In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over samenwerkingen met naastgelegen sportverenigingen en de kansen die hier liggen voor jeugdafdelingen. 

Luister de column hier

Of lees de column hier 

“In de eerste week van maart is de zesde cursusreeks van de Trainersbegeleiding ‘Coach de Coach’ begonnen. Een cursus die ik samen met mijn collega’s mag verzorgen. Op dit moment is de cursus (nog) een online variant met deelnemers van verschillende sporttakken, wijken en verenigingen in Rotterdam.

Kennismaking

Na iedere cursus krijg ik weer de bevestiging dat we allemaal geconfronteerd worden met dezelfde uitdagingen. Ik zie veel gelijkenissen, ongeacht sporttak, wijk of vereniging. Ook jouw vereniging is een mini-maatschappij, op een vaak afgeschermd terrein, waar alleen mensen binnenkomen die dezelfde passie delen. Deze gedeelde passie – liefde voor de sport, het gemeenschapsgevoel en de wil om een maatschappelijke bijdrage te leveren – is waarover veel wordt gesproken binnen verenigingen. Doordat we dagelijks met diverse groep mensen te maken hebben, levert dit ook uitdagingen op. En deze uitdagingen kunnen niet altijd direct worden opgelost met de kennis en expertise binnen de eigen vereniging.

“Rotterdam telt maar liefst 351 sportverenigingen. Dit betekent dat in veel gevallen er nog een andere sportvereniging naast jouw vereniging is gehuisvest. Ben je hier weleens op bezoek geweest voor een kennismaking?”

Stephan Vos

Rotterdam telt maar liefst 351 sportverenigingen. Dit betekent dat in veel gevallen er nog een andere sportvereniging naast jouw vereniging is gehuisvest. Ben je hier weleens op bezoek geweest voor een kennismaking? Heb je weleens een gesprek gevoerd over de manier waarop jullie elkaar kunnen versterken? In je eigen straat vraag je soms ook aan je buren of je iets kunt lenen. Of je neemt een pakketje van elkaar aan.  

Samenwerking

In de cursusreeks Trainersbegeleiding ‘Coach de Coach’ hebben twee clubs elkaar bijvoorbeeld gevonden om de scheidsrechterscommissie goed in te vullen. Ook staan voetbaltrainers in de turnzaal om jeugdtrain(st)ers te voorzien van tips. Het is dus enorm waardevol om eens bij je buren te gluren en te ontdekken wat zij kunnen bijdragen aan jouw vereniging. Zolang je zelf openstaat voor hulp, staat de andere vereniging vaak ook open om jouw club te helpen en om wellicht jouw hulp in te schakelen.

“Een gedeelde passie – liefde voor de sport, het gemeenschapsgevoel en de wil om een maatschappelijke bijdrage te leveren – is waarover veel wordt gesproken binnen verenigingen.”

Stephan Vos

Mijn advies: schroom niet om het contact op te zoeken met je naastgelegen sportverenigingen. Doe er je voordeel mee. Misschien ontstaat er wel een vruchtbare samenwerking tussen beide jeugdafdelingen. Vanuit Rotterdam Sportsupport kunnen we altijd helpen om dit contact op gang te brengen.

Beter een goede buurt dan een verre vriend luidt het gezegde, toch?”

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Anne Nurra

Anne Nurra

verenigingsconsulent Veilig sportklimaat / clubkadercoach

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Romy over het zichtbare topje van de ijsberg en hoe onwenselijk gedrag van jonge sporters niet altijd is wat het lijkt.   

Luister de column hier

Of lees de column hier:

“Je kent de uitdrukking of de afbeelding ‘het topje van de ijsberg’ vast wel. Je ziet alleen wat er aan de oppervlakte zichtbaar is, maar je ziet niet wat er allemaal onder zit of nog gaat komen. Dit model gebruik ik ook graag als het gaat om gedrag van spelers. Ik ga dit duidelijk maken aan de hand van twee voorbeelden: één die recentelijk ter ore is gekomen en de ander die ik in mijn beginjaren als pedagoog voorbij heb zien komen en mij heeft gemotiveerd om binnen de sport aan de slag te gaan. Natuurlijk zijn deze voorbeelden geanonimiseerd.

Gedrag

Tom (15 jaar) kan goed voetballen, speelt altijd in het eerste team. Tom is erg druk en naar zijn trainer luistert hij vaker niet dan wel. Tom is al drie keer geschorst omdat hij betrokken was bij opstootjes tijdens een wedstrijd. Tijdens zijn laatste schorsing kreeg hij vanuit de club zijn laatste waarschuwing: als hij zijn gedrag niet zou veranderen is hij niet meer welkom op de club. Je voelt ‘m waarschijnlijk al aankomen: drie weken later was Tom opnieuw betrokken bij een opstootje en ontving hij zijn vierde rode kaart.  

“Gedrag kan zoveel verschillende oorzaken hebben. Kijk verder dan alleen naar het gedrag dat aan de oppervlakte te zien is en investeer in de vertrouwensband met jouw spelers

En dan hebben we de 13-jarige Amir, een rustige en talentvolle basketballer. Als hij aanwezig is doet hij goed mee, maar die aanwezigheid is een probleem. Amir is vaak afwezig, zonder dat hij iets laat weten. Hij vergeet met enige regelmaat zijn spullen of is net een paar minuten te laat. Gedrag dat volgens zijn trainer niet bij een topspeler hoort. Hij vindt hem lui en ongemotiveerd en waarschuwt Amir herhaaldelijk dat anderen staan te trappelen om zijn plaats in te nemen.

Bron: www.prevented.nl

Verschuiven

Op basis van hun gedrag zijn ze door de club uit hun team gezet: Amir een team lager en Tom is helemaal niet meer welkom op de club. Nu hoor ik je denken: maar dit gedrag kan toch ook niet?! Dat klopt, het is onwenselijk gedrag, maar met het verwijderen van deze jongens los je het probleem niet op, je verschuift het. Naar een ander team, een andere vereniging of naar de straat. Bovendien help je de jongens er niet mee, want vaak zit er zoveel achter het gedrag dat spelers vertonen.

Hoe zit dat dan bij deze twee spelers? Tom heeft ADHD en zijn vader is alcoholist met losse handjes. Voor Tom was de voetbalclub de plek om zijn energie en frustraties kwijt te kunnen. Deed hij dat op een juiste manier? Absoluut niet, maar door zijn situatie krijg je begrip voor zijn gedrag. Door hulp te bieden had hij dat kunnen reguleren en mee kunnen blijven draaien op de vereniging.

Oppervlakte

Amir is mantelzorger omdat zijn vader dubbele diensten draait vanwege de ziekte van zijn moeder. Als zijn vader niet thuis is, draagt Amir de zorg voor zijn moeder en zusje. Dat is een grote verantwoordelijkheid waardoor Amir te veel aan zijn hoofd heeft en hij veel vergeet. Als zijn moeder een slechte dag heeft, moet hij bij zijn zusje blijven en kan dan niet trainen.

Moraal van het verhaal: gedrag kan zoveel verschillende oorzaken hebben. Kijk verder dan alleen naar het gedrag dat aan de oppervlakte te zien is en investeer in de vertrouwensband met jouw spelers. Zodat ieder kind kan blijven sporten, ook – en juist – diegene die het zo hard nodig hebben.”

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Janny van Bergeijk

Janny van Bergeijk

verenigingsconsulent Leden

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over de non-verbale houding van coaches en het belang om je hiervan bewust te zijn.

Luister de column hier:

Of lees de column hier:

“Net z’n moeder!” Dit zeggen we vaak als we naar kinderen kijken die iets zeggen of doen dat lijkt op het gedrag van hun ouders. Kinderen kopiëren namelijk het gedrag van personen die zij als voorbeeld zien. Binnen de sportvereniging is dit niet anders. Kinderen kijken ook naar het gedrag van oudere spelers en volwassenen. Het team en de sporters die jij coacht zijn daarom jouw spiegel als train(st)er. Ben jij druk en onrustig? Dan zijn jouw sporters dat ook. Ben jij kalm, bedachtzaam en rustig? Idem dito voor jouw spelers. “Children have never been very good at listening to their elders, but they have never failed to imitate them,” zei schrijver James Baldwin ooit eens treffend.  

“Kinderen kijken naar het gedrag van oudere spelers en volwassenen. Het team en de sporters die jij coacht zijn daarom jouw spiegel als train(st)er. Ben jij druk en onrustig? Dan zijn jouw sporters dat ook.

Non-verbale houding

Het is dus belangrijk dat je je ervan bewust bent wat je non-verbaal uitstraalt naar je sporters. Hieronder heb ik een aantal voorbeelden van lichaamstaal en -houdingen beschreven. Denk er eens goed over na:

  • Armen over elkaar (straalt een gesloten houding uit).
  • Armen in de zakken (doet lijken alsof je ongeïnteresseerd bent).
  • Armen achter de rug (lijkt betweterig).
  • Schouders naar voren of achteren (kan het verschil uitstralen tussen zelfvertrouwen of onzekerheid).
  • Kin omhoog of omlaag (lijkt of niemand jou iets hoeft te vertellen).
  • Fronsen (lijkt op boosheid).
  • Grote of kleine ogen (kan aandacht of nieuwsgierigheid uitstralen).
  • De manier hoe je je benen positioneert (kunnen bescheidenheid uitstralen of juist weer betrokkenheid).

Stel jezelf nu eens de volgende vraag: past mijn non-verbale houding bij wat ik verbaal aan mijn sporters wil laten horen? Bij de bovenstaande voorbeelden heb je ongetwijfeld al bepaalde gedachten gevormd. Maar klopt dat wat jij ervan vindt altijd met wat de ander bedoelt? Is dat wat je als trainer in lichaamstaal- en houding uitstraalt ook hetgeen wat je wil uitstralen op je spelersgroep?  

Niet iedere trainer is zich bewust van het effect van zijn of haar non-verbale communicatie. De sportvereniging is verkleinde maatschappij. We vinden allemaal wel iets van elkaar en delen dit ook met clubgenoten. Er wordt dan ook veel over elkaar gesproken in plaats van mét elkaar. Wanneer je mét elkaar praat en vraagt naar de non-verbale houding van de andere persoon, kom je er wellicht achter waarom iemand die houding aanneemt. Misschien is er wel iets gebeurd op het werk, speelt er iets in de thuissituatie of kiest iemand bewust voor een specifieke houding om een bepaald effect te creëren?  

Bespreekbaar

Wat iemand non-verbaal uitstraalt, is niet altijd hoe de ander zich op dat moment ook daadwerkelijk voelt of wil voelen. Als je non-verbale uitstraling hebt die niet past bij je persoonlijkheid, prikken sporters daar vroeg of laat doorheen. Het is dus van belang dat je bewust bent van jouw houding en dat je dicht bij jezelf blijft. Wat straal je uit op jouw sporters, wil je dat ook uitstralen? En zo ja, waarom en met welk doel? Maak je non-verbale houding bespreekbaar zodat je niet over elkaar maar mét elkaar praat.

Ik zie ik zie wat jij niet zegt!”

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Marco van de Geer

Marco van de Geer

pedagogisch adviseur

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over de ontwikkeling van jonge sporters waarbij in zijn ogen niet het resultaat maar het proces leidend moet zijn.

Beluister de column hier:

Of lees de column hier:

“In mijn omgeving krijg ik soms de vraag waarom ik trainer ben geworden. Vaak stel ik dan een tegenvraag: waarom ben ik ooit gaan voetballen? Het antwoord is heel simpel: omdat ik het spelletje leuk vind en omdat ik graag met andere leeftijdsgenoten wilde sporten. Zoals bij iedere sport- en/of spelbeoefening, zal er altijd een team winnen en verliezen (of gelijkspelen). Maar om samen met je vriendjes of vriendinnetjes samen het plezier in sporten te ervaren, is voor ieder kind de belangrijkste motivatie om te beginnen met sporten.

Ontwikkeling

En juist die veilige, prettige speelomgeving moeten wij als trainers en sportvereniging creëren. Met name in de teamsporten werken verenigingen vaak met selectieteams. Dit zijn de ‘beste’ spelertjes in de ogen van één of meerdere mensen binnen de club. Zij krijgen de beste train(st)ers, beste materialen, meeste trainingsruimte, etc. De beste spelers in de ogen van de trainer spelen en dat is vaak arbitrair. Als de bondscoach van het Nederlands team een opstelling maakt, zijn we het daar ook niet allemaal mee eens. We kijken allemaal anders naar het spel. Iedereen heeft zijn eigen visie en voorkeuren. 

Juist die veilige, prettige speelomgeving moeten wij als trainers en sportvereniging creëren.”

Stephan Vos –

Maar laten we even teruggaan naar de waaromvraag eerder in deze column. We sporten toch allemaal omdat we willen sporten en plezier willen beleven? Ik ben van mening dat verenigingen en de trainers ervoor moeten zorgen dat kinderen te alle tijden kunnen spelen. Tevens plaats ik ook een kritische noot naar het wisselbeleid in de jeugd van sommige bonden die het niet toestaan om terug te wisselen bij jonge leeftijdsgroepen. Zelf heb ik ooit gewerkt bij een voetbalclub in de Hoeksche Waard waar de regel was dat iedereen speelminuten moest maken. Aan het einde van het seizoen moesten de percentages van het aantal gespeelde minuten passen bij de ontwikkeling van het individu. Resultaat is hierbij niet leidend maar het proces waarin een kind met plezier zijn of haar sport kan beleven en zichzelf kan ontwikkelen. Ooit sprak ik een trainer die zei: “Ik heb een bewuste keuze gemaakt om trainer te worden van selectieteam. Daar is geen ruimte om te lachen.” Gelukkig zien we op sociale media dat er in de topsport juist met regelmaat keihard wordt gelachen, ook nog door de trainers zelf.

Lachen

Terug naar de lokale sporthal of sportvelden waar onze Rotterdamse ‘talenten’ sporten. Talent heeft iedereen en daar is deze stad erg trots op. Wij als trainers zijn dan ook verplicht om deze kinderen zichzelf te laten zijn en boven zichzelf te laten uitstijgen. Dat begint met deze kinderen zelfvertrouwen te geven, en dat moet vanuit de trainer komen. 
Dus speelt niet iedereen dezelfde percentages gedurende het hele seizoen? Dan hoop ik dat het gesprek gestart wordt met de clubleiding en collega-trainers. De ontwikkeling van een kind loopt immers niet kaarsrecht, maar heeft ook hobbels. Maar juist voor deze ontwikkeling moet een jonge sporters wel vaak in de situatie komen waarin hij/zij kán leren.”

Stephan Vos is verenigingsconsulent Veilig Sportklimaat bij Rotterdam Sportsupport. Al bijna twintig jaar is hij in het (Rotterdamse) voetbal actief als jeugdtrainer. Tegenwoordig coacht hij het vrouwenbeloftenelftal van ADO Den Haag. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Stephan via s.vos@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 06 22 64 02 26. Bekijk hier de eerdere vlogs van Romy & Steef.

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Janneke van Tienen

Janneke van Tienen

P&O medewerker

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Romy over het omgaan met kinderen die druk gedrag vertonen.

Beluister de column hier:

Of lees de column hier:

“Je staat op het veld en na de warming-up leg je de volgende oefening uit. Eén van jouw spelers, laten we hem Daan noemen, is maar aan het wiebelen, kijkt overal naar behalve naar jou en kliert met de speler die naast hem staat. Je wordt er gek van. Kan hij nou niet één minuut stilstaan en luisteren?!
     In mijn periode als beginnend trainer liep ik ook ontzettend tegen het drukke gedrag van de Daans  in mijn team aan. Ook wanneer ik op de velden loop en in gesprek ben met trainers valt op dat zij het vaakst moeite hebben met het gedrag van de drukke spelers. Of dit nou spelers met ADHD zijn of niet: het drukke onrustige gedrag is wat de meeste trainers vaak als storend ervaren.

Invloed

Lees de laatste drie woorden van de alinea hierboven nog eens goed. Hier gaat het namelijk om, het drukke gedrag ís niet storend maar het wordt als storend ervaren. Dit is een belangrijk verschil. Kinderen zijn niet lastig, maar jij vindt het gedrag dat zij vertonen lastig.
     Als trainer heb je beperkte invloed op het gedrag van jouw spelers, maar je hebt wel 100% invloed op jouw eigen gedrag. Van de Daans in jouw team maak je geen rustige spelers die zich altijd netjes op jouw uitleg concentreren. Je hebt wel 100% invloed op jouw eigen gedrag. Hoe jij met de Daans uit jouw team omgaat, bepaalt in welke mate jij het gedrag als lastig ervaart.
    Er gebeurt zoveel in het hoofd van jouw drukke speler en er zit zoveel energie in zijn lichaam, dat moet er een keer uit. Als ze na een lange schooldag weer het veld op mogen is dat dus fantastisch! Vergelijk het drukke kind eens met een geschud blikje frisdrank. Geef het wat ruimte door het blikje open te maken en het frisdrank spuit eruit. Maar wat gebeurt er als je het blikje in een 1,5l fles overgiet? Je kan schudden wat je wil, maar draai de dop eraf en de frisdrank blijft netjes binnen de grenzen van de fles. Geef je speler dus wat meer vrijheid en ruimte binnen bepaalde grenzen en hij of zij kan zijn energie kwijt zonder dat het een puinhoop wordt.

“Er gebeurt zoveel in het hoofd van jouw drukke speler en er zit zoveel energie in zijn lichaam, dat moet er een keer uit.”

– Romy van der Heide –

Choose your battles

Zeg niet overal wat van, maar bewaak wel je eigen grenzen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar bekijk het zo: is het écht nodig, dat als jij iets uitlegt iedereen helemaal stil staat en alleen naar jou kijkt? Of lukt een uitleg ook als er wat kinderen heen en weer wiebelen? Sommige kinderen luisteren écht beter als ze tegelijkertijd met iets anders bezig zijn, bijvoorbeeld als ze spelen met hun racket.  Als je verwacht dat ze stil zijn, niet bewegen en naar jou moeten kijken dan gaat er zoveel focus naar die drie ‘taken’ dat ze de uitleg niet goed verwerken. Door van bepaald gedrag even niks te zeggen, zorg je dat de training een stuk leuker wordt. Oók voor jou!

Overige tips

Hier nog wat tips om je training zo soepel mogelijk te laten verlopen, ook als je een paar Daans in je team hebt:

  • Bereid je trainingen voor, dan hoef je niet na te denken over een volgende oefening;
  • Blijf investeren in een positieve relatie met je spelers, geef veel complimenten;
  • Laat alle spelers bezig zijn, wachtende spelers gaan klieren;
  • Spreek voor de training af hoe je verwacht dat de speler zich gedraagt;
  • Geef de Daans in jouw team de taak om de verste pionnen op te ruimen.

Ik daag je uit om dit eens toe te passen en ik hoor graag hoe je dit hebt ervaren!”

Romy van der Heide is pedagogisch adviseur bij Rotterdam Sportsupport en actief als jeugdtrainster bij HC Delfshaven. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Romy via r.vanderheide@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010 24 29 315. Bekijk hier de vlogs van Romy & Steef.

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Janny van Bergeijk

Janny van Bergeijk

verenigingsconsulent Leden

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Romy over een van de weinige plekken waar kinderen nog fysieke ontmoetingen hebben met andere volwassenen dan hun ouders: de sportvereniging.

Luister de column hier

Of lees de column hier

“We leven in een vreemde en onzekere tijd. Deze periode heeft impact op iedereen. Natuurlijk ook op jou, mentaal en misschien zelfs fysiek. Waarschijnlijk merk je het op je werk, binnen je gezin, familie en/of vriendenkring. Toch kom jij elke week opdagen en geef je training aan jouw spelers. Een welkome afleiding voor de kinderen of jongeren, en misschien ook wel voor jouzelf.

Rol train(st)er

Corona en de steeds wisselende maatregelen hebben ook impact op jouw spelers. Scholen open en weer dicht, al maanden geen competitie, binnensporten die wel en niet doorgaan, de impact op het gezin en daar komt nu ook nog eens de onrust van de rellen bij.
Met het sluiten van de scholen ben jij als train(st)er vaak een van de weinige andere volwassene, buiten ouders/verzorgers, die de kinderen/jongeren regelmatig in het echt zien. Hun docent zien ze natuurlijk alleen nog achter hun scherm. Dat maakt jouw rol als trainer nu nog groter en belangrijker. Meer dan ooit ben je, juist nu, een mede-opvoeder en stabiel persoon in het leven van jouw spelers.

“Met het sluiten van de scholen ben jij als train(st)er vaak een van de weinige andere volwassene, buiten ouders/verzorgers, die de kinderen/jongeren regelmatig in het echt zien.”

Individuele aandacht

Kinderen en jongeren hebben behoefte om tijdens het sporten hun energie kwijt te raken, maar ook om over de huidige situatie te praten. Ze hebben nu nog meer behoefte aan individuele aandacht en interesse vanuit volwassenen. Je bent dus nóg belangrijker geworden in het leven van je spelers! Je geeft niet alleen meer training, want nu is het belangrijk dat je oog hebt voor het individu en het gesprek met je spelers aangaat. Dat gesprek aangaan kan moeilijk zijn. Hieronder daarom een aantal tips:

  1. Voer het gesprek zowel in groepsverband als individueel.
  2. Plan voorafgaand aan de training hiervoor wat extra ruimte in.
  3. Stel open vragen: ‘Hoe gaat het?’ i.p.v. ‘Gaat het goed?’ op die laatste vraag krijg je vaak een vlugge ‘ja hoor’ en valt het gesprek snel stil.
  4. Vermijd suggestieve vragen ‘je vind het zeker niet leuk dat de scholen dicht zijn?’ bij dit soort vragen leg je het antwoord al in de mond. ‘De scholen zijn dicht, wat vind je daar van?’ is bijvoorbeeld een betere vraag.
  5. Vraag door! Neem geen genoegen met het eerste antwoord. Geeft een kind aan dat het goed gaat, vraag dan door: ‘Wat gaat er allemaal goed?’ en ‘Welke dingen gaan misschien minder goed?’
  6. Vermijd waarom-vragen. Stel liever hoe-vragen. Dan kom je namelijk geïnteresseerd, open en onbevooroordeeld over.

Vragen die je kunt stellen om een gesprek te beginnen (en vraag door!):

  1. Hoe gaat het?
  2. Hoe vind je het om thuis je schoolwerk te doen?
  3. Hoe helpen je ouders bij het schoolwerk?
  4. Wat doe je na je schoolwerk?
  5. Hoe ziet je gezin eruit? Wie zijn er allemaal thuis?
  6. Wat hebben jullie meegekregen van de rellen?
  7. Wat voor gevoel geeft jou dat?
  8. Welke andere hobby’s/passies heb je?

Vertrouwenscontactpersoon

Belangrijk: heb je het gevoel dat het niet goed gaat met een van jouw spelers? Neem dan contact op met de vertrouwenscontactpersoon (VCP) binnen jouw vereniging. Hij of zij kan je helpen om de situatie in kaart te brengen en samen kunnen jullie zoeken mogelijkheden om je speler te helpen. Geen VCP aanwezig? Neem dan contact op met een van de pedagogisch adviseur van Rotterdam Sportsupport. Heb je zorgen om de thuissituatie? Lees deze column dan nog eens.     
En nog een laatste tip: betrek ook de ouders bij de gesprekken die je hebt! Bel de ouders eens op om te vragen hoe de thuissituatie is en koppel eens terug hoe het met hun kind gaat op de vereniging. Jouw rol als trainer is hierin ontzettend belangrijk!”

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Marcella Deters

Marcella Deters

interim projectleider beweegcoach

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over het sporten tijdens de Ramadan en hoe je oog kunt houden voor deze situatie.

Luister de column hier:

Of lees de column hier:

“Rotterdam is een absolute wereldstad met ruim 650.000 inwoners en meer dan 170 verschillende nationaliteiten. Op maandag 12 april is ook voor de Rotterdamse moslims de Ramadan begonnen. Ramadan is de negende maand in de islamitische kalender. In tegenstelling tot de Gregoriaanse kalender die op de zon is gebaseerd en die we in Nederland gebruiken, werkt de islamitische kalender op basis van de maan. Dat betekent dat de ramadanmaand pas begint als het eerste streepje van de maan zichtbaar is. Dit kan per land verschillen, bijvoorbeeld vanwege een bewolkte hemel. Dit verklaart ook waarom in het ene land het vasten (‘sawm’, in het Arabisch) al is begonnen en de ramadan in een ander land een dag later start (Bron: npokennis.nl).

Opgroeien

De 170 nationaliteiten zien we ook terug bij de sportverenigingen in Rotterdam waar we te maken hebben met verschillende gebruiken en religies, waaronder de Islam. Het kan dus zijn dat een sporter in jouw team meedoet aan de Ramadan. Ben je je ervan bewust dat deze sporters vanuit huis opgroeien met de Ramadan? Het is namelijk gebruikelijk dat de sporter zijn/haar sport combineert met de Ramadan.  
    Wanneer je gaat bewegen hebben je spieren vocht en brandstof nodig uit voeding. Tijdens de Ramadan is dit ritme plots 180 graden gedraaid. De gebruikelijke lunch en avondmaal maken plaats voor lange periodes zonder dat er iets gegeten of gedronken wordt. Hierdoor krijgt het lichaam niet altijd de vereiste stoffen binnen om optimaal te kunnen sporten en bewegen.

“Een speler kreeg onlangs last van zijn lies tijdens een training. In dit geval wist de trainer dat hij heel de dag geen water had gedronken. Uit voorzorg haalde hij hem daarom naar de kant om blessures te voorkomen.”

Stephan Vos

Energielevel

Doordat dit ritme en de aanvoer van voedingstoffen is veranderd, kan de sporter fysieke belemmeringen ervaren. Een sporter kan vermoeid ogen, of in het begin heel aanwezig zijn om daarna kalm te worden, of energiebesparend sporten door niet alles te geven in de training maar wel druk gedrag te vertonen rondom de training. Sporters leren hiermee omgaan gedurende de jaren en weten hoe ze tijdens het sporten met de Ramadan hun energielevel in balans kunnen houden.
     Als train(st)er is het in de eerste plaats belangrijk dat je weet wie er meedoen aan de Ramadan, het gesprek hierover voert en oog houdt voor de manier van bewegen bij de sporter. Te weinig vocht of voedingstoffen kan namelijk blessures veroorzaken. Zo kreeg een speler onlangs last van zijn lies tijdens een training. In dit geval wist de trainer dat hij heel de dag geen water had gedronken. Uit voorzorg haalde hij hem daarom naar de kant om blessures te voorkomen.

“Door de verschillende nationaliteiten in Rotterdam zul je als train(st)er mogelijk ook sporters hebben die meedoen aan de Ramadan. Hoe ga je hiermee om? Mag drinken in het zicht van diegenen die aan de Ramadan doen? Hoe reageren de sporters die aan het vasten zijn als de rest een traktatie krijgt? En wat doen zij zelf: direct opeten of wachten ze tot ze thuis zijn?”

Stephan Vos

Door de verschillende nationaliteiten in Rotterdam zul je als trainer mogelijk ook sporters hebben die meedoen aan de Ramadan. Hoe ga je hiermee om? Mag drinken in het zicht van diegenen die aan de Ramadan doen? Hoe reageren de sporters die aan het vasten zijn als de rest een traktatie krijgt? En wat doen zij zelf: direct opeten of wachten ze tot ze thuis zijn?  
    Maak over dit soort dilemma’s afspraken met de club of met de spelers zelf. Met elkaar bepaal je hoe je hier het beste mee kunt omgaan om onduidelijkheid te voorkomen. “Hij doet zelf mee aan de Ramadan!” of “Hij moet hetzelfde doen als de anderen!” is een volledig onterechte en ongepaste reactie in deze situatie. De kracht is juist om mét elkaar het gesprek te voeren en ván elkaar te leren.

Ramadan mubarak!”

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Fieke de Goede

Fieke de Goede

interim projectleider Rotterdam Sport op Maat

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)er. Deze keer: Steef over het organiseren van het nieuwe seizoen. Van het creëren van een veilige sportomgeving tot het maken van een gestructureerde planning.   

Beluister de column hier:

Of lees de column hier:

“In de eerdere columns verwezen we al naar het creëren en bewaken van de cultuur binnen de vereniging aan de hand van het boek ‘Legacy’. Ook is er een column verschenen met praktische tips voor het trainen van kleuters. Stuk voor stuk handige ingrediënten voor een leuk sportseizoen. Een seizoen dat voor veel sportverenigingen al start in augustus/september. Je krijgt als trainer de verantwoordelijkheid om een volledig seizoen een groep sporters te begeleiden.

Maar hoe pak je dat planmatig aan, zo’n nieuw seizoen?

Doelgroep

Het begint met het bepalen van een doel: wat wil je komend seizoen uiteindelijk bereiken? Beschrijf daarom voor jezelf wat je de sporters gaat aanleren en hoe je dat wil doen. Bedenk goed wat ze (nog) kunnen leren en wat ze móeten leren. Hierin is het van belang dat je jouw doelgroep goed kent en dat je weet hoe je ze kunt helpen in hun ontwikkeling.
    Belangrijk is dat je een veilige sfeer creëert waarin iedereen zichzelf kan zijn. Jij bent hierin een belangrijke schakel, want jij bent bepalend voor de sfeer op trainingen, wedstrijden en bij andere activiteiten. In welke bewoordingen uit je jezelf? En wat straal je non-verbaal uit? Je houding als trainer moet passen bij de doelgroep en het eerder bepaalde doel. Bespreek dit ook met eventuele assistent-trainers.

“Het begint met het bepalen van een doel: wat wil je uiteindelijk bereiken komend seizoen? Beschrijf daarom voor jezelf wat je de sporters gaat aanleren en hoe je dat wil doen.”

– Stephan Vos –

Proces

De ontwikkeling van een kind gebeurt niet van de ene op de andere dag. Het is een proces. Je werkt het hele seizoen toe naar het eerder bepaalde doel. Door kleine en haalbare stappen te maken zorg je ervoor dat de oefenstof blijft hangen. Dit proces kun je opsplitsen in blokken waarin je de kleinere doelstellingen oefent en bespreekt.
     Zelf gebruik ik graag een Excel-bestand. Hierin maak ik voor het hele jaar een planning. Zo houd ik overzicht over hoe het jaar verloopt, wanneer de wedstrijden zijn, de schoolvakanties of feestdagen. Door in blokken te werken, maak ik de kleine stapjes in de ontwikkeling van de sporters zichtbaar en overzichtelijk.
     Het seizoen duurt vaak tien maanden. Hiervan zijn twee tot vier weken in december/januari ingenomen door een winterstop. Tot aan de winterstop heb je grofweg 22 weken met trainingen en wedstrijden. Mijn advies: maak van deze weken blokken van 11 x 2 weken (of 7 x 3 weken + 1 neutrale / 5 x 4 weken + 2 neutrale). Beschrijf per blok het kleinere doel dat je die weken wil trainen en ook wil laten terugkomen in wedstrijden. Deze wedstrijden zijn een toetsmoment van de oefenstof op de training. Na dit blok volgt een evaluatie, eventueel samen met je assistent(en).

Een voorbeeld van deze planning download je hier.

Eigenaar

Maar het is nog beter om deze ontwikkeling met de sporters zelf te bespreken, zodat zij eigenaar worden van hun ontwikkelingsproces. Na de winterstop heb je ongeveer 21 à 22 weken om het eerste gedeelte van het seizoen beter uit te voeren. Het blijft wel belangrijk dat de kleine doelstellingen logische stappen hebben in dat ontwikkelproces. In de planning kun je dan ook je trainingen nummeren zodat je ziet hoeveel trainingen je nodig hebt om aan een bepaalde doelstelling te werken. Per training kun je eventueel ook het programma beschrijven.
     Je zal merken dat je voor de ene doelstelling langer de tijd nodig hebt dan voor het andere. Neem die tijd er dan ook voor. Naast de trainingen en wedstrijden kunnen ook teamuitjes, verjaardagen of bijvoorbeeld toernooien erin verwerkt worden. Op deze manier blijf je werken aan de onderlinge sfeer in samenwerking met jouw sporters.

Heel veel succes en plezier toegewenst het komende seizoen!”

Stephan Vos is projectmedewerker Veilige Verenigingen met sterke Jeugdafdelingen bij Rotterdam Sportsupport. Al bijna twintig jaar is hij in het (Rotterdamse) voetbal actief als jeugdtrainer. Tegenwoordig coacht hij het vrouwenbeloftenelftal van ADO Den Haag. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Stephan via s.vos@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 06 22 64 02 26. Bekijk hier de eerdere vlogs van Romy & Steef.

Eerder verschenen columns:

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Emily Valks

Emily Valks

pedagogisch adviseur

In een reeks columns delen vloggers Romy & Steef hun praktijkervaringen als train(st)ers. Deze keer: Romy met handige tips voor het trainen van kleuters (vier tot zes jaar) op sociaal-emotioneel en motorisch gebied.

Beluister de column hier:

Of lees de column hier:

“Als trainer is het van belang dat je kennis hebt van de groep waarvoor je staat. Kennis over bijvoorbeeld de leeftijdsspecifieke kenmerken, want voor een groep 4-jarigen maak je een andere training dan voor een team vol met pubers. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk gebeurt nog te vaak dat trainers geen rekening houden met wat hun sporters kunnen. Zo vragen trainers technische of tactische vaardigheden die kleuters, gezien hun ontwikkelingsfase, nog helemaal niet kunnen uitvoeren. Of dragen ze te weinig regie over aan de puberende sporter met als gevolg dat hij/zij gedemotiveerd raakt en voortijdig afhaakt.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

De leeftijdscategorie 4 tot 6-jarigen snapt nog niet goed waarom iets wel of niet mag. Deze kinderen kijken alleen naar de gevolgen van hun gedrag. De waaromvraag stellen aan een 4-jarige die haar vriendinnetje knijpt, heeft dus niet veel zin. Je kan beter uitleggen dat ze niet mag knijpen omdat ze hiermee de ander pijn doet. Vertel vervolgens hoe je wél wil dat iedereen met elkaar omgaat.
    Het spelen van partijtjes is met kleuters ronduit vermakelijk. Verdeel je jouw spelertjes over twee teams? Dan kom je van een koude kermis thuis. Kleuters zijn namelijk nog heel egocentrisch. Echt samenspelen doen ze over het algemeen nog niet. Ze spelen vooral naast elkaar. Je kan ze daarom beter één-tegen-één spelletjes laten spelen. Op deze manier werken ze aan hun eigen vaardigheden in plaats van dat iedereen achter één bal aanrent.

“Kleuters straffen of op hun kop geven omdat ze liegen heeft geen zin. Het kan erin resulteren dat een kind zich niet begrepen voelt en uit onmacht heel boos of verdrietig wordt.”

Romy van der Heide | Pedagogisch adviseur

Soms lijkt het alsof deze groep veel aan het liegen of jokken is. Zo heb ik ooit een jongetje getraind die beweerde dat hij op schoolreisje ging naar Afrika. Hij was diep beledigd dat ik hem niet geloofde. Een korte navraag bij zijn ouders verklaarde een hoop: het weekthema op school was Afrika. Hij ging inderdaad op schoolreisje, maar naar een lokale kinderboerderij.
     De wereld van kleuters wordt steeds groter, maar ze begrijpen nog lang niet alles. Om alles in hun hoofd kloppend te maken en zichzelf een ‘veilig’ gevoel te geven, vullen ze de gaten op met hun fantasie. Bewust liegen gaan kinderen pas later doen, vanaf een jaar of zeven ongeveer. Kleuters straffen of op hun kop geven omdat ze liegen heeft daarom geen zin. Het kan erin resulteren dat een kind zich niet begrepen voelt en uit onmacht heel boos of verdrietig wordt.

Motorische ontwikkeling

Kleuters zijn enorm bewegelijk. Dit heeft een reden: door veel te bewegen leren ze namelijk hun eigen lichaam kennen. Het is daarom belangrijk om een oefening uit te leggen door het als trainer zelf voor te doen. Een belangrijke tip: houd je uitleg, net als de oefeningen, heel kort want ook de spanningsboog van een kleuter is nog in ontwikkeling. Een oefening die langer duurt dan tien minuten voelt voor een kleuter als een eeuwigheid. Doe tijdens de training liever zes korte oefeningen dan drie langere. Vind je het lastig om steeds nieuwe oefeningen te bedenken? Dat hoeft ook niet! Breng variatie in bestaande oefeningen of doe een oefening van drie weken geleden gewoon nog een keer. Dan zie je meteen de vooruitgang.

Een belangrijke tip: houd je uitleg, net als de oefeningen, heel kort. De spanningsboog van een kleuter is namelijk nog in ontwikkeling.”

Romy van der Heide | Pedagogisch adviseur

Als kleuters bewegen, beweegt vaak heel hun lichaam mee. Een kind van vier tot zes jaar is al ver in de ontwikkeling van zijn/haar grove motoriek. Het kan al hinkelen, overgooien, springen en draaien. De fijne motoriek is echter nog niet goed ontwikkeld waardoor bepaalde technische vaardigheden simpelweg niet goed uitgevoerd kunnen worden. En zie je dat een kleuter nog niet zo ver is en heeft het ook geen interesse om de vaardigheid wel onder de knie te krijgen? Bied de kleine sporter dan een eenvoudigere, laagdrempelige oefening aan. Zie het als een trappetje: als het kind op de vierde trede staat is het niet haalbaar om iets van de zevende trede aan te bieden. De veel hogere en lagere treden zijn demotiverend. Een uitdaging van net één trede hoger is perfect!
     Het trainersvak is leuk, maar wel een hele uitdaging. Geen zorgen, want niet alleen spelers mogen fouten maken. Jij als trainer mag dat ook!”

Romy van der Heide is pedagogisch adviseur bij Rotterdam Sportsupport en actief als jeugdtrainster bij HC Delfshaven. Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Romy via r.vanderheide@rotterdamsportsupport.nl of bel naar 010 24 29 315. Bekijk hier de vlogs van Romy & Steef.

Eerder verschenen column

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Kim Santbulte

Kim Santbulte

projectleider Rotterdam Sport op Maat

Een teruggetrokken jeugdlid, kinderen die regelmatig geen gepaste of passende sportkleding hebben of structureel onder grote druk lijken te staan. Zorgsignalen op de vereniging gaan verder dan alleen fysieke klachten, zoals blauwe plekken of lichaamswonden. Als vrijwilliger (trainer, leider, barmedewerker of bijvoorbeeld bestuurder) en ouder op een sportvereniging zie je veel kinderen en hun ouders/verzorgers. Af en toe zie je dan dingen gebeuren waarvan je een onderbuikgevoel krijgt of denkt: gaat dat nou wel helemaal goed?

Het signaleren van zorgsignalen is misschien niet het meest gezellige onderwerp, maar wel ontzettend belangrijk. Als vrijwilliger in de sport speel je namelijk een ontzettend belangrijke rol in het leven van een kind of jongere. Ook en misschien wel juist als het bij een kind of jongere (op school of thuis) even niet zo lekker gaat. Weet je dan waar je met deze signalen terecht kunt? Met de juiste (h)erkenning maak jij het verschil!

Sportpedagogen

Op een laagdrempelige en interactieve manier leren de pedagogisch adviseurs van Rotterdam Sportsupport je de signalen van opgroei- en opvoedproblemen herkennen en kom je erachter wat de route is naar de juiste hulp. Wil je meer weten? De gebiedsconsulent van jouw vereniging brengt je graag in contact met de juiste pedagogisch adviseur.

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Ellen Breedveld

Ellen Breedveld

projectmedewerker Meer volwassen Rotterdammers met een gezondheidsachterstand blijvend in beweging

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Fleur Lindenburg

Fleur Lindenburg

receptie-, secretariaats- en communicatiemedewerker

Meer weten?

Via de thema’s vind je hoe we jouw club kunnen helpen. De thema’s in combinatie met de veelgestelde vragen zorgen ervoor dat je snel antwoord krijgt op jouw vraag. Neem bij interesse en andere hulpvragen contact op met de gebiedsconsulent van jouw vereniging. De gebiedsconsulent of expertconsulent lost samen met jou de hulpvraag op.

Wij staan voor je klaar!

Liana Landman

Liana Landman

projectleider Vitale sportverenigingen / verenigingsconsulent Accommodatie en Organisatie