolgens wel veel animo is om op kort termijn diverse onderwerpen op te pakken rondom het thema vrijwilligers. Circa een derde van de clubs wil aan de slag met een helder en duidelijk vrijwilligersbeleid, ouderparticipatie en een vrijwilligerscommissie of coördinator. Ook andere aspecten zoals het betrekken van verschillende generaties, creëren van afwisseling/identiteit/autonomie binnen het vrijwilligerswerk en zorgen voor voldoende vaardigheden is voor 3 op de 10 verenigingen iets waar ze aan willen werken. Lees hier meer over de ondersteuning die we kunnen bieden op het thema vrijwilligers.

Tevredenheid over de dienstverlening

De verenigingen zijn zeer tevreden met de dienstverlening van Rotterdam Sportsupport en geven een algemene beoordeling van 8,0. Dit is het hoogste cijfer sinds de start van het onderzoek in 2010. Tevredenheid over de handelswijze van Sportsupport in deze coronatijd en frequenter contact met de clubs heeft hier aan bijgedragen. Het merendeel van de verenigingen heeft dan ook geen verbeterpunten en ziet graag dat Rotterdam Sportsupport haar werkzaamheden op deze manier blijft doorzetten. De verenigingen die wel verbeterpunten noemen, willen voornamelijk vaker en proactiever contact met Rotterdam Sportsupport.

Bron: Rotterdam Sportsupport.

Individuele rapportages per club

Voor elke verenging die heeft deelgenomen aan het vitaliteitsonderzoek is een individuele rapportage beschikbaar. In de rapportage zijn de antwoorden afgezet tegen de antwoorden van de andere clubs en resultaten uit voorgaande jaren. De rapportage geef inzicht in hoe de club scoort op de zes verschillende onderdelen (accommodatie, financiën, leden, organisatie, veilig sportklimaat, vrijwilligers) ten opzichte van het Rotterdamse gemiddelde. Op leden wordt bijvoorbeeld gepresenteerd hoe de ledenontwikkeling is en hoe dit zich verhoudt tot andere verenigingen binnen dezelfde sporttak. Deze rapportage is voor bestuurders een interessante tool om gericht bij te sturen en waar nodig ondersteuning te vragen. De rapportages komen via de gebiedsconsulent de kant van de verenigingen op.

Bron: Rotterdam Sportsupport.

Vragen

Heb je naar aanleiding van dit artikel vragen? Neem dan contact op met de verenigingsconsulent uit jouw gebied. We helpen je graag verder!

Bryan Bastiaanse

Bryan Bastiaanse

coördinator monitoring en verantwoording projecten

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Stephan Vos

Stephan Vos

verenigingsconsulent Veilig sportklimaat